Geding om vervolgfilm Hirsi Ali

Twee islamitische families eisen in een kort geding een verbod op het uitbrengen van een vervolg op de film Submission, van de vermoorde cineast Theo van Gogh en het sinds de moord ondergedoken Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali.

Volgens de advocaat van de families, R. Moszkowicz, vrezen zijn cliënten, uit Utrecht en Nieuwegein, dat het vervolg zich ,,andermaal onnodig grievend en krekend en vooral godslasterlijk'' uitlaat over de islam. Maandag maakte Hirsi Ali in deze krant bekend te werken aan het tweede deel van Submission. Deel één ging over de mishandeling van vrouwen binnen de islam.

De families eisen ook dat Hirsi Ali zich in de toekomst onthoudt van islamonvriendelijke uitlatingen. Met het kort geding hoopt Moszkowicz dat het Tweede-Kamerlid ,,de mond gesnoerd krijgt''. De families willen, zo zegt de advocaat, langs ,,vreedzame weg'' het beledigen van hun godsdienst tegengaan.

Oud-hoogleraar mediarecht G. Schuijt, specialist in onrechtmatige publicaties, noemt het geding ,,zo kansloos dat Moszkowicz het zijn cliënten niet aan mag doen''. De grondwet kent een censuurverbod. Je kan dus pas een publicatie verbieden als de inhoud ervan bekend is, zegt Schuijt.

Het Tweede-Kamerlid Oplaat (VVD) vindt dat Hirsi Ali zich weer moet melden in het parlement. Dat heeft hij in zijn fractie gezegd.