Feit en fictie over geheimen

Over Prins Bernhard is veel geschreven, ook in boekvorm. Vooral zijn verleden in Duitsland en zijn rol in de oorlog komen daarin vaak prominent aan bod.

Het meest geprezen boek over Prins Bernhard is De prins-gemaal. Vrij en gekooid van Harry van Wijnen (Balans, 1992). Daarin beschrijft journalist en Oranje-kenner Van Wijnen, destijds redacteur van deze krant, de publieke levens en staatsrechtelijke positie van Bernhard en Claus. Het boek bevat onder meer `interessante, niet eerder gepubliceerde gegevens' over de rol van Bernhard in de Nieuw Guinea-affaire, waarin hij haaks op het regeringsbeleid de Amerikanen gelijk gaf (Theo Westerwoudt, Boeken, 10 november 1992).

Zeer invloedrijk bij Bernhard-critici was Wim Klinkenbergs Prins Bernhard. Een politieke biografie (In de Knipscheer, 1979). Daarin besteedt deze communistische journalist veel aandacht aan bewezen en vermeende banden tussen de prins, nazi-Duitsland en de wereld van het grootkapitaal.

Standaardwerk om feit en fictie te scheiden blijft het klassieke rapport van A.M. Donner, M.W. Holtrop en H. Peschar, Rapport van de commissie van Drie. Onderzoek naar de juistheid van verklaringen over betalingen door een Amerikaanse vliegtuigfabriek, waarin de Lockheed-affaire wordt onderzocht, (Staatsuitgeverij, 1976). `De betrekkingen van de Prins met Lockheed hebben zich verkeerd ontwikkeld', aldus het driemanschap. Niet vastgesteld is of de prins ook heeft `beschikt' over de tegenprestaties voor zijn bemiddelingswerk. Een `superieure stijl' en `alinea's die je niet nauwkeurig genoeg kunt bestuderen (Hubert Smeets, Boeken, 4 december 1998).

J.G. Kikkert schreef een enkele malen bijgewerkte biografie van Bernhard: Bernhard. Een leven als prins. De laatste versie is van dit jaar (Aspekt). Ook van Kikkert: De prins in Londen. Bernhard 1940-1945 (Aspekt, 2004) en Crisis op Soestdijk. Nederland als Bananenmonarchie (Papieren Tijger, 2002) over de affaire rondom de gebedsgenezeres Greet Hofmans.

Philip Dröge stelde met Beroep: meesterspion. Het geheime leven van prins Bernhard (Vassalluci, 2002) een `schandaalkroniek' samen over de dubbelrol die Bernard in de oorlog zou hebben gespeeld. `Wat Dröge hier als bewijzen aanvoert zijn geen feiten, maar veronderstellingen, die achter elkaar gezet suggesties worden, die even verderop weer als feit worden samengevat' (Bas Blokker, Boeken, 28 juni 2002). Gerard Aalders schreef over de zogenaamde `stadhoudersbrief' die Bernhard in 1942 naar Hitler zou hebben gestuurd met het aanbod het bestuur van Nederland over te nemen in zijn Leonie. Het intrigerende leven van een Nederlandse dubbelspionne. (Boom, 2003). Het bestaan van de brief is nooit bewezen, en is door Bernhard ontkend.

Bernhard speelt ook een rol in De affaire Sanders (Sdu, 1996) dat Aalders schreef met Coen Hilbrink over W.E. Sanders, chef dienst Opsporing van het Bureau Nationale Veiligheid, die na de oorlog verwikkeld raakte in een ingewikkeld politiek steekspel. Aalders en Hilbrink onthulden in het boek terloops dat Bernhard lid is geweest van de NSDAP.

Dat lidmaatschap komt ook aan de orde in het stripboek Agent Orange. De jonge jaren van prins Bernhard (Van Praag) van Erik Varekamp en Mick Peet. Meer Bernhard-fictie over stadhoudersbrief en NSDAP is te vinden in Tomas Ross' thriller Omwille van de troon (De Bezige Bij, 2002). Bernhard tekende bezwaar aan tegen het werk van Ross en anderen in een open brief in de Volkskrant.