Exodus van artsen maakt slachtoffers

Migratie ondermijnt de Ghanese gezondheidszorg. De meerderheid van de artsen vertrekt naar het buitenland. Ziekenhuizen hebben Cubanen ingehuurd om het personeelstekort op te lossen.

In het Verenigd Koninkrijk werken meer Ghanese verpleegkundigen dan in Ghana. In New York en de staat New Jersey werken meer Ghanese artsen dan in hun eigen land. De uittocht van medisch personeel ondermijnt de gezondheidszorg in Ghana.

Tachtig procent van de artsen die Ghana opleidt, vertrekt binnen vijf jaar na hun studie naar het buitenland. Daardoor is het aantal artsen in Ghana nog steeds hetzelfde als twintig jaar geleden: zo'n 1.600. Terwijl de bevolking in die tijd is verdubbeld. Het aantal gediplomeerde verpleegkundigen is in dezelfde periode van 30.000 tot 9.000 gedaald.

De exodus van medisch personeel maakt dagelijks slachtoffers. Nadat de gezondheidsstatistiek decennialang een trage verbetering liet zien, stagneert ze de laatste jaren. De sterfte onder kinderen loopt weer op.

Het katholieke Holy Family Hospital in Techiman zit beter in zijn faciliteiten en apparatuur dan de meeste andere plattelandsziekenhuizen in Ghana. Dat is voor een deel te danken aan de Nederlandse chirurg Harrie Wegman die hier werkt op een contract van hulporganisatie Cordaid en die door allerlei fondsen wordt gesteund. Nederland is al decennialang de belangrijkste buitenlandse donor van de Ghanese gezondheidszorg.

Maar ook het Holy Family Hospital kampt met tekort aan personeel. De 75 verpleegkundigen zien hun aantal steeds slinken. Voor de 45 vacatures meldt zich geen mens. Er is werk voor zeven artsen. Het ziekenhuis heeft er drie, als twee co-assistenten worden geteld voor één.

,,Ook hier vallen doden omdat we de mensen niet optimaal kunnen verzorgen', zegt Wegman. In de schaduw wachten patiënten uren totdat ze aan de beurt zijn. Een jonge vrouw probeert tevergeefs om haar baby tot drinken te dwingen. Een frêle man draagt zijn verlamde broer op zijn rug.

,,Alle noodzakelijke operaties worden gedaan', zegt Harrie Wegman. ,,Maar de polikliniek krijgt te weinig aandacht. Het personeel is aan het eind van de dag gefrustreerd en bekaf. We hebben geen artsen om de eerste hulp en de kinderafdeling te bemannen. Er is te weinig toezicht op patiënten. We rennen overal langs, zonder tijd om na te denken. Dat gaat ten koste van de zorg.'

De 61-jarige Wegman heeft begin jaren zeventig ook al een paar jaar in Ghana gewerkt. Hij was ,,geschokt' toen hij acht jaar geleden terugkwam. Antiobiotica, röntgenapparatuur en vaccinatieprogramma's waren verbeterd. Maar de curatieve zorg was niet vooruit gegaan. Ghanezen die een been breken, gaan er nog steeds vanuit dat ze invalide zullen blijven. Fracturen worden niet goed behandeld. Ghana wemelt van de gehandicapten en geamputeerden die volmaakt van lijf en leden zouden kunnen zijn.

Het schaarse personeel is ook nog eens heel ongelijk verdeeld over het land. Driekwart van de artsen werkt in de twee grote steden: Accra en Kumasi. Maar ruim tweederde van de bevolking van twintig miljoen mensen woont nog altijd op het platteland. Ghanese artsen en verpleegkundigen willen zich niet `begraven in die negorijen' waar het leven hard is, waar de gezondheidsposten slecht geëquipeerd en overbelast zijn, waar mogelijkheden voor bijverdiensten ontbreken en geen goede scholen voor hun kinderen zijn. ,,Je wilt je kat er nog niet laten castreren', zegt Wegman over een van de ziekenhuizen in het noorden van het land.

De meeste ziekenhuizen in het noorden draaien noodgedwongen op een medische brigade van ruim honderd Cubaanse artsen die de Ghanese regering heeft ingehuurd bij Fidel Castro. Die Cubanen spreken alleen Spaans en zijn geen generalisten. Ze weigeren medische handelingen te verrichten die buiten hun specialisme vallen. Volgens Wegman leveren ze ,,geen bijdrage van betekenis' aan de Ghanese gezondheidszorg.

Verpleegkundigen vertrekken als een dief in de nacht, vertelt Rita Wilson, hoofd verpleegkundige in het Holy Family Hospital. ,,Opeens komen ze niet meer opdagen. Hun huis is verlaten. Tijdens hun opleiding hebben ze een contract getekend dat ze hier zeker vijf jaar zouden blijven, maar daar houden ze zich niet aan.'

Ze ontvluchten de lage salarissen, de beroerde organisatie, de slechte werkomstandigheden, de geringe vooruitzichten. Het wordt hun ook erg aanlokkelijk gemaakt. Wervingsfirma's vechten om hun gunsten. Een visum wordt geregeld, een baan gewaarborgd. Als ze maar zuinig zijn en veel uren maken, hebben ze zo een huis bij elkaar gespaard, het levensdoel van elke Ghanees. Uiteindelijk komen maar weinigen terug naar Ghana, behalve op vakantie: om te laten zien dat ze het hebben gemaakt. Dat vertoon houdt de exodus op gang.

De president van de Ghana Medical Association, Jacob Plange-Rhule, vindt het ,,misdadig' dat rijke landen de arme landen beroven van hun schaarse medisch personeel. Ghana investeert 60.000 dollar in de opleiding van elke dokter. Met elke arts die vertrekt, verdwijnt dat geld als ontwikkelingshulp naar landen als de VS, Canada, Australië en het Verenigd Koninkrijk.

De overheid probeert al jaren de uittocht te keren. Bij het ministerie van Volksgezondheid zeggen ze dat de invoering van allerlei toelages die het basissalaris verre overtreffen, de stroom in elk geval heeft geremd. Met Nederlandse steun is dit jaar een specialistenopleiding gestart die de uittocht ook moet helpen tegengaan. Voor specialisatie moesten Ghanese artsen tot nu toe wel naar het buitenland.

,,Als die opleiding de uitstroom tot de helft zou beperken, zou dat al geweldig zijn', zegt Ben Boateng (46), internist in het Holy Family Hospital. Hij is een van de zeldzame Ghanese artsen die na hun specialisatie wel zijn teruggekomen, na eerst tien jaar in de VS te hebben gewerkt. Hij had gezworen dat hij zou terugkeren. Maar om zich daaraan te houden was, zegt hij, was ,,de moeilijkste beslissing van mijn leven'. ,,Mijn vrouw en kinderen wilden blijven. Mijn vrienden zeiden dat ik gek was. Iedere Ghanees zegt dat hij teruggaat maar niemand doet het. Niemand nam me serieus.'

De situatie die hij aantrof bij terugkeer, was slechter dan hij had verwacht. Als de twee luxe auto's het begeven die hij twee jaar geleden uit de Verenigde Staten heeft meegenomen, kan hij geen nieuwe meer kopen, ook geen simpel model. Maar hij is blij dat hij is teruggekomen. ,,In de VS was ik een van de vele artsen. Hier ben ik een van de weinigen. Hier maakt mijn werk meteen verschil.'

Rectificatie / Gerectificeerd

Arts Ghana

De in Ghana werkzame Nederlandse arts in het artikel Exodus van artsen maakt slachtoffers (2 december, pagina 13) heet Harrie Wegdam, niet Wegman.