Eurabië als we moslims niet kunnen sarren 2

God bestaat niet en Ayaan Hirsi Ali is een moedige vrouw. Redacteur Paul Steenhuis zet alle schijtlaarzen van divers pluimage eens goed op hun nummer in zijn beschouwing over de scheiding van kerk en staat (NRC Handelsblad, 30 november).

Die scheiding is een groot goed. Al het andere is een weg terug naar de Inquisitie. Zelfs al zou er een god bestaan, dan nog heeft iedereen de vrijheid om te beweren dat het niet zo is. En dat om de doodeenvoudige reden dat anderen bij hoog en bij laag mogen volhouden dat goden wel bestaan.

Eigenlijk is het te gek voor woorden dat mevrouw Hirsi Ali, en met haar een groeiend aantal andere mensen, door politie of leger beschermd moeten worden. Het zou vanzelfsprekend zijn als alle Nederlanders een veiligheidsgordel om haar heen zouden vormen.

Inclusief de import en zijn nakomelingschap die zich zo graag Nederlander noemt als het om geld en goederen gaat, maar voor de rest niets met onze cultuur van doen wil hebben. Wie aan dat cordon niet wil deelnemen, dient het land te verlaten.

Dát is de consequentie van solidariteit tegen de fascistische elementen in een boosaardige religie die het met de mensenrechten (vrouwen zijn ook mensen) niet nauw neemt. Een religie die bovendien uit is op wereldheerschappij en geen enkel middel schuwt om die te bereiken.

Mensen als Cohen, Van Mierlo en Donner zijn in de visie van Hirsi Ali Madurodampolitici, belegen relicten uit de softe jaren '60 en '70, toen Nederland zuchtte onder de terreur van de socio's en andere weekdieren. Zo zie je maar dat iemand uit een andere cultuur de Nederlandse situatie frank en vrij en objectief kan bezien.

Dames en heren, het is tijd om u te bekeren, of minstens te ontwaken. We beleven barre tijden, waarin zachte heelmeesters alleen maar stinkende wonden maken.