EU-grondwet geeft PS-leider vleugels

De Franse socialistische partij PS schaarde zich gisteren in ruime meerderheid achter de Europese grondwet.

Een `drievoudige overwinning' noemt François Hollande, leider van de Franse socialistische partij (PS), de uitslag van het interne referendum van gisteren, over de Europese Grondwet. 59 procent van de 100.000 partijleden (op 120.027 stemgerechtigden) die hun stem uitbrachten is vóór de grondwet. Volgens Hollande heeft niet alleen `Europa' gewonnen, maar ook de `democratie' en de partij. Het debat is immers in alle openheid gevoerd en met dit eerste interne referendum in haar bijna honderdjarige bestaan is de PS ,,een voorbeeld van vernieuwing''.

Van het trio overwinningen is gemakkelijk een kwartet te maken, zij het niet door Hollande zelf. Ontegenzeggelijk komt de niet-onbetwiste leider Hollande versterkt uit de strijd naar voren: omgekeerd, bij een overwinning van het `nee' was zijn positie als fervent voorstander van het 'ja' zo goed als onhoudbaar geworden. Hij had moeten gaan verkopen waar hij zich tegen had verklaard, en dat in de aanloop naar het door president Jacques Chirac in het vooruitzicht gestelde nationale referendum over de grondwet, volgend jaar.

Wat het laatste betreft, kan nog een overwinning worden toegevoegd, of althans een voorschot daarop worden genomen. De kans op acceptatie van de grondwet door het Franse volk is groter nu het sociaal-democratische deel ermee heeft ingestemd. Steen des aanstoots was immers het vermeende gebrek aan garanties voor een sociaal beleid, eerder een links dan een rechts thema.

In die zin kan president Jacques Chirac, die het idee van een grondwet in 2000 als eerste Europese leider opperde, opgelucht ademhalen. Niet voor niets verwees menig socialistische nee-stemmer naar de bizarre presidentsverkiezingen van 2002, waarin Chirac tegenover de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen kwam te staan. Links had toen noodgedwongen op de `ladenlichter' Chirac gestemd. Dat was eens maar nooit weer.

Ja-stemmers hadden even goed hun verborgen agenda's, al was het maar omdat het voor een gewoon mens vrijwel ondoenlijk is zich een evenwichtig oordeel te vormen over de even taaie als lijvige grondwet. Menigeen heeft vóór gestemd uit angst voor het isolement van de partij in de internationale politieke familie en, in het verlengde daarvan, van het land in Europa. Hun keuze werd ook ingegeven door vrees voor een schisma in de partij. De kans daarop bestaat met de overwinning van het `ja' ook, maar is minder groot, omdat de meeste kopstukken voorstander zijn van de grondwet.

In strategisch wikken en wegen leken de partijleden net op hun leiders. Het hele circus rondom het als blijk van democratische gezindheid door Hollande zo geprezen referendum was op z'n minst deels een gevolg van een interne machtsstrijd. Laurent Fabius, voortrekker van het verzet tegen de grondwet, is niet toevallig nummer twee van de partij. Als voormalig jeune premier – hij werd in 1984, op 38-jarige leeftijd, eerste minister – achtte hij zichzelf `presidentiabeler' dan de sowieso bleke Hollande, die zelfs nooit eenvoudig minister is geweest.

De ironie wil dat Hollande er door Fabius' nederlaag ineens beter voorstaat als kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2007. Zijn diagnose van `drievoudige overwinning' kan ook slaan op de onder hem behaalde eclatante zege van de PS bij de regionale en de Europese verkiezingen en, nu bij het referendum. Zijn pogingen zich te vereenzelvigen met de Spaanse premier en zielsverwant Zapatero, die ook zonder noemenswaardige ervaring het hoogste ambt is gaan bekleden, worden er in elk geval geloofwaardiger door.