De vloek van bezit van olie

Het bezit van olie is niet alleen een zegen, maar ook een vloek. Dat is een korte weergave van de constatering – nu bijna een doctrine – dat landen met veel natuurlijke hulpbronnen vaak tot de armste en corruptste landen ter wereld behoren. Rusland is het jongste voorbeeld. De vloek verklaart waarom het Kremlin olieconcern Yukos heeft ontmanteld en wil dat het staatsmonopolie Gazprom de bezittingen van het bedrijf overneemt. De vloek treft een land op twee manieren. De bloei van de grondstoffenindustrie gaat gepaard met een stijging van de wisselkoers. Daardoor komen andere sectoren van de economie onder druk te staan en wordt het land nog afhankelijker van zijn natuurlijke hulpbronnen. Ernstiger zijn de politieke effecten: de bloei trekt schurken aan en corruptie is het gevolg.

Hoe kunnen rijkelijk met hulpbronnen bedeelde landen de vloek weer tot een zegen maken? De meeste pogingen daartoe richten zich op de vraag wie de hulpbronnen moet beheren. Maar ieder antwoord daarop kent zijn eigen problemen.

Het toelaten van buitenlands kapitaal betekent slechts een gedeeltelijke oplossing, om nationalistische en veiligheidsredenen. En dikwijls – zoals met Shell in Nigeria en met BP in Colombia is gebeurd – wordt het buitenlandse bedrijf eveneens door de vloek besmet. Binnenlands privé-kapitaal maakt weinig verschil. De magnaten uit de grondstoffenindustrie kunnen het gevoel krijgen dat zij een zwakke regering kunnen gijzelen. Dergelijk gedrag plaveit de weg voor renationalisaties bij het aantreden van een nieuwe regering. Dat is in Rusland met Yukos gebeurd.

Autonome staatsbedrijven vormen wellicht een derde optie, maar politici hebben vaak de neiging uiteindelijk de volledige zeggenschap over deze bedrijven naar zich toe te trekken. Dat is drie jaar geleden met Gazprom gebeurd en twee jaar geleden met het Venezolaanse PdVSA. Ondemocratische landen, zoals Saoedi-Arabië, lijken de zaken op het eerste gezicht beter aan te pakken. De vloek van de natuurlijke hulpbronnen is niet alleen vervelend, maar lijkt ook onafwendbaar in landen die de sociale infrastructuur missen om de bloei van de grondstoffenindustrie in goede banen te leiden.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.