Bernhard: Ik ben liever te goed van vertrouwen

Prins Bernhard was vaak ongekend open in zijn gesprekken met de media. In de eerste periode na de Tweede Wereldoorlog sprak hij regelmatig over politiek, later meer over privé-zaken.

Voor de radio, na de bekendmaking van zijn verloving met prinses Juliana, 9 september 1936: ,,Ik ben heel gelukkig en mijn streven zal erop gericht zijn mijn aanstaande vrouw tot een werkelijke steun in het leven te zijn.''

In een toespraak voor Radio Oranje op 3 september 1944 bij aanvaarding van het commando over de Nederlandse Strijdkrachten: ,,Maakt zo spoedig mogelijk armbanden gereed, waarvan Gij de kleur zelf kunt vaststellen, maar waarop in elk geval met duidelijke letters het woord 'Oranje' moet staan. Gebruik deze echter niet zonder mijn bevel.''

Citaat uit Prins Bernhard in oorlogstijd (M. Brave-Maks, 1962), over een bezoek aan het vrouwenkamp in Westerbork, direct na de bevrijding: ,,Ze kusten me de hand en ik had ze allemaal zo graag terug willen kussen, maar de stakkers hadden nog geen bad gehad.''

In een rede, uitgesproken in de Ridderzaal in Den Haag op 4 mei 1955, tien jaar na de bevrijding: ,,Het is goed, dat wij de doden die ons ten gevolge van de oorlog ontvallen zijn herdenken, zeker op een dag als deze. Wij moeten hen gedenken, nu en altijd, maar wij moeten ervoor waken dat dit gedenken niet ontaardt in het periodiek doen herleven van gevoelens van vijandschap en wrok jegens hen die de aanleiding waren tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog: dat het ons niet leidt tot een ziekelijk stil blijven staan bij het verleden.''

Uit de biografie Prins Bernhard (Alden Hatch, 1962): ,,Ik ben liever te goed van vertrouwen met het risico van teleurstellingen, dan dat ik iedereen met argusogen bezie.''

In Elseviers Magazine, 6 mei 1978: ,,In mijn jeugd leefden wij in het tijdperk van vaders woord is wet, en hielden wij ons hoofdzakelijk bezig met paardrijden, tennisspelen en het naar school gaan. Tegenwoordig is dit anders en ik geloof dat dit goed is. De belangstelling van de kinderen is tegenwoordig veel breder en groter, zoals mij steeds weer blijkt uit de gesprekken die ik met mijn kleinkinderen voer.''

In het Algemeen Dagblad, 16 mei 1981, naar aanleiding van zijn veertigjarig jubileum als vlieger, vertelt de prins over ziektes en tegenslagen: ,,Ik ben zeker al zo'n keer of dertig, veertig in levensgevaar geweest. Maar onkruid vergaat niet.''

In Trouw, 17 september 1994, op de vraag of oorlogsherdenkingen in de toekomst moeten doorgaan, mogelijk samen met Duitsers: ,,Het antwoord op die vraag is moeilijk, voor een bevestigend zowel als ontkennend antwoord is iets te zeggen. Ik zou bijna zeggen: ermee doorgaan of ermee ophouden, het is betrekkelijk. Het is aan het Nederlandse volk daarover te beslissen. Anderzijds, de Engelsen hebben Poppy Day, de Fransen Wapenstilstandsdag, waarom wij dan niet 5 mei?''

Op 29 juni 2001, als Bernhard negentig wordt, zegt hij in een tv-gesprek met Maartje van Weegen dat hij elke dag met een biertje bij het ontbijt begint. En over zijn gezondheid: ,,Ik heb een enorme wil om te leven.”