`Arrestaties horen bij de pers in Soedan'

Mahjoub Salih, hoofdredacteur van de Soedanese krant Al-Ayam krijgt persprijs.

,,In Soedan moet je jezelf opofferen wil je journalistiek bedrijven.'' Mahjoub Mohamed Salih, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Al-Ayam, kan zich niet meer herinneren hoeveel keer hij is gearresteerd. ,,Ergens tussen de 40 en 50 keer sinds president Beshir in 1989 de macht greep'', schat hij. ,,De Soedanese pers heeft het nog nooit zo moeilijk gehad als onder dit regime.''

Vorige week besloot de Wereldassociatie van Kranten in Parijs haar jaarlijkse Gouden Vrijheidspen volgend jaar aan Mahjoub Salih toe te kennen, ,,want hij heeft een halve eeuw voor persvrijheid in Soedan gevochten''.

Achter een slagerij in een stoffig achterafstraatje in de hoofdstad Khartoum sjouwen bezwete mannen met zware kasten. Al-Ayam verhuist en volgens de hoofdredacteur is het niet zeker dat ,,we vandaag nog een krant kunnen maken''. De 76-jarige Mahjoub Salih begon in het vak in 1949 en richtte met twee medejournalisten in 1953 Al-Ayam op, Soedans eerste onafhankelijke krant. ,,Toen hadden we nog geen kantoor met kasten, we begonnen met vrijwel niets.''

Soedans eerste krant verscheen in 1903. ,,De pers was de eerste pressiegroep van burgers, lang voordat er politieke partijen of vakbonden bestonden. Journalisten waren de eersten die openlijk pleitten voor onafhankelijkheid.'' Eén jaar voor de onafhankelijkheid in 1955 rebelleerden zwarte regeringssoldaten in het zuidelijke Torit, het startsein voor een oorlog die nog steeds niet is beëindigd. ,,Die opstand kwam als een grote verrassing voor ons. Sindsdien heeft mijn krant altijd gepleit voor een aparte status voor het zwarte zuiden en voor een politieke oplossing.''

In het sterk gepolariseerde Soedan bestaan aparte kranten voor noorderlingen en zuiderlingen. ,,Al-Ayam is een nationale krant'', benadrukt Mahjoub Salih. Als enige stuurde Al-Ayam een jaar geleden een verslaggever naar het gebied onder controle van de rebellenbeweging, het SPLA. Sindsdien wil de verslaggever niet naar Khartoum terugkeren, uit vrees voor arrestatie. Mahjoub Salih maakt een handgebaar dat moet uitdrukken: hij moet niet zeuren. ,,Arrestatie behoort nu eenmaal bij het vak in Soedan.''

Militaire regimes blijken de grootste vijand van het vrije woord. In 1959 waren na een korte periode van burgerbestuur de soldaten aan de macht in Soedan. Zij verboden Al-Ayam voor de eerste keer. De derde keer was in 1970 toen de militaire president Numeiry alle Soedanese kranten nationaliseerde. Maar de repressie zou nog sterker worden. Met de staatsgreep van het moslimfundamentalistische regime van de huidige president Beshir brak de zwaarste periode aan voor de Soedanese journalistiek: alle onafhankelijke kranten werden in 1989 verboden. Pas na elf jaar zou Al-Ayam weer verschijnen en sindsdien opereert de krant onder uiterst moeilijke omstandigheden.

Mahjoub Salih glimlacht met een ondeugend vlaagje van triomf op zijn gerimpelde gezicht: ,,Gelukkig leerden de Soedanezen tussen de regels te lezen.'' Al-Ayam schrijft dus niet over de regering die de Arabische militie Janjaweed bewapende. Nee, het schrijft over de vele wapens die in Darfur bij de Janjaweed belanden, en die niet van buiten komen. ,,Op die manier begrijpen onze lezers heel goed wie de Janjaweed bewapent.''

Waar met geen woord over mag worden geschreven is de machtsstrijd van Beshir en vice-president Taha tegen hun voormalige mentor en ideoloog Hassan al-Turabi. ,,Daarover kunnen we alleen verklaringen van de regering publiceren.''

Soedans strijd voor het vrije woord wordt soms ook van binnenuit bedreigd. Tijdens de korte democratische periode in de tweede helft van de jaren tachtig schreef de toenmalige oppositiekrant Sudan Times over ,,de door een varken aangevoerde regering'' van premier Sadiq al-Mahdi. Mahjoub Salih vindt zo'n vergelijking met het meest onreine dier in de islam onaanvaardbaar. ,,Soms moet je jezelf inhouden. Niet wegens een beperking van de persvrijheid, maar om de fragiele vrede tussen bevolkingsgroepen niet in gevaar te brengen.''

Mahjoub Salih bleef tot zijn 76ste bij zijn krant om deze te beschermen. ,,Door mijn hoge leeftijd konden de autoriteiten me niet al te veel en al te lang oppakken. Zonder mij zou Al-Ayam vermoedelijk al lang gesloten zijn.'' Nog even wil hij volhouden: ,,Als er vrede komt tussen Noord- en Zuid-Soedan ga ik met pensioen.''

Naast het in het Arabisch geschreven Al-Ayam is de Engelstalige Khartoum Monitor van hoofdredacteur Alfred Taban de enig andere kritische krant. Taban is vol lof voor Mahjoub Salih: ,,Zijn prijs is een beloning voor álle strijders voor persvrijheid, dus ook voor ons bij de Khartoum Monitor.'' Taban vertelt gemiddeld vier keer per jaar te worden opgepakt door de veiligheidsdienst. In 1990 na Beshirs staatsgreep zat hij zeven maanden vast. In 2001 verdween hij achter de tralies wegens een verslag over een kerkdienst in Khartoum.

De Khartoum Monitor probeert de censuur te omzeilen door stukken over Soedan uit buitenlandse kranten over te nemen. ,,Want als wij dergelijke stukken zouden schrijven, gaan we achter de tralies'', vertelt Taban.

Zijn krant is bovenal voor de zwarte zuiderlingen en Taban wil met het vooruitzicht op vrede in het zuiden niet in Khartoum blijven. In januari verhuist het hoofdkantoor van zijn krant naar de zuidelijke stad Juba – in de hoop dat het toekomstige autonome Zuid-Soedan niet de pers gaat muilkorven. In het noorden moet Al-Ayam de fakkel voor een vrije pers brandend houden.