Veel culturen op veld, prestaties minder

Buitenlandse voetballers zijn niet altijd een aanwinst voor eredivisieclubs. Uit onderzoek bij Roda JC is gebleken dat toename van het aantal nationaliteiten heeft geleid tot slechtere prestaties.

Hoe groter de culturele verschillen, hoe minder kans een buitenlandse voetballer heeft om te slagen in de eredivisie. Trainer Foppe de Haan werd in zijn periode als trainer van Heerenveen soms wanhopig van Roemenen en Nigerianen. Sportsocioloog Maarten van Bottenburg weet waarom. Hij kwam na onderzoek bij Roda JC uit Kerkrade tot de conclusie dat een grote etnische diversiteit van de spelersgroep een negatieve invloed op de resultaten heeft.

De Haan en Van Bottenburg volgden elkaar onlangs op als spreker op een congres over sporthistorie in het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen. Op die manier sloot een rapportage van de directeur van het sportonderzoeksbureau W.J.H. Mulier Instituut naadloos aan bij het verhaal van de man uit de praktijk.

Waar trainer De Haan zijn ergernis over misverstanden en onaangepast gedrag van buitenlandse voetballers ventileerde, gaf wetenschapper Van Bottenburg een voorbeeld van de mogelijke gevolgen. Bekeken over de laatste vijftien jaar haalde Roda JC de hoogste klassering (tweede) in het seizoen dat de selectie uit drie nationaliteiten bestond, terwijl het dieptepunt (veertiende) werd bereikt met voetballers uit tien verschillende landen.

De Haan refereerde aan het jaar 1997, toen hij als gevolg van het Bosman-arrest, dat tot afschaffing van het transfersysteem binnen de Europese Unie leidde, werd geconfronteerd met het vertrek van veertien spelers. Heerenveen vulde het gat op met drie Nigerianen, drie Roemenen, twee Denen, een Belg, een Fin, een Nieuw-Zeelander en een Australiër. De communicatieproblemen waren evident, vooral met de Nigerianen en de Roemenen, die slecht of geen Engels spraken en andere opvattingen over voetbal hadden.

De Haan: ,,Basisbegrippen als links, rechts, voor- en achteruit en buitenspel, waren snel aangeleerd, maar dat lag moeilijker bij het uitleggen van een spelsysteem. Daar kwam bij dat die Roemenen erg `Italiaans' dachten, dus verdedigend waren ingesteld en vonden dat alles geoorloofd was om te winnen. Pas nadat ik had besloten hun intensief te helpen en meer belangstelling voor ze ging tonen, kreeg ik meer respons en lukte het me ze onze bedoelingen duidelijk te maken. Dat moest ook, want Heerenveen hecht aan een positief imago; maar dat moet wel door de spelers worden uitgedragen.''

De Nigerianen vormden eveneens een bron van onrust bij Heerenveen. Volgens De Haan hadden zij vooral last van hun `yes boss-cultuur' en waren ze sociaal moeilijk inpasbaar. Een van de problemen was volgens de huidige trainer van Jong Oranje dat die Afrikanen niet gewend waren te discussiëren. ,,Het was altijd okay boss', maar eenmaal uit je zicht deden ze de meest afschuwelijke dingen. Zoals Emanuël Ebiede, die een auto voor zich opeiste omdat het bij zijn status vond passen, hoewel hij geen rijbewijs had. Bij zijn theorie-examen bleek vervolgens dat hij noch kon lezen noch kon schrijven. En op een goede dag deelde hij me plotseling mee dat hij stopte met voetballen'', aldus De Haan.

Het is geen toeval dat Heerenveen geen Roemenen en Nigerianen meer in zijn selectie heeft, maar zich vooral oriënteert op Scandinaviërs. Die hebben zoals Van Bottenburg in zijn onderzoek vaststelt aanzienlijk minder aanpassingsproblemen. Zoals De Haan ook bij Heerenveen heeft ervaren. ,,Scandinaviërs zitten dicht tegen de Nederlandse cultuur aan, ze zijn snel zelfstandig en kiezen bewust voor Heerenveen als tussenstation voor een topclub'', weet de oud-trainer van de Friese club

De selectie van Roda JC is in essentie dan ook anders samengesteld dan die van Heerenveen. Waar Heerenveen nu voetballers zoekt die bij de cultuur van de club passen, let Roda JC meer op de individuele kwaliteiten in combinatie met de (toekomstige) marktwaarde van een speler. Met als gevolg dat in Limburg de sociaal-culturele problemen groter zijn.

De capaciteiten van een speler is objectief te beoordelen, maar dat ligt gecompliceerd bij zijn vermogen tot aanpassing. Dan is de kans op misverstanden en miscommunicatie plotseling groter.

Van Bottenburg heeft in zijn onderzoek die factoren in een meeteenheid proberen uit te drukken. Hij noemt dat de M&O-score, waarbij hij onderscheid maakt tussen spelers uit de verschillende werelddelen. Juist uit toepassing van die M&O-score blijkt hoezeer Roda last heeft van de cultuurverschillen. Geen wonder, want de club had en heeft een selectie met opvallend veel spelers uit verre landen.

Het is sowieso opmerkelijk dat de grootste groep buitenlanders in de eredivisie bij elkaar opgeteld uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië komt. Dat een extreme mix van buitenlandse spelers bij nationale topclubs als Ajax en Feyenoord op het eerste gezicht beter functioneert, schrijft Van Bottenburg toe aan het verschil in begrotingen. Met meer geld koop je betere kwaliteit en is de kans kleiner dat een speler slecht zal functioneren.