Rouwen om een faillissement

Voor veel ondernemers betekent een faillissement een klap die ze nauwelijks te boven komen. Geldzorgen, faalgevoelens en het gemis van het bedrijf veroorzaken veel pijn. ,,Het is te vergelijken met het verlies van je kind.''

Lopend gaat hij het centrum van Purmerend niet meer in, maar vanuit de auto wil Hans van der Groep wel laten zien waar zijn vroegere restaurant was. Inmiddels zit er een café. ,,Kijk, die bloembakken waren nog van ons en we hadden dezelfde luifels, maar dan in het groen.'' Aan de overkant van het plein hadden Van der Groep en zijn broer Marcel een tweede restaurant. Een jaar geleden moesten ze het ene verkopen en ging het andere failliet.

De laatste keer dat Van der Groep over het plein wandelde, zo'n twee maanden geleden, kwam de groenteboer naar hem toe. De broers kochten tot een jaar geleden wekelijks voor 700 euro bij hem in, na het faillissement stond er nog 400 euro open. In het bijzijn van Van der Groeps ouders, vrouw en kind, riep de man: ,,Hé, ik hoor dat je huis verkocht is, blijft er nu ook iets voor mij over?'' ,,Ik ging door de grond'', vertelt Van der Groep. Hij wist nog netjes te antwoorden, eenmaal thuis sloegen de stress en de woede toe. Om dit soort situaties te vermijden, blijft Van der Groep liever thuis of gaat hij met de – geleende – auto op pad. Hij komt sowieso niet graag bekenden tegen. ,,Altijd vragen ze: `Wat doe je nu?' Als ik dan zeg dat ik niets doe, reageren ze met: `Oh, dan heb je er zeker veel aan overgehouden'. Terwijl ze precies weten wat er is gebeurd.''

Voorzitter Arnold van der Voort van de Stichting Diensten aan Gefailleerden (STIDAG) legt uit: ,,Failliet gaan is niet alleen een financiële kwestie. Van de ene op de andere dag verander je van een geslaagd zakenman in een paria.'' Bij de STIDAG krijgen mensen die (bijna) failliet zijn zakelijk advies. Er zijn 2.300 gefailleerden bij de stichting aangesloten, merendeels oud-ondernemers. Ervaringsdeskundige Van der Voort: ,,Gefailleerden worden arrogant behandeld en voelen zich buitenspel gezet door de curator. Het zijn soms net ongeleide projectielen als ze hier voor het eerst komen. Dan gaan ze met hun vuist op tafel slaan. Hun hele ziel en zaligheid heeft in dat bedrijf gezeten.''

Het bedrijf van de broers Van der Groep was vorig jaar een van de 6.386 bedrijven die failliet gingen. Dit jaar zullen dat er meer zijn: 2004 dreigt een recordjaar te worden wat betreft het aantal faillissementen. Vooral het aantal eenmanszaken en kleine ondernemingen dat failliet ging, steeg in 2004.

Curator Barend de Roy van Zuidewijn merkt dat de betrokkenheid van de directeur-eigenaar bij dat soort bedrijven het grootst is. ,,Als een bedrijf dat je zelf hebt opgebouwd afbrokkelt, is dat natuurlijk ellendig. Ook hebben die eigenaren zich vaak persoonlijk borggesteld bij de bank. Dat kan verregaande consequenties hebben, dat ze bijvoorbeeld hun huis moeten verkopen.''

Dat laatste overkwam Hans en Marcel Van der Groep. Bijgestaan door hun ouders en Hans' vrouw vertellen ze dat ze begonnen als ondernemer omdat ze beide een zeldzame bloedziekte hebben. Werken bij een werkgever lukte niet – ze waren te vaak ziek – en in plaats van een WAO-uitkering aan te vragen, begonnen ze voor zichzelf. Nadat het fout was gegaan, stonden ze beiden op straat. De spanning en de opeenstapeling van tegenvallers werden hun bijna te veel. Marcel van der Groep: ,,Ik heb bij de psychiater gelopen, ik slaap geen nacht. Ik ben gestrest, moet huilen.'' Hans van der Groep: ,,Ik ben nu een jaar failliet en ben nog nooit zo ziek geweest. Mijn vrouw is ook overspannen en zit aan de prozac.'' Hun moeder mengt zich in het gesprek: ,,Het ergste vind ik dat ze als criminelen worden behandeld. Terwijl ze altijd hebben gevochten om te werken, met hun zieke lijf.''

Voor mensen als de broers Van der Groep bestaat sinds afgelopen zomer de stichting Hart Zonder Zaak. Daar kunnen ex-ondernemers die hun bedrijf gedwongen zijn kwijtgeraakt met lotgenoten praten over hun ervaringen. Tot nu toe hebben zich zo'n 25 belangstellenden gemeld. Oprichter Toralt Deinum merkte dat, toen hij zelf in die situatie zat, er niets bestond voor mensen zoals hij. Deinum verwoordt wat veel leden van de stichting voelen: ,,Men heeft tig jaar een bedrijf gehad, belasting betaald en zich uit de naad gewerkt. Nu krijgt men niets en doet de overheid moeilijk over een uitkering. Dat is onrechtvaardig.''

Deinum noemt het verwerken van een faillissement een rouwproces. ,,Het is te vergelijken met het verlies van je kind. Ik denk dat veel mannen er zo tegenaan kijken.'' Toen hij acht jaar geleden moest stoppen met zijn boodschappenbezorgservice werd hij ziek, kwam hij in een geloofscrisis terecht en trachtte hij zijn verdriet te verdoven met seksuele contacten. Dat duurde een paar jaar, toen realiseerde hij zich dat hij moest nagaan wat er echt met hem aan de hand was.

Stichting Zorg om Boer en Tuinder (ZOB) doet al elf jaar hetzelfde als Hart Zonder Zaak, maar dan voor agrariërs. Per jaar stoppen 4.000 boerenbedrijven, een deel daarvan gedwongen door de financiële situatie. Bij ZOB vinden oud-eigenaren een luisterend oor. ,,Wij onderstrepen dat het niet hun schuld is'', vertelt vrijwilliger Rein van den Bosch. ,,Tot voor kort keek iedereen naar stoppers als mislukte mensen. Wij zeggen: voel je niet mislukt, het is niet zo dat je geen goede boer bent geweest.'' Voor boeren is het verlies van het bedrijf misschien ingrijpender dan voor anderen, vertelt Van den Bosch. ,,Voor een aantal betekent het dat ze moeten verhuizen naar een rijtjeshuis. Dan zijn ze het buitenleven kwijt, het één zijn met de natuur.''

Door alle spanning rond een faillissement lopen veel huwelijken op de klippen, vertellen Deinum van Hart zonder Zaak en Arnold van der Voort van STIDAG. De STIDAG heeft het onderzocht: van 90 procent van de gefailleerden die bij de stichting aankloppen, gaat de relatie kapot. Van der Voort: ,,Of de man of de vrouw wilde ondernemer zijn, de ander is gevolgd. Als die dan failliet gaat, vliegen de verwijten over tafel.'' Deinum voegt daaraan toe dat stellen uit elkaar kunnen groeien doordat ze het verlies op een verschillende manier verwerken. Of doordat de partner van de ondernemer geen zin heeft in de geldzorgen en `ze raar aangekeken worden door de buren'.

In het ergste geval ziet de oud-ondernemer geen uitweg meer en pleegt hij zelfmoord. Rein van den Bosch van Zorg om Boer en Tuinder zegt dat hij zich wel eens zorgen maakt of iemand die hij heeft gesproken `geen gekke dingen gaat doen'. Arnold van der Voort vertelt geëmotioneerd dat hij 25 afscheidsbrieven heeft liggen. ,,Van mensen die het knokken niet meer konden opbrengen.'' Cijfers van hoeveel gefailleerden uit het leven stappen zijn er niet, maar zelf heeft hij ooit de proef op de som genomen: van enkele kantons belde hij honderd oud-ondernemers van wie het bedrijf vijf jaar daarvoor failliet was gegaan. Over de uitkomst wil hij niets zeggen, alleen dat er in het kanton met het laagste aantal zelfmoorden vijf gefailleerden of hun partners rond het faillissement een einde aan hun leven hebben gemaakt.

Sommige oud-ondernemers komen met hun klachten in de professionele hulpverlening terecht. Ockenburgh Prevent, een bedrijf dat gespecialiseerd is in arbeidsrelevante psychische problematiek, heeft hier ervaring mee. Directeur en psychotherapeut Ria Reul onderstreept dat het doormaken van een rouwproces na een faillissement normaal is. Ook zij vergelijkt de reactie op het verlies van een bedrijf met die op het verlies van een familielid. ,,Het rouwen is een gezonde reactie op een vervelende situatie. Ze moeten eerst dat proces door, voor ze iets nieuws kunnen beginnen.'' In het begin betekent dit veel verdriet en emotionele toestanden, later komt, als het goed is, het evenwicht terug. ,,Pas als het rouwproces stagneert, als mensen blijven steken in verdriet of boosheid, gaan we ze behandelen.'' Reul denkt dat het helpt als ondernemers bij de start van hun bedrijf beter worden voorgelicht. Zodat ze weten dat er een grote kans is dat het misloopt, en wat ze vervolgens voor financiële en persoonlijke problemen kunnen verwachten. ,,Nu overvalt het mensen te veel.''

Als het eigen bedrijf wegvalt, zal een oud-ondernemer een nieuwe baan moeten vinden. Dat is niet makkelijk, vertelt Toralt Deinum. Sinds de beëindiging van zijn bedrijf heeft hij een paar keer werk gehad, nu is hij twee jaar werkloos. Sollicitaties verlopen ongemakkelijk, vertelt hij, voor een werkgever voelt het vreemd om een ex-baas tegenover zich te hebben. ,,Kunt u nog wel voor een baas werken?'' krijgt hij steevast te horen. Geen vraag die helemaal uit de lucht gegrepen is, geeft Deinum toe. ,,Als je eenmaal de vrijheid hebt geroken,laat je je moeilijk weer aansturen.''

Opnieuw een eigen bedrijf beginnen is nauwelijks een optie voor iemand die diep in de schulden is geraakt. Niemand die dan krediet zal verlenen. Hans van der Groep zou het graag willen, alleen al om zijn zoontje van anderhalf financieel meer te kunnen bieden. ,,Als iemand me zou helpen een klein hotelletje te beginnen in Spanje, zou ik geen moment twijfelen.''

Voorlopig zitten zijn broer en hij gewoon in Nederland, binnenkort begint de sanering van hun schuld. Omdat ze allebei geen werk hebben, betekent dat, door de schuldsanering, enkele jaren een inkomen onder bijstandsniveau. Hoe houden ze dat vol? Hans van der Groep: ,,We proberen met elkaar toch een beetje lol te hebben. Een vriend heeft ons uitgenodigd bij hem sinterklaas te vieren. Dan doen we een cadeautje van 1 euro, maar wel met een heel groot gedicht.''

Ex-ondernemers die met lotgenoten willen praten over het verlies van het eigen bedrijf kunnen terecht bij:

Stichting Hart Zonder Zaak: www.hartzonderzaak.nl

Voor agrariërs die steun zoeken bij de beëindiging van hun bedrijf bestaat stichting Zorg om Boer en Tuinder: www.stichtingzob.nl

Wie failliet is of failliet dreigt te gaan, kan voor zakelijk advies aankloppen bij de Stichting Diensten aan Gefailleerden: www.stidag.nl