Primakov verdedigt Miloševic voor hof Den Haag

De vroegere Russische premier Jevgeni Primakov heeft gisteren voor het Joegoslavië-tribunaal gezegd dat Slobodan Miloševic nooit van plan is geweest een Groot-Servië te stichten. Primakov trad op als getuige in het proces tegen de oud-president van Joegoslavië.

Volgens de aanklagers was de stichting van Groot-Servië, het verenigen van alle gebieden op de Balkan waar vooral Serviërs woonden, het belangrijkste motief voor de misdaden waarvan ze Miloševic beschuldigen. De oud-president is aangeklaagd voor genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden.

Primakov zei dat Miloševic hem in maart 1993 had verzekerd dat ,,Groot-Servië een theorie was, die alleen ten koste van veel bloedvergieten kon worden verwezenlijkt''. Miloševic zou hebben gezegd dat hij daar niet toe bereid was.

Primakov was vanaf 1991 chef van de Russische inlichtingendienst. In 1996 werd hij minister van Buitenlandse Zaken en van 1998 tot in 1999 was hij premier van Rusland. Hij zei gisteren dat landen in het westen, vooral de VS en Duitsland, het geweld in ex-Joegoslavië hadden aangemoedigd. De Joegoslavische federatie moest ,,kapot'' worden gemaakt, aldus Primakov. Servië werd door de ,,anti-Servische westerse pers tot agressor bestempeld''. Dat was volgens Primakov volkomen onterecht. Hij zei dat hij als hoofd van de inlichtingendienst onderzoek had gedaan naar de politieke strategie van de NAVO-landen. Volgens hem was de oorlog in Bosnië voor die landen een ,,proefterrein voor westerse ambities'', ze wilden ,,nieuwe inhoud'' geven aan de veiligheidstaken van de NAVO. Het doel was het bondgenootschap op te laten treden buiten de grenzen van de NAVO-lidstaten.

De Verenigde Staten en hun bondgenoten deden er volgens Primakov alles aan om Joegoslavië te verzwakken. Zij maakten daarom in de tweede helft van de jaren negentig gebruik van een organisatie die ze eerder terroristisch hadden genoemd, het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK). Het UÇK, zei Primakov, was met de oorlog in Kosovo begonnen. Het blokkeerde met geweld de vredesonderhandelingen. Maar de westerse landen gaven de Serviërs de schuld en beschouwden de ,,UÇK-terroristen'' als vrijheidsstrijders.

Primakov beschreef de westerse politiek ten opzichte van Kosovo als volkomen te kwader trouw. In maart 1999 begon de NAVO met de Kosovo-oorlog. Eind maart 1999 sprak Primakov in Belgrado met Miloševic. Hij vloog daarna naar de Duitse EU-voorzitter in Bonn, bondskanselier Schröder, om hem op de hoogte te stellen van ,,de vele toezeggingen'' die Miloševic hem had gedaan om de bombardementen te stoppen. ,,Schröder luisterde niet eens'', zei Primakov.