Piramide zweeft gevaarlijk boven stad New York

De toekomst gaat er steeds ouder en ouderwetser uitzien. Waren we na Blade Runner al gewend geraakt aan het begrip `used future', in Immortel (ad vitam) keren zelfs de Egyptische goden in het New York van 2095 terug om hun onsterfelijkheid te verliezen. Immortel, of Immortals zoals de Engelse titel voor de internationale markt luidt, is de eerste grote speelfilm van de in 1951 in Belgrado geboren striptekenaar Enki Bilal, die als jongetje met zijn ouders naar Parijs vluchtte. De postkapitalistische, pre-apocalyptische wereld van de sciencefiction is zijn natuurlijke habitat, zijn tekenstijl is visionair en grimmig.

Aan Immortel lagen de eerste twee delen van zijn Nikopol-trilogie ten grondslag, La foire aux immortels uit 1980 en La femme piège uit 1986. Zijn hoofdpersonen Horus, inderdaad, de Egyptische god met de valkenkop, Jill Bioskop, het marmerwitte meisje met het blauwe haar dat indigo tranen huilt, en de menselijke held Alcide Nikopol zijn hedendaagse cult-iconen. Bilals bizarre universum, vol vliegende ijskasten, mensen, cyborgs en mengvormen is een moderne toekomstmythologie.

Geen wonder dus dat de strippolitie en de Bilal-puristen in de aanslag lagen om te beoordelen of alles wel volgens met stripboekje gebeurde. Nee dus. Hoewel Immortel bepaald geen lieflijke film genoemd kan worden, is hij stilistisch veel zachter en bijna romantischer dan de albums. Dat komt door de vertaling van de tweedimensionale tekeningen naar de driedimensionele wereld van de computeranimatie en live-action-film: veel wat eerst hoekig was, werd rond. Acteurs en computer-creaties interacteren lustig met elkaar. En het moet gezegd: aangezien Bilals fantasieën zo rijk geschakeerd en gelaagd zijn, doet die futuristische melting-pot van wezens en stijlen nog geloofwaardig aan ook.

De grootste winst van Immortel is waarschijnlijk dat nu meer mensen de weg weten te vinden naar Bilals grafische werk. Als filmmaker is het hem toch meer om de visuele aspecten van het medium te doen, dan om de verhalende. De plot van Immortel steekt zelfs nogal bleekjes af tegen de virtuositeit waarmee hij in zijn albums gebeurtenissen aan elkaar weet te vertellen.

Maar dan zie je weer die piramide gevaarlijk boven New York zweven en dat Egyptische oog, alsof in de toekomst het dollarbiljet zelf tot leven is gekomen om over de wereld te heersen, vertegenwoordigd door de perfide Allgood. Wat een beeld! Hebben we nog iets anders nodig om de boodschap te begrijpen? De poorten van die hel worden bewaakt door jakhals Anubis, de grenswachter van het dodenrijk en de uitvinder van het mummificeren en de katachtige Bastet, godin van de vruchtbaarheid. Godenzoon Horus, het kind van Isis en Osiris, de meester van het aardse rijk, heeft in Bilals toekomst geen toekomst.

Immortel wordt voorafgegaan door de wervelende en werkelijk oogstrelende animatiefilm Topor et moi van Sylvia Kristel, waarvoor Juan de Graaf, Milan Hulsing en Stefan Vermeulen speels, licht en geestig tekeningen verzorgden. Kristel bewijst in de voice-over eer aan haar leermeesters en in het bijzonder tekenaar Roland Topor. Maar die tuttige en ijdele autobiografische notities slagen er zonder pardoes in het filmpje de nek om te draaien.

Immortel (ad vitam). Regie: Enki Bilal. Met: Linda Hardy, Thomas Kretschmann, Charlotte Rampling, Frédéric Pierrot, Thiomas M. Pollard, Yann Colette. Derrick Brenner. Voorafgegaan door Topor et moi. Regie: Sylvia Kristel. Animaties: Juan de Graaf, Milan Hulsing, Stefan Vermeulen. In: Filmmuseum Cinerama, Amsterdam; Filmschuur, Haarlem; The Movies, Utrecht.