Peijs stelt strengere eisen aan NS

Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA) heeft de eisen aan NS voor het gebruik van het hoofdrailnet in de komende jaren, aangescherpt. De Tweede Kamer had dat eerder van haar gevraagd.

Vrijwel alle partijen in de Tweede Kamer vonden dat Peijs al te gemakkelijk aan NS een vergunning wilde geven voor gebruik van het hoofdrailnet voor de komende tien jaar. De Kamerleden wilden alleen akkoord gaan als de minister meer service en veiligheid voor de reizigers wilde afdwingen bij het spoorbedrijf.

De minister zegde vervolgens toe om opnieuw te gaan onderhandelen met NS, maar niet over alle wensen. Alleen de punten waarover een meerderheid in de Tweede Kamer het eens was, zouden worden ingebracht. Om die reden komt in de vervoersconcessie (vergunning) geen bijzondere eis aan jaarlijks tariefstijgingen. Peijs wijst er op dat de (ontwerp)concessie bepaalt dat de stijging gebonden is aan de inflatie en aan de vergoeding die NS moet betalen voor het gebruik van het net.

Uit de brief van Peijs blijkt dat NS niet op eigen houtje kan besluiten om stations te stoppen met de bediening op de stations. De NS-directie moet een dergelijk besluit eerst voorleggen aan de minister. Er komt meer controle op zaken als veiligheid, reinheid zowel in de treinen als op de stations. Het vervoerbedrijf krijgt nog tot 2030 de tijd om de treinstellen toegankelijk te maken voor gehandicapten.

Het spoorbedrijf zal de regionale vervoerder ruim baan moeten geven op het net, zodat er geen stagnatie optreedt en alle reizigers verzekerd zijn van goed openbaar vervoer.

Peijs zal ook ,,de kans dat een reiziger in de trein een conducteur treft'' mee laten tellen bij de beoordeling van de geleverde prestatie. Tevens moeten de spoorwegen de seniorenkaart ,,met een substantiele korting'' handhaven, belooft de minister.

De minister laat de Tweede Kamer verder weten niet te zullen afdwingen dat NS meer treinen laat rijden. Ze vindt wel, overeenkomstig de wens van veel fracties, dat NS moet werken aan de groei van het aantal reizigers.

Als de directie besluit om grote wijzigingen aan te brengen in het vervoerplan ,,zonder dat de vervoersvraag daar aanleiding toe geeft'' zal de minister instemming met het plan onthouden. Ook in de toekomst moeten reizigers en goederen volgens Peijs ,,betrouwbaar, veilig en betaalbaar''worden vervoerd.