Een auto, een appartement, het kon niet op

Ambtenaar A. uit Hoorn had de schijn gisteren tegen, vond de rechter. A. zou zich hebben laten omkopen door een bouwbedrijf in het `Koop-clubje' met een auto en een appartement.

,,Die ambtenaar rijdt in een auto van mij'', zou een directeur van Koop Tjuchem tijdens de vrijdagmiddagborrel van zijn bouwbedrijf trots tegen zijn collega's geroepen hebben. En voor de caravan gold hetzelfde.

,,U zegt: zo is het niet gegaan'', vroeg de rechter gisteren aan de voormalig ambtenaar van de gemeente Hoorn. ,,Zo niet'', antwoordt Jan A.

Hoe dan wel, wil hij niet zeggen. De voormalig directeur gemeentewerken – hij werkte 23 jaar bij Hoorn – moest zich gisteren verantwoorden in de maandenlange reeks van bouwfrauderechtszaken tegen bouwbedrijven, bestuurders en ambtenaren. Omdat de andere zaken zoals die tegen klokkenluider Ad Bos van eerder deze week complexer zijn, waren ze pro forma. De zaak van A. was deze week de eerste die inhoudelijk behandeld werd.

Voor de caravan heeft justitie het bewijs niet kunnen rondkrijgen, maar volgens officier van justitie A. Zwaneveld kon over de Renault Espace geen twijfel bestaan. Deze staat sinds 1992 op naam van Geva, een dochterbedrijf van Koop, zo blijkt uit gegevens voor de rijksdienst voor het wegverkeer. Dat terwijl A. er jaren in rijdt. Via een omweg – werknemers van bouwbedrijf Koop die zelf nooit in de auto reden – belandt de auto uiteindelijk jaren later op naam van A., die geen antwoord wil geven op vragen van de rechter over hoe hij de auto heeft gekregen, behalve dat hij bij serviceclub Rotary iemand heeft ,,ontmoet'' van wie hij de auto kon kopen. ,,Het lijkt mij verder beter dat ik op dit moment zwijg.''

Naast A. moeten deze week ook een ambtenaar van de provincie Zuid-Holland en vier ambtenaren van rijkswaterstaat voor de rechter verschijnen. A. vindt het onterecht dat juist híj terecht moet staan. Direct na het bekend worden van de bouwfraude in 2001 werd duidelijk dat Hoorn als flink bouwende groeigemeente jarenlang innige banden met regionale bouwbedrijven onderhield. Accountant Deloitte & Touche deed meerdere onderzoeken naar de gemeente waaruit dit bleek. De rechter spreekt van een ,,Koop-clubje'' in Hoorn, waar bouwers, ambtenaren en journalisten elkaar ontmoetten.

A. zou in deze cultuur van ,,smeren, smeren, smeren en fêteren'' (in de woorden van de officier van justitie) een van de dochterbedrijvan van bouwer Koop bevoordeeld hebben. Deze divisie, Krul, stond niet op een lijst om mee te dingen naar het baggerproject van een lokale jachthaven. A. haalde daarop een andere bouwer van deze aanbestedingslijst af, en voegde Krul toe. Een oud-collega van A. vertelde dat de politie.

,,Dat kan ik me niet herinneren'', zegt A.

,,Als je zoiets nog nóóit in je leven hebt gedaan, zou ik me kunnen voorstellen dat je zegt: `nee''', reageert de rechter terwijl hij met zijn vuist op tafel slaat.

A: ,,Ik denk dat u niet moet vergeten dat ik deze werknemer helaas heb moeten ontslaan.''

Naast het aannemen van de auto wordt A. er ook van beschuldigd zich te laten omkopen met een appartement in de Amsterdamse Vrolikstraat. Hij kocht dat in 1994 om zijn twee in Amsterdam studerende dochters te huisvesten, maar kon het in 1997 niet langer betalen. Het werd ongezien gekocht door een dochterbedrijf van bouwbedrijf Koop, ver onder de marktprijs. Volgens A. was die lage prijs zo afgesproken zodat als tegenprestatie de dochters nog enkele jaren daar konden blijven wonen, volgens de officier van justitie was het simpelweg omkoping. Voordeel: 46.800 gulden.

A. had het bedrijf ,,via het landelijke blad van de Rotary'' te koop gezet, zo legt hij uit. ,,Iemand meldde zich als koper. Dan ga je daarmee in gesprek.'' De rechter vraagt zich af of dat achteraf gezien wel verstandig was, omdat A. zakelijk met Koop omging. ,,U begaf zich op glad ijs. 1 + 1 = 2, denken mensen, waar rook is, is vuur en nog meer van dat soort oneliners.'' A. geeft geen antwoord. De rechter: ,,Op het moment dat de vragen lastig worden, beroept meneer zich op het zwijgrecht.''

A. werd in mei opgepakt en zes dagen vastgehouden. De politie doorzocht zijn huis, zijn werkplek en de gemeente ontsloeg hem oneervol. Dat vecht de 62-jarige A. aan. ,,Mijn inkomen is nu nul. Dit was niet hoe ik het me voorgesteld had. Ik heb een enorme knauw gekregen.''

De officier eist een werkstraf van 180 uur en een voorwaardelijke celstraf van vier maanden. Uitspraak: 14 december.

    • Freek Staps