Apotheker op afstand ziet fouten niet

Het kabinet wil de eis laten vallen dat de apotheker lijfelijk aanwezig is in de apotheek. De apothekers zijn tegen. Ook de Raad van State heeft bedenkingen.

De landelijke apothekersorganisatie KNMP wil niet dat een apotheker meerdere apotheken tegelijk gaat runnen. Zij vreest dat daardoor de kwaliteit in het gedrang komt. Bovendien is zij bang dat het voor zorgverzekeraars en winkelketens te gemakkelijk wordt om medicijnen aan de man brengen.

,,Zij zouden dan kunnen volstaan met een apotheker ergens op een kantoor in Zaandam of Leusden en in hun apotheken kunnen volstaan met goedkopere assistenten. Maar die apotheker in dat kantoor kan nooit zo goed zicht houden op de kwaliteit van hulpverlening in de apotheken als de apotheker die zelf in de apotheek bij het verstrekken van medicijnen aanwezig is'', zegt voorzitter Marga van Weelden van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie.

De apothekersorganisatie heeft dan ook grote moeite met het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer deze week behandelt. Hierin wordt de eis geschrapt dat een apotheker tijdens de openingsuren van een apotheek fysiek aanwezig is. De wet wil, zoals in de toelichting wordt gezegd, het mogelijk maken dat de zorgverzekeraars de regierol in de farmaceutische zorg waar kunnen maken zonder gebonden te zijn aan de `traditionele' apotheek en apotheker. De grotere concurrentie die daarmee wordt beoogd, heeft al geleid tot de komst van winkelketens (zoals de drogisterijen DA en Etos) op de medicijnenmarkt.

Van Weelden nuanceert de suggestie als zou de KNMP de komst ervan willen verhinderen. ,,Apothekers hebben geen moeite met concurrentie. We juichen het natuurlijk niet toe, maar we hebben ook niets tegen de komst van ketens als bijvoorbeeld DA. Maar dan wel op voorwaarde dat de huidige kwaliteitsnormen worden gehandhaafd.''

Het wetsvoorstel dat in de zomer van 2002 door (demissionair) minister Borst (Volksgezondheid) bij het parlement werd ingediend, is een uitvloeisel van het dereguleringsbeleid van de twee paarse kabinetten. Om betere mededinging mogelijk te maken en de zorgverzekeraars zinvol een regierol te geven, moesten enkele belemmeringen worden opgeruimd. Het laten vallen van de eis om in elke apotheek een apotheker fysiek permanent aanwezig te laten zijn, is er daar een van. Het verbod om voor meerdere apotheken tegelijk als apotheker op te treden stamt uit de tijd dat een groot deel van de medicijnen nog in de apotheek zelf werd bereid. Tegenwoordig worden voor het overgrote deel voorverpakte medicijnen afgeleverd.

Dit mag dan volgens Van Weelden wel zo zijn, het doet naar haar mening niets af aan de belangrijker wordende rol als kwaliteitsbewaker die de apotheker krijgt toebedeeld.

Bovendien, zo schreef Van Weelden vorige week de Kamer, frustreert de minister met de maatregel zijn eigen beleid. Hij wil immers dat de apotheker intensiever betrokken wordt bij het voorschrijven van medicijnen – de apotheker moet zijn rol als hulpverler juist versterken. ,,Van dat voornemen kan niets terechtkomen als patiënten, huisartsen en verzekeraars in de apotheek geen apotheker aantreffen om de zorg te verbeteren als het gaat om zaken als therapietrouw, nepmedicijnen, herhaalmedicatie of doelmatig voorschrijven'', aldus Van Weelden in haar brief. Zij wijst er daarnaast op dat minister Hoogervorst onlangs nog in Brussel heeft verklaard dat er in een apotheek altijd een apotheker moet zijn.

De KNMP staat niet alleen in haar kritiek. Ook de Raad van State kraakt in zijn advies over het wetsvoorstel harde noten. Zo noemt de Raad het `opmerkelijk' dat in de toelichting op het wetsvoorstel wordt gezegd dat opheffing van het verbod verantwoord is, omdat de kwaliteit van de hulpverlening wordt gegarandeerd doordat de apothekers afgesproken normen hanteren – terwijl diezelfde normen de aanwezigheid van de apothekers tijdens de openingstijden voorschrijven.

Volgens de Raad van State is dit des te vreemder nu de regering in het hetzelfde wetsvoorstel de apothekers onder het regime van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) wil brengen en daarmee de apotheker als gelijke naast huisartsen en medisch-specialisten plaatst. De apotheker wordt medeverantwoordelijk voor het resultaat van de behandeling (en mede-aansprakelijk als er bij keuze of dosering van medicijnen fouten zijn gemaakt).

Met het onder de WGBO brengen wordt aan een lang gekoesterde wens van de apothekers voldaan. Ze krijgen daardoor gemakkelijker toegang tot de medische gegevens van de patiënt en worden medeverantwoordelijk voor diens farmaceutische behandeling (en dus ook medeaansprakelijk als het ergens mis gaat).

Voor veel apothekers is dit een bevestiging van wat ze al dagelijks doen. Ze hebben dagelijks te maken met fouten in recepten of onduidelijkheid over de therapie, waar met de voorschrijvende arts over gesproken moet worden. Van Weelden: ,,In mijn apotheek gebeurt dat, ondanks alle zorgvuldigheid waarmee wordt voorgeschreven, zo'n drie tot vier keer per dag en dan gaat het echt om ernstige fouten.''