We leven in Eurabië als we moslims niet kunnen sarren

Critici van Ayaan Hirsi Ali, de zero kwetsers, vinden haar waarheid kwetsend. Maar strijden voor de emancipatie van onderdrukte gelovigen, dát getuigt pas van fatsoen, vindt Paul Steenhuis.

Nu Ayaan Hirsi Ali gisteren in een interview in deze krant, het eerste na de moord op Van Gogh, gezegd heeft ,,Ik ga me absoluut niet aanpassen'', is het des te belangrijker om even stil te staan bij de pleitbezorgers van het aanpassen, of de zero kwetsers, zoals ik ze noemen wil.

Je hebt ze in alle soorten en maten, en vooral onder de columnisten en opinieleiders zijn er veel, die er op hameren dat je met de gevoeligheden van allochtonen sterk rekening moet houden.

Kampioen van die zero kwetsers is een columnist van deze krant, Anil Ramdas, die vorige week in zijn column (NRC Handelsblad, 22 november) betoogde dat Nederlanders eigenlijk niets meer moeten doen om extremistische moslims te kwetsen. Hij citeerde met instemming een Indiase historicus, die hem deze `praktische' theorie aan de hand had gedaan. In de woorden van Ramdas: ,,Extremistische moslims, pas bekeerde moslims of herboren moslims, kunnen of willen of mogen niet interpreteren. Een belediging zullen ze niet zien als een grapje of slechts als een wijze van zeggen. [...] Het is domweg niet praktisch mensen te beledigen en te kwetsen. [...] Als je hem [een herboren moslim] sart en plaagt, vat hij het letterlijk op, met gevolgen die niet zijn te overzien.''

Zou het vervolg op Submission, een nieuwe film die de ondergedoken Hirsi Ali wil maken over de onderdrukkende werking van de islam op het individu, als sarren beschouwd worden, door een extremistische moslim? En het boek waaraan het bedreigde Tweede-Kamerlid vertelde te werken, Shortcut to enlightenment, om moslim een korte weg naar de Verlichting te wijzen, zou dat plagen of erger nog zijn, in de termen van Ramdas?

Daaraan kan geen twijfel bestaan. Als we de heilloze weg van Ramdas' gedachtegang – en hij is niet de enige die zo denkt – volgen, wat mag dan nog eigenlijk wel? Je hoeft geen islamgeleerde te zijn, om te weten dat alles wat wij in het Westen doen verkeerd en goddeloos is in de ogen van een rechtgeaarde internationale moslimextremist. Ook al zijn we er niet op uit zo iemand te kwetsen, dan nog is er reden tot aanstoot bij de extreemgelovige – op dat aspect gaat Ramdas helemaal niet in. Vorige week bijvoorbeeld, werd opnieuw een `waarschuwing' tegen de Amsterdamse wethouder Achmed Aboutaleb op internet geplaatst, volgens dagblad Trouw: ,,U [Aboutaleb] en vele zogenaamde moslims met u, die een concept van scheiding tussen kerk en staat onderschrijven hebben helemaal geen benul van het islamitische concept of zijn gewoon hardnekkige ongelovigen,'' aldus de internet-dreigbrief.

Scheiding tussen kerk en staat kwetsend, dus die dan ook maar opheffen? Salman Rushdie, al sinds 1989 door extremistische moslims bedreigd wegens godslastering, heeft zich na de aanslagen op 11 september in de VS in The Washington Post al over deze materie uitgelaten en daar, vind ik, zeer wijze dingen over gezegd. Om te beginnen noemde hij de internationale moslimextremisten geen moslims, maar tirannen. En hij maakte duidelijk dat ook ondermeer `vrouwenrechten, pluralisme, secularisme, korte rokken, dansen, baardloosheid, de evolutieleer, seks' stenen des aanstoots zijn in ogen van deze tirannen. De enige manier om ze te weerstaan is ónbevreesd voor onze manier van leven kiezen, aldus Salman Rushdie, expert.

Mijn grote probleem ligt niet bij de moslims, die in dit land vrijheid van godsdienst hebben, en dat ook moeten houden, en volop moeten participeren in onze samenleving – zoals Hirsi Ali en de vermoorde Van Gogh ook vinden en vonden. Er was zelfs geen andere cineast in Nederland die allochtone jonge acteurs, ook Marokkaanse boefjes, zo veel kansen bood als Theo van Gogh. Maar goed, dat is in het gemekker over fatsoen en geitenneuker-geschoktheid geheel ten onder gegaan.

Het grote probleem ligt bij al die niet-moslims die denken dat extreem voorzichtig zijn in het publieke debat Nederland leefbaarder maakt. Zij brengen Nederland terug in de tijd, de zeventiende eeuw, toen Spinoza – een geïntegreerde Nederlandse jood – niet mocht zeggen dat God niet bestond en dat er geen van God gegeven ordening was die de man boven de vrouw plaatst.

In feite eisen de critici van Hirsi Ali, de zero kwetsers, hetzelfde van haar. Hou je mond, je waarheid is te kwetsend, hij mag niet gehoord worden. Oud-burgemeester Ed van Thijn van Amsterdam zei in een radio-interview onlangs dat hij vond dat Hirsi Ali en Van Gogh met hun film Submission, tegen de onderdrukking van de moslimvrouw, eigenlijk wel de grens van de vrije meningsuiting hadden overschreden.

Religiekritiek wordt eigenlijk steeds als racisme gezien, en is daarmee in feite onmogelijk geworden in Nederland. De arabist Hans Janssen schreef afgelopen zaterdag in Trouw een somber stemmend artikel over dhimmitude (spreek uit zimmietuude). Een dhimmi is een jood of christen die het oppergezag en de superioriteit van de islam erkent, en leeft in Arabisch islamitische landen. ,,Een opstandige dhimmi kan worden gedood of als slaaf worden verkocht,'' schrijft Jansen: ,,Hun leven wordt op een pathetische manier door voorzorgzucht jegens de islam in beslag genomen.'' Die dhimmitude, de voorzorgzucht om de islam maar niet te kwetsen, ziet Jansen hier ook, in de reactie van ondermeer de autoriteiten en opinieleiders. Volgens hem laat de Nederlandse elite zich intimideren `in naam van de islam'.

Als dat zo is, dan leven we in Nederland al in Eurabië, zoals de Italiaanse schrijfster Oriana Fallacci West-Europa noemt in haar boek La rabbia e l'orgoglio, dat in haar visie in feite al een (geestelijke) kolonie is geworden van islamitisch Arabië. Dat zou betekenen dat individuele vrijheid, emancipatie en democratie aan het verdampen zijn. Dat zou betekenen dat het satirische lied van Monty Python, Never Be Rude To An Arab (Beledig nooit een Arabier), dat eindigt in een grote explosie waarbij de zanger wordt opgeblazen, bittere ernst wordt.

Laten we hopen dat het nog niet zover is. Hoewel schrijver Geert Mak zaterdag in deze krant in zijn stuk in de bijlage Opinie & Debat al duidelijk neigde naar het idee, dat ongelovigen (hij noemde het `seculieren') zich ook aan de huidige `ongekende situatie' aan moeten passen. Het was niet helemaal duidelijk wat hij nu bedoelde toen hij schreef dat ,,op het gebied van ethiek en moraal een inhaalslag gemaakt moet worden, juist en vooral binnen seculiere groeperingen.'' Bedoelt hij daarmee dat het onfatsoenlijk is het g-woord te gebruiken?

Als hij daarmee bedoelt dat we niet meer mogen zeggen dat God niet bestaat en godsdiensten verzinsels zijn, die tot ellende en ondemocratische wantoestanden kunnen leiden, dan ben ik het hartgrondig met hem oneens. Zeggen dat God niet bestaat, en strijden voor de emancipatie van onderdrukte gelovigen, dat vind ik een kwestie van fatsoen.

Paul Steenhuis is redacteur van NRC Handelsblad.

www.nrc.nl/opinie : Artikelen Anil Ramdas en Geert Mak.