Spaanse terreurlessen

De voormalige Spaanse premier Aznar getuigde gisteren voor de parlementaire enquêtecommissie die de aanslagen van 11 maart in Madrid onderzoekt. Zijn optreden was van grensoverschrijdend belang. Van de fouten die Spanje maakte bij de preventie en aanpak van deze in Europa ongekende daad van terrorisme kan elders worden geleerd.

Het optreden van de voormalige regeringsleider van een land dat trots mag zijn op zijn rigoureuze terreurbestrijding, was echter teleurstellend. Aznars getuigenis reduceerde de enquête tot een tribune voor aanvallen op politieke tegenstanders en op de pers. Zijn complottheorieën vormden een karikatuur van de werkelijkheid. De regering-Aznar zou geen enkele blaam treffen, en wie anders meent, is een leugenaar. Aldus de oud-premier.

De Spaanse kiezers hebben drie dagen na de aanslagen hun oordeel geveld over de manier waarop Aznar en de zijnen in de dagen na de aanslag consequent de verkeerde daders aanwezen – de Baskische terreurorganisatie ETA – terwijl de politie al op een ander spoor zat. De regering verspreidde haar onjuiste boodschap tot in de Verenigde Naties toe. De afgelopen maanden is veel meer duidelijk geworden. Criminelen roofden jarenlang ongestoord honderden kilo's springstof uit Spaanse mijnen, nota bene met hulp van informanten die hiervan de politie op de hoogte stelden. Het was deze springstof die aan de terroristen van 11 maart werd verkocht. De weigering van Aznar om politieke verantwoordelijkheid voor deze blunders te erkennen en het applaus dat hij hiervoor ontvangt binnen zijn eigen partij, staat verbetering van de terreurbestrijding in Spanje in de weg.

De parlementaire enquête leert dat in Spanje en elders in Europa de politieke aandacht voor radicaal-islamitische terreur eind vorig jaar danig was verslapt, ondanks `9/11' en de aanslag in Casablanca in 2003. Dat was tenminste de conclusie van de voor de commissie gehoorde oud-EU-commissaris van Justitie, Antonio Vitorino. Politiek ging alle aandacht naar de oorlog in Irak, een kwestie die weinig of niets met terreurbestrijding te maken had. Intussen werkten politie- en inlichtingendiensten langs elkaar heen, zowel op nationaal als internationaal niveau. Er werd te weinig geïnvesteerd in het chronische gebrek aan specialisten en vertalers. Europese regelgeving die Europol meer armslag moet geven bij terrorismebestrijding, is nog steeds niet geratificeerd door de lidstaten, zo getuigde Europees terreurcoördinator Gijs de Vries voor de commissie in Madrid.

De Spaanse enquête maakt andermaal duidelijk dat terreur grensoverschrijdend dient te worden bestreden. Het onderwerp staat ook door de moord op Theo van Gogh overal hoog op de agenda. De ervaringen leren dat er nog veel te verbeteren valt aan de effectiviteit van politie en justitie, met name op het moeilijk grijpbare internationale niveau. Tot de Spaanse lessen behoort ook het gegeven dat niet alle terreur hetzelfde is, al concludeerde oud-premier Aznar gisteren het tegenovergestelde. Integendeel. De aanpak vereist precisie, analyse en vooral samenwerking. En de wil en het vermogen om er politieke verantwoording over af te leggen.