Servische methoden in Oekraïense revolutie

De vroegere Servische jeugdbeweging Otpor heeft een sleutelrol gespeeld in de voorbereiding van de vreedzame straatrevolutie in Oekraïne – zoals ze dat vorig jaar al deed in Georgië.

Hoe `Servisch' is de vreedzame straatrevolutie in Kiev? Het nu al een week durende vreedzame protest op het centrale plein van de Oekraïense hoofdstad heeft veel gemeen met twee andere vreedzame revoluties uit het recente verleden: het gebrek aan geweld, de bijna vrolijke sfeer, het gebrek aan agressiviteit jegens politieke tegenstanders, de ludieke acties, de ironische posters, en vooral: het uithoudingsvermogen van vele tienduizenden aanhangers van Viktor Joesjtsjenko, die ondanks de kou al een week in Kiev op straat staan. Er staan genummerde tenten voor zevenduizend mensen die al twee weken vóór de verkiezingen klaar lagen, er zijn slaapzakken, er is soep, en brood, en medicijnen, afval wordt opgeruimd, er is een herkenbare ordedienst, er zijn toegangspasjes, een strak aflossingsschema, een registratiesysteem, en heel veel discipline – kortom: het protest is zeer goed georganiseerd.

Het is eerder vertoond: in Belgrado, waar in oktober 2000 het bewind van Slobodan Miloševic ten val werd gebracht, en in Tbilisi, waar een jaar geleden president Edoeard Sjevardnadze na een `rozenrevolutie' het veld moest ruimen. De overeenkomsten zijn geen toeval, want activisten van de vroegere Servische jongerenbeweging Otpor (Verzet) hebben na het succes in Belgrado hun ervaringen gedeeld met gelijkgezinden in Tbilisi en in Kiev.

Otpor was in de jaren negentig een jeugdbeweging die het met geweldloze ludieke acties opnam tegen Miloševic. Ironie en spot waren haar voornaamste wapens. De beweging was effectief, vooral omdat ze ongeorganiseerd was, geen leiders had, en dus moeilijk aan te pakken was. Otpor slaagde waar de onderling verdeelde oppositiepartijen faalden omdat Otpor niet had wat die partijen wel hadden, een politieke agenda en een leider met ambities.

Otpor is opgegaan in een Centrum voor Geweldloos Verzet, dat zetelt op de zestiende verdieping van een flat in hartje Belgrado. En vandaar exporteert ze de methoden van de revolutie van oktober 2000 – naar Tbilisi, waar een op Otpor lijkende organisatie, Kmara (Genoeg), werd gesticht, en nu naar Kiev.

Een van de activisten van toen, Danijela Nenadic, zei vorige week tegen het Institute for War and Peace Reporting (IWPR) dat het Centrum nauw betrokken was bij de `rozenrevolutie' in Tbilisi en dat ze nu even nauw betrokken is bij de `kastanjerevolutie' in Kiev. Sinds maart vorig jaar zijn er contacten met Oekraïense studentenbewegingen. In april kwamen achttien Oekraïense activisten naar Novi Sad, de hoofdstad van de Vojvodina, voor een workshop van een week van het Centrum over geweldloos verzet tegen autoritaire regimes en de ervaringen van Otpor. ,,Het ging daarbij om vragen als de organisatie van vreedzaam verzet, het motiveren van mensen, hoe campagne te voeren, hoe boodschappen duidelijk over te brengen, hoe parallel stemmen te tellen, hoe fondsen te werven, hoe om te gaan met de media, hoe posters te maken. Ze pikten het allemaal snel op. Ze hebben genoeg kennis en creativiteit in huis'', zo zei een andere oud-activist van Otpor, Siniša Šikman, eveneens werkzaam voor het Centrum voor Geweldloos Verzet, tegen het persbureau AP. ,,Uithoudingsvermogen is de sleutel tot succes'', zei hij. In Servië hadden de activisten eind 1996 en begin 1997 al eens drie maanden op straat gekampeerd om Miloševic te dwingen een zege van de oppositie bij lokale verkiezingen te erkennen. ,,Het grootste verschil tussen de Serviërs van toen en de Oekraïners van nu was dat Oekraïeners moeilijker te motiveren zijn. Zij waren banger dan wij'', aldus Šikman. Volgens Danijela Nenadic lag dat vooral aan het feit dat de Serviërs tien jaar lang tegen Miloševic hebben gevochten en het Oekraïense verzet betrekkelijk nieuw is.

Overigens zijn ex-Otpor-activisten niet zelf in Oekraïne aanwezig, al was dat eigenlijk wel de bedoeling. Toen een van hen, Aleksander Maric, twee weken geleden naar Kiev reisde, werd hij op het vliegveld aangehouden en teruggestuurd. Nu volgen Šikman en Nenadic de gebeurtenissen in Kiev vanuit hun Belgradose kantoor.

Het Centrum biedt buitenlandse activisten regelmatig de mogelijkheid om `cursussen' van een dag tot een week lang bij te wonen om zich te verdiepen in de ervaringen van Otpor. De activiteiten van het Centrum worden voor een groot deel gefinancierd door de Amerikanen – Amerikaanse adviseurs, opiniepeilers en diplomaten, zo berichtte vorige week The Guardian, werken nauw samen met de ex-activisten van Otpor en de twee grote Amerikaanse partijen en Amerikaanse niet-gouvernementele organisaties sturen geld. Richard Miles, voormalig Amerikaans ambassadeur in Belgrado, speelde in 2000 al een sleutelrol bij het omverwerpen van Miloševic. Een jaar geleden speelde hij als Amerikaans gezant in Tbilisi opnieuw een rol toen Sjevardnadze werd gewipt. In Oekraïne steken de Amerikanen volgens de internet-krant Zaman officieel veertien miljoen dollar in de campagne van de oppositie. Onbekend is hoeveel het in werkelijkheid is geweest.

Twee keer boekten de Servische activisten voor democratie succes. Een derde succes lijkt eraan te komen, in Kiev. Maar één poging mislukte: in Wit-Rusland. Ook daar werd een op Otpor lijkende organisatie gesticht, Zoebr. Maar daar kwam de campagne niet van de grond. Toen niet. Maar deze week werden in Minsk alweer activisten opgepakt die oranje folders uitdeelden – oranje is de kleur van het verzet in Oekraïne.