Overheid zet zelf journalisten op het foute spoor

Bij al het geklaag van de overheid over `de media' die klok en klepel lustig door elkaar halen, wordt over het hoofd gezien dat diezelfde overheid het op het punt van informatievoorziening laat afweten, meent Mark Kranenburg.

Komende donderdag praat de Tweede Kamer met premier Balkenende over de begroting Algemene Zaken. Het voorlichtingsbeleid van de overheid zal dan zeker aan de orde komen. Maar minstens zo belangrijk is de openbaarheid van de informatie voor burgers en media.

De afgelopen tijd is heel wat geklaagd over de journalistiek. Onzorgvuldig, incidentgericht, hypegevoelig, het zijn maar een paar van de telkens in het debat terugkerende trefwoorden. Ontkennen van de kant van de journalistiek heeft geen zin: de voorbeelden liggen voor het oprapen. Hooguit kan gevraagd worden om enige nuance: het ene journalistieke medium is nu eenmaal niet te vergelijken met het andere.

Of dat iemand als minister Donner van Justitie geruststelt, valt te betwijfelen. Hij ontpopte zich in mei van dit jaar tijdens een bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging van Journalisten als één van de bezorgden. ,,Een toenemend deel van het werk van de overheid bestaat in het rechtzetten van wat verslaggevers eerder uit hun verband hebben gerukt; in het uitleggen waar de klepel hangt bij krantenberichten die de klok hebben horen luiden'', aldus de minister annex ervaringsdeskundige.

Maar zou er niet al heel wat gewonnen zijn, als de overheid zelf vanaf het begin de klepel bij de klok zou leveren? Het eigenaardige is dat Donner als informateur het bij de jongste kabinetsformatie juist op dát punt heeft laten afweten. Stukken openbaren die ten grondslag lagen aan de mislukte formatiebesprekingen van CDA en PvdA? Geen sprake van, oordeelde Donner. Hierdoor zou ,,het functioneren van het politieke bestel op een vrij centraal punt geraakt worden'', zei hij in de Kamer.

Pijnlijker is dat de hoogste bestuursrechter, de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de weigering tot openbaarmaking van formatiestukken deze zomer naar aanleiding van een door deze krant aangespannen procedure heeft gefiatteerd. Zorgwekkend is dat sindsdien vanuit de Tweede Kamer totaal geen actie is ondernomen om de wet dan maar aan te passen. Temeer daar diezelfde Tweede Kamer al in 2003 door middel van een motie vroeg om meer stukken uit de kabinetsformatie te mogen inzien. Zo dreigt de kabinetsformatie, toch al een van de meest duistere elementen in het staatsbestel, een nog schimmiger geheel te worden.

In april 2003 vroeg de toenmalige VVD-fractievoorzitter Zalm in de Tweede Kamer om de berekeningen van het Centraal Planbureau die hadden geleid tot het mislukken van de formatiebesprekingen tussen CDA en PvdA. Vanuit beide partijen was wel veel gezegd over het rekenwerk van het Planbureau, maar de stukken zelf bleven op last van informateur Donner onzichtbaar. Ze maakten deel uit van het onderhandelingsproces tussen partijen. Die moesten in het Nederlandse systeem dat is gebaseerd op coalitievorming kunnen uitgaan van vertrouwelijkheid, zei Donner.

Deze argumentatie werd later overgenomen door minister Brinkhorst van Economische Zaken toen deze krant met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur bij hem als verantwoordelijke voor het Centraal Planbureau om de voor het mislukken van de formatie zo cruciale stukken had gevraagd. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaf hem in een beroepsprocedure gelijk. ,,Openbaarmaking doet afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid waarin deze standpunten zijn geformuleerd'', zei de bestuursrechter. Het belang van openbaarmaking woog niet op tegen het belang van de bij de kabinetsformatie betrokkenen, luidde zijn oordeel.

Hoezo belang van betrokkenen? Wie zijn dan eigenlijk de echte betrokkenen? De politici die na vaak maandenlang achter gesloten deuren onderhandelen al dan niet een compromis weten te bereiken? Of zijn het misschien de kiezers die nadat ze hun stem hebben uitgebracht maar moeten zien tot welke coalitie die stem uiteindelijk leidt? Hebben die laatsten geen recht op verantwoording voor wat zich vaak tijdens ellenlange besprekingen aan de onderhandelingstafel heeft afgespeeld? Hoe paternalistisch is een land waar een informateur kan beweren dat formatiestukken voor altijd geheim moeten blijven omdat anders geen ,,stabiele coalities'' meer mogelijk zijn?

De `oude Drees' karakteriseerde al in 1966 de maandenlang durende kabinetsformaties als ,,een zwakke plek in de Nederlandse democratie''. Dat partijen tijdens een kabinetsformatie in beslotenheid met elkaar onderhandelen, zal vrijwel iedereen kunnen billijken. Maar beslotenheid tijdens het proces rechtvaardigt wel maximale openbaarheid achteraf. Hierin voorziet het Nederlandse systeem in het geheel niet. Zo is niet alleen voor journalisten tot op de dag van vandaag onduidelijk wat precies is misgelopen tussen CDA en PvdA in het voorjaar van 2003, ook latere historici zullen het moeten hebben van de verhalen in plaats van de feiten. Met het gevaar van veel klokken, maar weinig klepels in de terminologie van Donner.

Om dit te veranderen moet de altijd bij een kabinetsformatie aanwezige schemerzone zo beperkt mogelijk worden gehouden. Dat kan door informateurs te verplichten een dossier bij te houden en dit na afloop van hun werkzaamheden over te dragen aan de minister-president die toch al verantwoordelijkheid draagt voor het verloop van de formatie. Deze zou vervolgens die stukken moeten openbaren. Was dat ,,met het oog op goede en democratische bestuursvorming'' ooit niet ook één van de doelstellingen van de Wet Openbaarheid van Bestuur?

,,De overheid moet veel meer zelf actief met openbaarmaking van informatie bezig zijn en daarvoor nieuwe media en eigen kanalen gebruiken'', zei minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing) in een toespraak tegenover overheidsvoorlichters. Met nieuwe media en eigen kanalen is de voor het overige zo zuinige overheid volop bezig. Vele extra miljoenen worden uitgetrokken om beleid ,,te communiceren''. Nu de actieve openbaarmaking nog. Zodat journalisten kunnen berichten op basis van de feiten. En waardoor de door minister Donner zo gewenste ,,echtheid van de beschreven werkelijkheid'' beter is gegarandeerd.

Mark Kranenburg is correspondent van NRC Handelsblad in Brussel. Als toenmalig politiek redacteur van deze krant voerde hij een WOB-procedure in verband met de openbaarmaking van de informatiestukken over de formatie 2003.