Nultolerantie

Wanneer Cruijff spreekt wordt het stil op aarde, wanneer Eddy Merckx spreekt luistert Noordwest-Europa. Merckx heeft gesproken (in Het Nieuwsblad):

,,Een topsporter moet zich kunnen verzorgen en moet daartoe geneesmiddelen kunnen gebruiken.''

Aha, dit is de liberale visie die me uit het hart gegrepen is.

,,Op voorwaarde natuurlijk dat de ethiek van de sport wordt gerespecteerd en dat de middelen niet prestatiebevorderend zijn. Als dat geneesmiddelen zijn die niet schadelijk zijn voor de gezondheid, waarom dan niet?''

Het kenmerk van een geneesmiddel is doorgaans dat haar werking de schadelijke bijwerkingen overtreft. Elk geneesmiddel is in essentie prestatiebevorderend en in sportethische zin verwerpelijk. Net als een potje Davitamon. Davitamon is niet verboden, maar duidelijk moge zijn wat Merckx bedoelt.

,,Ik kan me voor honderd procent vinden in de antidopingcontroles, maar ik vind ergens toch wel dat ze met de nultolerantie een stap te ver zetten.''

Afgelopen zomer zag ik archiefbeelden een huilende Merckx. ,,Ik heb het niet gedaan ik heb het niet gedaan.'' Eddy plaste positief in de Giro, het ging om medicijnen die niet prestatiebevorderend waren, en niet schadelijk voor de gezondheid. Hij maakte meteen gewag van een anti-Merckxcomplot. Vandaag roept de ouderling van de omerta dan eindelijk wat hij dertig jaar geleden van de daken had moeten schreeuwen.

Ik heb nooit positief geplast. Wat zegt dat over mij? In ieder geval dat ik een gemankeerde wielrenner ben. Eén positief plasje is het minste dat op het palmares van een wielrenner thuis hoort. Maar stel dat het wel ooit van gekomen was, zou ik in alle toonaarden hebben ontkend? Ik denk het niet.

In het hart was (en ben) ik een romanticus, maar in het hoofd graast (en graasde) de nuchtere koe. Ik hanteerde het principe: eerst voelen, dan pas geloven. Daarom durf ik te beweren dat het traktaat dat Verboden Lijst genoemd werd, niet meer was dan een fopspeen van een of ander hartstochtelijk gewenst Kwaad. Davitamon, dat hielp. En bier, zorgvuldig gedoseerd. En pillen en spuiten wanneer je ziek was.

Ik ben van 1957, maar ik verzeker u dat ik sinds 1950 niet meer geïnteresseerd ben in het domein van bijvoorbeeld de krachtsport, daar waar de anabole steroïden niet de beste atleet maar de beste dokter op het hoogste podium brengen. Het wielerpeloton werd pas eind jaren tachtig op gewelddadige wijze door de epo ontmaagd.

Ik heb de gouden laboratoriumromantiek nog net mogen meemaken, de wanhopige speurtocht naar de verlossende elixers en spectaculaire doseringen, de epoque waarin over deze of gene coureur nog een bewonderend gefluister kon woorden gehoord: `Amai, zoveel troep in zijn donder, en toch de Tour winnen!'

Als geschiedenisles mag dit ook wel eens gezegd.

Het onbeduidende Franse coureurtje, mijn dierbaar collegaatje Régis Clère, werd na uitputting eens betrapt op een of ander aansterkend hormoon. Tegen een journalist zei hij: `Maak je toch niet zo druk, ik ben beroepswielrenner'.

Eddy Merckx had beslist niet hoeven huilen in de Giro.