ICRC: marteling op Guantánamo Bay

Het Internationale Rode Kruis heeft de Verenigde Staten ervan beschuldigd op de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay psychologische en fysieke dwang ,,gelijkwaardig aan marteling'' te gebruiken.

Dat meldt de Amerikaanse krant The New York Times vandaag. De krant is in het bezit van een samenvatting van een rapport van een delegatie van het Internationale Rode Kruis (ICRC), die in juni een bezoek bracht aan de basis waar de VS sinds januari 2002 vermeende Al-Qaeda- en Talibaanstrijders vasthouden.

Het ICRC concludeerde na haar bezoek dat de VS een systeem gebruiken dat is ontwikkeld om de vrije wil van de naar schatting 550 gevangenen te breken en hen volledig van hun ondervragers afhankelijk te maken door ,,vernederende handelingen, eenzame opsluiting, uitersten in temperaturen en het gebruik van gedwongen houdingen''. Ook spreekt het ICRC over gevangenen die zijn geslagen.

De methoden waren volgens de delegatie aanzienlijk ,,geraffineerder'' en ,,onderdrukkend'' dan die zij bij eerdere bezoeken zag. Het ICRC heeft zich, tegen de eigen richtlijn om het stilzwijgen te bewaren in, meermalen publiekelijk uitgesproken over de onzekere toestand waaronder de gevangenen worden vastgehouden op de Amerikaanse basis.

In haar rapport stelt het ICRC verder dat artsen en ander medisch personeel deelnemen aan de voorbereiding van de ondervraging door informatie over de geestelijke gezondheid van de gedetineerden prijs te geven. De delegatie noemt dit een ,,schandelijke schending van medische ethiek''.

De Amerikaanse regering, die het rapport van het Internationale Rode Kruis in juli onder ogen kreeg, ontkent de beschuldigingen. In een verklaring stelt het ministerie van Defensie, dat het gezag heeft over de basis, dat ,,de VS een veilige, menselijke en professionele operatie hebben op Guantánamo Bay, die waardevolle informatie oplevert voor de oorlog tegen terreur''.