Het verloren paradijs

Het was zaterdag even slikken voor Maarten 't Hart. De schrijver, die verjaardagen haat, kreeg in zijn geboortestad Maassluis een expositie omdat hij zestig is geworden.

Organist Jaap Kroonenburg van de Groote Kerk in Maassluis speelt enthousiast `Lang zal hij leven' en Marije van Rijnswou, conservator van het Gemeentemuseum, refereert in enkele zinnen aan de zestigste geboortedag van de schrijver. ,,Had ik dat geweten, dan was ik niet gekomen'', moppert de auteur na afloop van de plechtigheid in de consistoriekamer.

Enigszins gespannen neemt de jubilaris plaats, in gezelschap van zijn 84-jarige moeder, zijn broer Arie en zuster Lenie, de burgemeester en de wethouder. ,,Een bezoek aan Maassluis heeft voor mij naast plezierige ook altijd onprettige kanten. Niet iedereen hier houdt van mij. Het is een zeer christelijke gemeenschap.'' De auteur, die in zijn werk afrekent met kerk en geloof, schudt zijn glas jus d'orange en constateert opgelucht: ,,In deze consistoriekamer ben ik tenminste veilig.''

Het had maar een haartje gescheeld of de plechtigheid was niet doorgegaan. Familieleden hadden met een boycot gedreigd als Gerry Hanneman op de bijeenkomst de tweede druk van het boekje Mijn vaderstad (een literaire rondwandeling door Maassluis) zou mogen presenteren. De eerste versie van het boekje was ooit door Lenie 't Hart geschreven, maar afgekeurd, waarna het werk was overgenomen door Hanneman, secretaris van de Historische Vereniging Maassluis. ,,Een kleinsteeds probleem'', sust burgemeester J.A. Karssen. ,,Ik sta hier buiten'', zegt de schrijver, tegenwoordig woonachtig in Warmond.

Nee, de expositie zou hij die middag niet bezoeken. ,,Dan krijg ik weer allerlei vragen naar mijn hoofd.'' 's Ochtends had de conservator hem al een privé-rondleiding gegeven en, eerlijk is eerlijk, hij had genoten. ,,De tentoonstelling geeft een goed beeld van mijn jeugd. Een arme tijd, al heb ik die toen niet zo ervaren. Het waren de mooiste jaren van mijn leven.''

Het Gemeentemuseum heeft nadrukkelijk niet gekozen voor een literaire expositie, omdat die meer thuis zou horen in het Letterkundig Museum. Bovendien kun je 't Hart, zo weten ze in Maassluis, geen groter plezier doen dan met een ode aan de jaren vijftig, de tijd van zijn jeugd. 't Hart is er gek op. De periode van de Solex, De Bonte Dinsdagavondtrein en vrouwen die slechts een broek aantrokken als het vreselijk koud was, en dan alleen nog onder de jurk.

En dan natuurlijk de `Konijnenbuurt', waar de jonge Maarten opgroeide in een strak weekritme waaraan geen mens durfde te tornen. Maandag wasdag, dinsdag strijkdag, vrijdag het loonzakje en zaterdag in bad, zoals 't Hart in De steile helling omschrijft. Het museum heeft aan de hand van die in 1988 verschenen roman het `verloren paradijs' tot leven gewekt. Een wringer en wasketel symboliseren de maandag (,,de ergste dag der week, de enige dat mijn moeder geen psalmen zong''), een radiotoestel – met daar bovenop een collectebusje van de Vrije Universiteit – de woensdag, en een kerkzaaltje de zondag.

Donderdag was een ,,lege dag, die er alleen maar toe diende om de week vol te maken. Een dag zonder goed of kwaad.'' Woensdag en zaterdag waren vanwege de vrije uren de mooiste dagen en misschien won de woensdag het zelfs, want ,,het leek op de zaterdag, alleen je hoefde je niet te wassen''. De zondag was het drukst: twee keer naar de Zuiderkerk, koffie zetten voor de visite en naar zondagsschool.

De beste herinneringen koestert de schrijver aan de zondagen waarop dominee Mans uit Rozenburg kwam preken. Omdat de man zo stotterde – ,,praten op afbetaling'', zoals vader 't Hart het omschreef – ging de familie niet naar de gereformeerde kerk, maar naar de hervormde Groote Kerk. Daar openbaarde voor Maarten 't Hart zich het wonder van de muziek. ,,Dat Garrels-orgel behoort tot mijn mooiste jeugdherinneringen'', zegt de schrijver, nadat hij vol vuur een prelude van Bach heeft gespeeld. ,,In mijn jeugd werd onze organist hervormd, puur vanwege dat orgel. Hij zou wel in de hel komen, hoorden wij.''

`Een boek komt tot leven, de jeugd van Maarten 't Hart' t/m 16 mei in Gemeentemuseum Maassluis, Zuiddijk 16-18 di t/m zo 14-17 uur. Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen.