Falende beveiliging (Gerectificeerd)

De kritiek van Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) op de `mentale wereld' van minister Donner (Justitie, CDA) die zó fatsoenlijk is dat hij ongeschikt zou zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor de veiligheid, heeft een implicatie die vérstrekkender is dan alleen de persoon van deze bewindsman. Bij de bescherming van politici en publieke personen als de vermoorde cineast Van Gogh is aan het licht gekomen dat de Nederlandse autoriteiten twee jaar na de moord op Pim Fortuyn kennelijk weinig hebben bijgeleerd.

Eerst was er op 2 november de moord op Van Gogh. Tijdens het debat hierover hielden de ministers Donner en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) hardnekkig vast aan de cirkelredenering dat hij niet beveiligd hoefde te worden omdat hij niet beveiligd hoefde te worden. Maar ook direct na de moord vertoonde het optreden van het beveiligingsapparaat feilen. Zo overnachtte Hirsi Ali na de moord op Van Gogh gewoon op haar normale adres zonder persoonsbeveiliging. Daar werd zij in de vroege ochtenduren gestoord door een man die bij haar aanbelde. Dat is normaal gesproken reeds alarmerend, maar onder deze omstandigheden levensgevaarlijk. Pas daarna werd zij op andere plaatsen ondergebracht. Dan is er de verlate reflex om VVD-fractievoorzitter Van Aartsen te beveiligen: pas twee dagen nadat de Amsterdamse autoriteiten kennis hadden genomen van de bedreigingen aan zijn adres. En ten slotte moet gewezen worden op de volledige afscherming van Hirsi Ali die weer later van kracht werd. De beveiligingsfilosofie die hierachter schuilt, was erop gericht een totale mediastilte rond het Kamerlid tot stand te brengen. Mede uit dat oogpunt moest zij haar eigen mobiele telefoon inleveren en was iedere communicatie met de buitenwereld uitgesloten. Het doet niet terzake dat Hirsi Ali zelf met dit regime akkoord ging. Feit is dat de gevolgde strategie het omgekeerde effect had van wat er werd beoogd. Er stak een orkaan aan geruchten op omtrent het Kamerlid. Haar gezicht verscheen op bijna alle omslagen van de weekbladen. In plaats van mediastilte was een hype gecreëerd. Onder die druk werd de lijn van totale afscherming verlaten en kon Hirsi Ali weer communiceren met de buitenwereld.

Vastgesteld moet worden dat de huidige ideeën omtrent persoonsbescherming niet voldoen als het gaat om beeldbepalende politici die juist in beeld móeten blijven om collectieve stress te voorkomen. Waarom trekt de overheid geen lering uit de beveiligingspraktijk rond de parlementen van landen als Israël of Spanje, waar de dreiging van terreur aan de orde van de dag is? Na de moorden op Fortuyn en Van Gogh en de doodsbedreigingen aan het adres van Hirsi Ali, Van Aartsen, burgemeester Cohen en wethouder Aboutaleb van Amsterdam wordt het tijd dat het kabinet de nieuwe realiteit onder ogen ziet. Hetzelfde geldt voor ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders die nog altijd denken dat zij doodgemoedereerd kunnen rondfietsen. Zij schijnen te verkeren in een psychologische staat van ontkenning, maar politiek geweld is onderdeel geworden van deze samenleving. Aanscherping van de beveiliging van politici én van bedreigde publieke figuren met behoud van hun zichtbaarheid moet nu prioriteit krijgen.

Rectificatie

Ministerie: Hirsi Ali had thuis wel beveiliging

Het ministerie van Justitie ontkent in een gisteren uitgebracht persbericht dat het Kamerlid Hirsi Ali (VVD) in de nacht na de moord op Theo van Gogh geen persoonsbeveiliging zou hebben gehad, zoals NRC Handelsblad in een hoofdredactioneel commentaar op 30 november stelde.

In het commentaar `Falende beveiliging' meldt de krant dat Hirsi Ali in de nacht van 2 op 3 november ,,gewoon op haar normale adres' verbleef, ,,zonder persoonsbeveiliging'. Daar werd zij vervolgens gestoord door een onbekende man, die gedurende enige tijd bij haar aanbelde. De man werd kort daarna aangehouden.

In een persbericht schrijft Justitie dat Hirsi Ali ten tijde van de moord op Van Gogh al werd beveiligd. Na de moord op de cineast is de bewaking ,,geïntensiveerd, wat onder meer heeft geresulteerd in het daadwerkelijk voorzien van persoonsbeveiliging in haar woning gedurende de nachtelijke uren.'

Volgens hoofdredacteur Folkert Jensma is de bewering dat Hirsi Ali alleen in het huis verbleef gebaseerd op de mededeling van het Kamerlid aan deze krant dat ze telefonisch contact heeft opgenomen met de bewaking, toen de man aanbelde. ,,Indien je als bedreigd Kamerlid naar de bewaking moet bellen, dan word je niet beveiligd', aldus Jensma. De hoofdredacteur stelt dat NRC Handelsblad pogingen heeft ondernomen navraag te doen bij Hirsi Ali, maar dat dit nog niet is gelukt, omdat zij haar telefoon niet mag gebruiken. Jensma: ,,Een Kamerlid beweert iets, en Justitie iets anders. Dat willen we eerst controleren.'

Rectificatie 2

Beveiliging Hirsi Ali

In het hoofdartikel Falende Beveiliging (30 november, pagina 9) stond dat het Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) in de nacht van 2 op 3 november, na de moord op de cineast Theo van Gogh, ,,zonder persoonsbeveiliging' was. Dat was onjuist. Zij werd die nacht beveiligd door een medewerkster van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB).