EU-ministers coördineren beleid ruimte

De Europese ministers voor ruimtelijk beleid gaan actiever en nauwer samenwerken. Meer samenhang, bijvoorbeeld op het gebied van waterbeheer en infrastructuur, komt de concurrentiekracht van de Europese economie ten goede.

Deze groep ministers is gisteren in Rotterdam onder voorzitterschap van Nederland voor het eerst bijeengekomen om ruimtelijk beleid in Europees verband te bespreken onder de noemer `territoriale cohesie', een begrip dat ook in de Europese Grondwet is opgenomen. VVD-minister Dekker (VROM) heeft haar EU-collega's een eerste aanzet tot een politiek document op dit gebied voorgelegd, de `Ruimtelijke Agenda Rotterdam', die in 2007 zijn beslag moet krijgen.

In haar openingstoespraak noemde Dekker als voorbeeld van het nut van samenwerking de ontwikkeling van `brainports', die ook in haar Nota Ruimte voorkomen die maandag in de Tweede Kamer wordt behandeld. Zo werken Eindhoven, Leuven en Aken samen om te komen tot één Europese hightech regio. Dekker benadrukte dat het haar er niet om gaat één Europees ruimtelijk beleid in het leven te roepen, en vooral geen nieuwe bureaucratie van regels en procedures, maar wel een coherente benadering van zaken als transport, landbouw, milieu en water.

Uit een in september verschenen studie van het Ruimtelijk Planbureau bleek dat Europese regelgeving een groeiende invloed heeft op de ontwikkeling van steden en regio's in de lidstaten. Maar de ministers die erover gaan, spraken elkaar nooit. Europees beleid leidt er soms zelfs toe, aldus de studie, dat Nederlandse speerpunten zoals het mainportbeleid voor Schiphol en de Rotterdamse haven, ,,volkomen irrelevant'' zijn geworden. De invloed van Europese besluiten op de inrichting van Nederland is niet altijd zichtbaar. De hervorming van de Europese landbouwsubsidies kan er bijvoorbeeld toe leiden, dat de landbouw terugloopt en dat de eens compacte steden nog verder in het buitengebied uitdijen.