Doden VS in Irak naar record

In Irak nemen de Amerikaanse verliezen gestaag toe. Alleen al gisteren meldde het Amerikaanse ministerie van Defensie het sneuvelen van 13 militairen, allemaal in het sunnitische hartland van de guerrilla tegen de Iraakse interim-regering en hun Amerikaanse bondgenoten. Het betrof doden sinds vorige week woensdag, maar nog zonder de eventuele dodelijke slachtoffers van gisteren – inmiddels alweer één. Deze laatste meegerekend zijn deze maand nu in totaal ten minste 134 Amerikaanse militairen in Irak om het leven gekomen, één minder dan de dodelijkste maand voor de Amerikanen sinds het begin van de oorlog in Irak in maart 2003, afgelopen april. Het officiële Amerikaanse aantal doden van de hele oorlog stond gisteren op 1.251. Onder Iraakse burgers zijn in die periode tienduizenden doden gevallen, volgens een recentelijk in The Lancet Amerikaanse studie zelfs 100.000.

Vandaag werden weer verscheidene Amerikaanse militairen gewond bij een bomaanslag op hun konvooi op de weg van Bagdad naar de luchthaven. Daarbij werden vier Irakezen gedood. Bij een aanslag op een Amerikaanse militaire patrouille in Baji, 180 kilometer ten noorden van Bagdad, werden vanochtend twee Amerikaanse soldaten gewond en zeker zeven burgers gedood. Elders in Baji vuurde een rebel een raket op een Amerikaanse tank af, waarbij een militair werd gewond.

Zowel afgelopen april als deze maand stonden in het teken van een groot offensief tegen rebellen in Falluja, ten westen van de Iraakse hoofdstad. Het recentste offensief, dat 8 november begon, heeft meer dan 50 Amerikaanse mariniers het leven gekost. Dat neemt niet weg dat er ook sprake is van een trend van toenemende verliezen. Sinds het aantreden van de Iraakse interim-regering op 28 juni zijn met uitzondering van oktober elke maand méér Amerikaanse doden gevallen: 42 in juni, 54 in juli, 65 in augustus en 80 in september. In oktober vielen 63 Amerikaanse doden.

Amerikaanse commandanten verklaarden eerder deze maand dat het offensief tegen de rebellen in Falluja de opstand een vernietigende klap heeft toegebracht, een inschatting die gisteren nog door interim-premier Iyad Allawi werd geëchood. De mariniers die bij Falluja in actie zijn lieten 15 november weten de stad ,,100 procent'' te controleren. Maar sinds half november zijn nog ten minste 38 Amerikanen gesneuveld bij rebellenactiviteit in Falluja – waar de 300.0000 inwoners overigens nog steeds niet worden toegelaten – en in de omliggende provincie Al-Anbar. Van de 14 doden van de afgelopen zes dagen vielen er tien in Al-Anbar.

Amerikaanse troepen hebben met de steun van Britse en Iraakse troepen als vervolg op het offensief in Falluja ook een grote actie gelanceerd ten zuiden van Bagdad, waar een hele reeks steden en dorpen evenzovele bolwerken van opstandelingen en criminelen vormen. Doel is ook deze `driehoek des doods' te pacificeren vóór de voor 30 januari vastgestelde verkiezingen. Voorlopig echter is het nog zo onveilig dat de Britse regering gisteren ook ,,essentiële reizen'' naar Irak ontried.