De VVD bekijkt het nog even

Naar aard en geschiedenis is de VVD een dualistische partij. Wat onder meer wil zeggen dat haar parlementariërs, daargelaten afspraken die zij gemaakt hebben in een regeerakkoord, graag enige politieke vrijheid en afstand bewaren jegens een kabinet. Qua omvang is de VVD, hoewel de afgelopen dertig jaar aanzienlijk gegroeid, in een regeringscoalitie de (een) kleinere partner. Wat wil zeggen dat zij van haar verkiezingsprogramma en van haar opvattingen doorgaans flink wat minder verwerkelijkt krijgt in het kabinet dan zij zou willen. Daarom is het in beginsel een uitgemaakte zaak dat de fractievoorzitter in de Tweede Kamer de partijvlag zwaait en de partijkoers bepaalt.

Wat dat betreft alleen al was het vreemd dat fractievoorzitter Jozias van Aartsen, afgelopen weekeinde omstreeks halverwege deze parlementaire periode van zijn partij een uitdrukkelijk stempel als `politiek leider' wilde hebben. Zoals in de krant van gisteren is weergegeven weigerde een meerderheid van het VVD-congres daaraan mee te werken.

Het erelid Korthals Altes, oud-partijvoorzitter en oud-minister, zei wat het backfire-slachtoffer Van Aartsen zelf had kunnen bedenken: leiderschap vraag je niet, dat dwing je af. Mooie kroongetuige trouwens, dat erelid. Hij weet nog, uit de tijd dat hij partijvoorzitter was, dat de electorale VVD-locomotief Wiegel in het eerste kabinet-Van Agt (1977-1981) vice-premier werd en toenmalig fractievoorzitter Rietkerk zichzelf vergeefs de positie van politiek leider toedacht. Hij weet ook nog hoe, alweer vergeefs, fractievoorzitter Ed Nijpels tijdens het eerste kabinet-Lubbers (1982-'86) als politiek leider de VVD-ministers, onder wie Korthals Altes zelf, aan de korte lijn probeerde te krijgen. Dus als iemand weet dat politiek leiderschap niet te reglementeren valt maar afgedwongen moet worden in de praktijk, is hij het wel.

Fractievoorzitter Van Aartsen ziet zijn positie niet versterkt maar in feite verzwakt. Hij heeft zichzelf onnodig in de rechtervoet geschoten en moet het nu voorlopig maar doen met een brevet dat omwille van de lieve vrede gevonden is: `politiek aanvoerder'. Dat is erg geschikt voor Binnenhofse casuïstiek, maar daarvan zullen die dolende kiezers aan wie Van Aartsen het `VVD-verhaal' wil vertellen niet opgewonden raken.

Die dolende kiezers, ruim twee jaar geleden en masse aangetrokken door magneet Fortuyn, nu in peilingen met het equivalent van 28 zetels achter een opstandige rechtse nieuwigheid die Wilders heet aan, maken de VVD en Van Aartsen begrijpelijkerwijs nerveus. Zó nerveus dat hij á la Wilders pleit voor ,,een meedogenloze aanpak'' van alles wat na de moord op Van Gogh door de CDA-ministers Balkenende en Donner meteen wordt bedekt door het `wolletje van de dialoog'. Meedogenloze aanpak. Weg met de softies en de `valse tolerantie'. Toe maar.

Zou dat helpen om die dolenden weer snel bij Wilders weg te halen? Zo ja, wat schiet de VVD, of Nederland, inhoudelijk op met die verbale nationale krachtpatserij aangaande een veel breder, internatiotionaal verschijnsel? Was Van Aartsen, net als Zalm, niet acht jaar paars minister ('94-'02) waarvan de laatste vier op Buitenlandse Zaken? Is die aan gedogen, indifferentie en praktische inschikkelijkheid grenzende `valse tolerantie' niet zo oud als Nederland zelf? Zoals mooi gedocumenteerd is in Jonathan Israels indrukwekkende pil The Dutch Republic.

Er zijn nog wel een paar notities te maken bij die voor zijn werk eigenlijk onnodige en ook nog contraproductief gebleken poging van Van Aartsen om zich tweeënhalf jaar voor de volgende verkiezingen formeel door de partijkaders te laten bevestigen als politieke chef. Hij wilde zijn partij daarmee als het ware ook laten uitspreken dat hij in de beeldvorming belangrijker is, en moet zijn, dan vice-premier Zalm, die begin 2003 lijsttrekker was. Natuurlijk, met een leidend duo is de VVD qua profilering voor het volk achter de partijkaders al snel minder `duidelijk' dan het CDA of de PvdA, die in Balkenende en Bos hun enige gezichtsbepalende chefs hebben. Maar zo'n ongemak valt helaas niet reglementair te verwijderen.

Wie weet wilde Van Aartsen zijn partij ook indirect laten zeggen dat zij het ermee eens is dat de VVD-fractie in de Tweede Kamer vorig jaar niet Zalms favoriet De Grave maar verrassenderwijs hem als fractieleider koos. In dat geval had het wel ironische waarde dat juist De Grave afgelopen weekeinde behulpzaam was bij het vinden van de term `politiek aanvoerder' voor zijn gewezen concurrent.

Zalm, die pas eind 2006 vertelt of hij nog een keer lijsttrekker wil zijn, zal het met enig plezier hebben gevolgd, voor zijn geoefende lachspieren was het sowieso een extra druk weekeinde. Zalm was in 2003 met 28 zetels niet zo'n succes, maar welke kwaliteit zou Van Aartsen als stemmentrekker straks hebben? Dat is een vraag die kan opkomen wanneer iemand ruim twee jaar van tevoren als politiek leider aangewezen wil worden, want zo iemand vraagt toch eigenlijk ook om erkenning dat hij de beste is. Mocht de partij daaraan hebben voldaan, had zij over twee jaar natuurlijk nog wel een ander als lijsttrekker kunnen aanwijzen, maar dat zou toch wat lastiger zijn geworden.

De waardering voor de politieke prestaties van Van Aartsen, die na een functie als assistent van Wiegel en het directeurschap van de liberale Teldersstichting een mooie ambtelijke loopbaan had, is tot nu toe wisselend geweest. Als minister van Landbouw trok hij aanvankelijk de aandacht door zijn besluitvaardigheid, later volgde ook wel kritiek. Op Buitenlandse Zaken kreeg hij gaandeweg zoveel, soms overdreven, kritiek dat hij in deze krant al eens werd gevierd als ,,de Karin Adelmund van ons buitenlands beleid''. Even later, in 2003, fractieleider geworden, werd hij door parlementaire journalisten gekozen als politicus van het jaar. Onzeker is of die verkiezing meer over hem dan over die journalisten zei, maar een zekere grilligheid in het publieke oordeel over de politicus Van Aartsen valt moeilijk te ontkennen. Dat mag een risico heten en ook dat maakt het begrijpelijk dat de VVD het tot nader order liever nog even bekijkt met hem.