De oorlog woedt voort in de soldatenhoofden

In 1985 eindigde de deelname van Nederlandse militairen aan de VN-missie in Zuid-Libanon. Maar nog steeds kampen soldaten met psychische problemen.

Het weerzien onlangs met Zuid-Libanon vond Chris Laarhoven (43) prachtig. Gastvrije mensen. Nostalgie. ,,Tot Arafat ineens dood ging. Dus al die lui hun huis uit om met hun Kalasjnikovs te knallen. Dat doen ze daar. Dus ik zat ineens weer middenin de oorlog.'' Terug op Schiphol was de spanning te groot geworden. ,,Ik dook de eerste de beste bar in. Voor zelfmedicatie. Door het lint. Enfin, de marechaussee erbij en mijn rijbewijs kwijt.''

Laarhoven maakte als dienstplichtige hospik begin jaren tachtig deel uit van de UNIFIL-missie, waaraan Nederlandse militairen tussen 1979 en 1985 deelnamen om de strijdende partijen in het zuiden van Libanon uit elkaar te houden. Hij is een van de vele veteranen die daaraan een posttraumatisch stresssyndroom, PTSS, hebben overgehouden, een ongeneeslijke psychische beschadiging.

Hoeveel het er precies zijn, is op dit moment onderwerp van discussie. Voorlopige resultaten van een onderzoek van het Veteraneninstituut in Doorn suggereren dat het aantal getraumatiseerden veel hoger is dan aanvankelijk werd aangenomen. Meer in ieder geval dan de 5 procent die bijvoorbeeld staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap als norm aanhoudt voor militaire missies naar het buitenland.

Jan Schoeman, verbonden aan het Veteraneninstituut, meent dat de cijfers over de psychische nood van UNIFIL-veteranen niet overdreven mogen worden. De meerderheid, zegt hij, kijkt nog altijd met plezier op die tijd terug. ,,Het ging bovendien niet om keihard onderzoek, alleen maar om vragenlijsten. Daarvan kregen we er zeer snel zeer veel van terug. En ja, dat is een indicatie dat er nog veel speelt, maar significante conclusies zijn daaruit dus nog niet te trekken.'' ,,Pukkels'', krijgt hij ervan dat berichtgeving over veteranen ,,zo vaak in de zorghoek zit.''

Niet alle veteranen delen die statistische voorzichtigheid. Dat bleek tijdens de reünie van de Nederlandse UNIFIL-veteranen, die afgelopen zaterdag op de Johannes Post-kazerne in het Drentse Havelte werd gehouden.

,,Ik hou het erop dat 8 procent permanente schade heeft opgelopen'', stelt bijvoorbeeld hospik Arjen Koops (43), ,,en volgens mij heeft wel 30 procent er gedurende één periode in zijn leven last van.'' Hier, bij de reünie, ,,herken ik de koppies: gespannen, zoekend'', zegt hij terwijl hij schuin de reusachtige feesttent inkijkt waar de opening van de bierpompen wordt gevierd. Ook plaatsvervangend groepscommandant Roy Smits (43) zouden zulke percentages ,,helemaal niks'' verbazen.

Laarhoven, Smits en Koops kunnen niet zeggen welk voorval precies het PTSS bij hen heeft veroorzaakt. Misschien was het in het geval van Koops die keer dat hij een koelbloedig door Israëlische soldaten afgemaakte Palestijnse jongen, een spion, in een lijkzak had moeten duwen. Of misschien was het die keer dat Laarhoven drie stoffelijke overschotten van PLO-strijders in een nabij dorp had moeten afleveren en daar een ,,onvoorstelbare hysterie'' losbarstte. Maar, zegt Smits, ,,het gaat misschien niet eens om zo'n schok, maar om de voortdurende spanning.''

Ze weten wel nog precies wanneer het mis ging. Laarhoven zag in 1991 tijdens de Golfoorlog foto's van Amerikaanse piloten die door het Iraakse leger gevangen waren genomen. ,,Ik werd onhandelbaar, agressief, veel zuipen en zo.''

Koops kwam zichzelf halverwege de jaren negentig tegen. Letterlijk. ,,Ik was sinds 1986 beroepsmilitair, bij de geneeskundige dienst.'' Pas halverwege de jaren negentig werd hem duidelijk dat hem iets mankeerde, dat zijn woede en spanningen misschien iets met een oorlogstrauma hadden te maken. ,,Ik deed een soort maatschappelijk werk en beschikte daartoe onder andere over een kaart met daarop de symptomen van psychische beschadiging. Bleek dat ik op alle punten scoorde.''

Zijn er geen redenen te bedenken waarom juist die UNIFIL-missie meer PTSS-gevallen heeft veroorzaakt dan gemiddeld? Volgens toenmalig dienstplichtig soldaat Fred Janssen, die zijn uitzending overigens uitsluitend ,,als een verrijking'' van zijn leven ziet, wel. ,,Het waren dienstplichtigen en de voorbereiding was echt minimaal. Niemand wist iets van de plaatselijke politiek.''

Smits, die al veertien jaar in therapie is, denkt dat ook. ,,Op de enige voorlichtingsfilm die we te zien kregen, zag je soldaten lekker in het zonnetje surfen voor de Libanese kust. Dat zag er wel goed uit.'' Smits dacht dat hij daar gewoon agent moest spelen, een soort Bromsnor. ,,Dat hadden we nog geoefend: auto aanhouden en aan iemand met zo'n theedoek om zijn rijbewijs vragen.''

Die onkunde, zegt Janssen, werd nog versterkt doordat de eenheid, die sinds begin jaren zestig was aangemerkt voor VN-missies, eerst in Zuid-Laren was gelegerd. ,,Dienstplichtigen konden zeggen bij welke eenheid ze wilden dienen. Veel boerenjongens wilden bij die eenheid, dicht bij het ouderlijk huis. Niemand had er rekening mee gehouden dat die eenheid ook echt voor de VN op pad zou worden gestuurd.'' Het is maar goed, zegt hij, ,,dat Defensie dat soort missies tegenwoordig beter begeleidt. Dat hebben ze dan van ons geleerd.''

Chris Laarhoven is sinds een jaar onder behandeling bij het Sinaï-centrum in Amersfoort. Daarnaast heeft hij ,,inderdaad, om therapeutische redenen'' in samenwerking met ISROPA Reizen een toerprogram opgesteld voor UNIFIL-veteranen: Weerzien met Libanon.

Daarom ook was hij een paar weken terug in Libanon, om hotels en restaurants te verkennen. Ook bezocht hij plaatselijke families om te polsen of er uit oogpunt van nostalgie gezamenlijk bijeenkomsten vielen te organiseren. En dat wilden ze best. Laarhoven: ,,Roy accepteert het inmiddels, van zijn PTSS. Die zit in zijn caravan en die weet dat het nooit meer wat wordt. Maar ik accepteer het nog niet. Ik wil gewoon werken. Meedoen.'' Op de eerste groepsreis in april zal ook een geestelijke hulpverlener meereizen.