De erfenis van een puissant rijke Amsterdammer

In de tijd dat schilderijen van meesters als Johannes Vermeer en Frans Hals nog voor een habbekrats van de hand gingen, begon Adriaan van der Hoop (1778-1854) met het verzamelen van kunst. Maar, hoewel hij inderdaad enkele werken verwierf van die latere koplopers van het kunstenaarspeloton van de Gouden Eeuw, was de Amsterdammer Van der Hoop bepaald geen koopjesjager.

Gebruikmakend van een immens fortuin volgde Adriaan van der Hoop zijn eigen smaak, en misschien nog wel meer de adviezen van zijn kunstmakelaars. Van der Hoop bracht een collectie bijeen van zo'n 250 schilderijen, die hij zou nalaten aan de stad Amsterdam. Ter gelegenheid van die schenking, nu 150 jaar geleden, reconstrueert een tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum aan de hand van kunstwerken en documenten leven en werk van de verzamelaar, en een groot gedeelte van diens collectie.

Adriaan van der Hoop was in 1778 geboren in een Haags, Oranjegezind ambtenarengeslacht, dat in de Franse tijd veel van zijn aanzien verloor. Maar nadat Willem I tot koning was uitgeroepen, kon Van der Hoop in Amsterdam bliksemsnel maatschappelijk en politiek carrière maken: hij werd firmant en later directeur van het handelshuis Hope & Co, hij zou toetreden tot de gemeenteraad, tot de Provinciale Staten en de Eerste Kamer. Bij zijn status en rijkdom hoorden een statig buitenhuis met stoeterij en kassen vol exotische planten, en een voornaam pand aan de Keizersgracht. Aan zijn kunstverzameling besteedde hij, zoals blijkt uit de inventarislijst die hij nauwgezet bijhield, in totaal het astronomische bedrag van bijna 400 duizend gulden.

Na Van der Hoops dood reserveerde Amsterdam in de gebouwen van de kunstacademie in het voormalige Oudemannenhuis twee zalen voor de collectie. Toen in 1885 het nieuwe Rijksmuseum werd geopend, werd het `Museum van der Hoop' daar ondergebracht. Daarmee kreeg het Rijksmuseum de hoede over schilderijen die nog altijd tot de grote publiekstrekkers behoren, zoals Rembrandts Joodse bruidje en het Landschap met waterval van Jacob van Ruisdael. Die zijn voor deze tentoonstelling niet uitgeleend, maar tientallen andere schilderijen, waaronder topstukken als het Vrolijke huisgezin van Jan Steen en Vermeers Brieflezende vrouw in het blauw, geven een fraai beeld van de collectie.

Adriaan van der Hoop was niet uit op een representatieve verzameling van zoveel mogelijk verschillende oude meesters. Veeleer verwierf hij reeksen werken van kunstenaars zoals Ruisdael en Pieter de Hooch. Een van de bijdragen aan de catalogus bij de expositie bespreekt de collectie in het licht van de vorming van een canon van zeventiende-eeuwse Hollandse schilderkunst. Een belangrijke rol daarin speelt het werk van de negentiende-eeuwse Franse kunsttheoreticus Theophile Thoré, die vooral waardering had voor `typisch Nederlandse' schilders van het regionale landschap en het onopgesmukte gewone leven. Maar Van der Hoops collectie blijkt maar gedeeltelijk bij die ideeën aan te sluiten. De verzamelaar bezat ook een reeks classicistische, en dus `on-Hollandse' werken van Adriaen en Pieter van der Werff, en een groot, zonovergoten landschap van de Italianisant Jan Both.

Thoré, die Van der Hoops collectie zelf heeft bezocht, zal ook weinig gecharmeerd zijn geweest van diens belangstelling voor de kunst van zijn eigen tijd. Van de Hoop bezat portretten van zichzelf en zijn vrouw door de society-schilder Jan Adam Kruseman, en een aantal voorstellingen uit de vaderlandse geschiedenis zoals een groot doek met een voorstelling van Louise de Coligny die treurt om de dood van haar man, Willem van Oranje.

Het gedeelte van de tentoonstelling waar die werken zijn te vinden, is misschien illustratief voor de wijze waarop een negentiende-eeuwse particulier zijn schilderijen ophing, maar van de museumbezoeker vergt het nogal wat doorzettingsvermogen. In een fantasievolle reconstructie van de salon van Van der Hoops grachtenpand hangen de schilderijen hutje bij mutje in rijen boven elkaar en zo goed als zonder thematische of chronologische samenhang.

Zo hangen zeestukken naast ingetogen stillevens, en is een landschap met koeien van Jacob van Strij geplaatst pal naast een zoetsappig tafereeltje met drie poezen van de 19de-eeuwse schilderes Henriëtte Ronner-Knip. Dit is de verzameling van een collectioneur die zich alles kon veroorloven.

Tentoonstelling: Het geschenk; de Hollandse meesters van een Amsterdamse bankier. Amsterdams Historisch Museum. T/m 23/1. Catalogus (Uitg. Waanders): 224 blz., €39,95. Inl. 020-5231822, www.ahm.nl. Het Rijksmuseum toont een aantal bruiklenen uit de collectie.