Bestuurders in de bunker

Uit het raam van het Amsterdamse redactiekantoor waar ik dit schrijf, kan ik nog net de witte politiepost zien die hier alweer weken opgesteld staat voor de ambtswoning van burgemeester Cohen. Ook de `laatste softie' (HP/De Tijd) danwel de `NSB'er van nature' (Theo van Gogh), staat onder bewaking na de in hysterisch antisemitisme gedrenkte doodsbrief die Mohammed B. achterliet op het lijk van Van Gogh. Intussen is de oorlog verklaard aan moslimextremisme in Nederland, moet Mohammed B. het daarom doen zonder balkje, en maakt Andries Knevel een orkaan van woede los op de website van de Evangelische Omroep, waar `landverraders' als Jilles van de Ven een `nekschot' toegewenst krijgen en moslims een rituele slachting, liefst op de Dam.

Paniek alom dus. Maar dat wil nog niet zeggen dat de samenleving daadwerkelijk in brand staat of in staat van oorlog verkeert. Internet mag oververhit raken, van spanningen of geweld is op straat weinig tot niets te merken, gelukkig. De brandstichtingen bij moskeeën, die vooral het werk blijken van de categorie `autochtoon opgeschoten tuig', zijn gevolgd door middelpuntzoekende oproepen tot debat en dialoog. Iedereen maakt zich ernstige zorgen, zoveel is zeker – zie de bergopwaarts racende peilingen voor Geert Wilders – maar het is nog geen totale crisis. De gekte kolkt vooral aan de top. Bij sommige media die alle remmen los gooien (het luchtruim boven Den Haag moest bij de actie in het Laakkwartier niet worden gesloten om militaire redenen, maar om helikopters uit Hilversum te weren). En bij de politieke en culturele elite die, uit het lood geslagen door een terreurmoord op Nederlandse bodem, elk spoor van naïeve onschuld zo snel mogelijk probeert door te spoelen. In oud-marxistische termen uitgedrukt: de basis beheerst zich, de bovenbouw is op drift.

Dat is riskant, want een elite in verwarring maakt fouten. De manoeuvre van minister Donner over godslastering is een voorbeeld, maar ook de paniekerige actie van fractieleiders in de Tweede Kamer om per open brief te reageren op het elektronische tribunaal van de groot-knevelaar bij de EO. Bemoedigend is evenmin het zwalken van de VVD, waar Jozias van Aartsen zijn greep naar het éénhoofdige leiderschap voorlopig heeft verprutst. Al vóór het partijcongres van dit weekeinde profileerde hij zich mediabreed, van Barend en Van Dorp tot Metro, als de overwinnaar. Maar een `leider' die de partij voor voldongen feiten plaatst, dát is nou juist waar VVD'ers beducht voor zijn.

Wie houdt aan de top dan het hoofd koel? In elk geval Ayaan Hirsi Ali, die vanaf een geheime locatie een uitvoerig interview gaf aan deze krant, dat gisteren werd gepubliceerd. Afgezien van de onbedoelde humor in de kop (`Ik ga me absoluut niet aanpassen' zegt de politica die van de rest van de wereld juist dát vraagt), is het een indrukwekkend interview, dat geen twijfel laat bestaan over haar revolutionaire missiebesef. Haar program om de islam open te breken via emancipatie van de vrouwen, en haar wens om afscheid te nemen van `het Nederland van Ooit', roepen herinneringen op aan het radicalisme waarmee de linkse generatie van de jaren zestig – bij wie Hirsi Ali niet voor niets zo geliefd is – de oude regentenklasse in Nederland wilde dechargeren uit naam van een tijdgeest die de heren niet meer zouden verstaan.

In het gesprek maakt Hirsi Ali enkele nuchtere punten die de huidige elite zich kan aantrekken. Ten eerste: ,,Er is onrust. Er is verwarring. Maar er is geen crisis.'' Dat is waar. Ze voegt er onmiddellijk iets aan toe: ,,Er is alleen crisis in een bepaald paradigma.'' Met dat laatste bedoelt ze natuurlijk het `politiek correcte' denken, maar kennelijk wordt daarmee inmiddels vrijwel de hele Nederlandse politieke cultuur aangeduid. Donner (CDA), Cohen (PvdA), Van Mierlo (D66) – ze zijn allemaal gefossiliseerde representanten van `het Nederland van Ooit', ook wel bekend als het schattige `Madurodam'. Hier wordt niet alleen afscheid verlangd van ouderwets `links', maar van een verouderde, historisch gegroeide zelfdefinitie van Nederland.

Ten tweede. ,,Theo van Gogh'', aldus Hirsi Ali, ,,is niet vermoord vanwege de vrijheid van meningsuiting.'' Althans, ze bedoelt vermoedelijk dat er met die grondwettelijke vrijheid alhier niets mis is, en dat de toon van het debat helemaal niet moet worden gematigd: ,,Iedereen in Nederland, behalve sommige moslims, weet waar de grenzen liggen.'' Het is de vraag of dát waar is.

Je kunt bovendien ook een andere conclusie trekken. Van Gogh is bruut vermoord door een moslimextremist in het kader van de wereldwijde jihad tegen vijanden van de islam. Dat heeft vermoedelijk meer te maken met zijn bijdrage aan de `heiligschennende' film Submission dan met de indruk dat hij als columnist last had van Gilles de la Tourette. De blaffende karavaan van handenwringers die zich zorgen maken over inperking van hun vrijheid om te persifleren, shocken, schertsen of kwetsen, heeft het mis: een fatsoenlijke toon is geen poging van pappen-en-nathoudende angsthazen om terroristen niet te provoceren, maar een erkenning dat Nederlandse moslims medeburgers zijn, die we niet en bloc hoeven te denigreren. Of zijn ze pas medeburgers als we ze eerst uit hun godsdienst hebben losgescholden?

Wie weet. Want uit het radicale engagement van Hirsi Ali doemt het beeld op van een ander, abstracter Nederland dan de ploeterende poldernatie die we kennen. Nederland lijkt daarin vooral de uitdrukking van een hoog Idee: `het Westen', `de moderniteit' of `de Verlichting'. De cultuur van polderen, en schipperen, die zo vaak `typisch' Nederlands wordt genoemd, kan dan maar één ding betekenen: verraad aan de Verlichting. Een complexe intellectuele traditie wordt zo een afgerond en zuiver ideaal, waar niet mee gesjoemeld mag worden.

Loodrecht tegenover dat andere `zuivere' ideaal, ook losgezongen van concrete culturen: de pure islam die fanatici najagen. Tussen die twee is het niet moeilijk kiezen, maar het gevaar dreigt dat de concrete werkelijkheid ertussen wordt vermalen. Terreur moet keihard worden bestreden (ook radicale imams, netwerken van zelfscholende bekeerlingen en moskeeën moeten dus worden aangepakt), maar de samenleving moet worden behoed voor een Kulturkampf.

Daarom moeten de bestuurders uit de bunker komen.