`Air Holland kon blijven vliegen dankzij cocaïnegeld'

Air Holland werd mogelijk in de lucht gehouden met winsten uit drugshandel. De financiële situatie van de luchtvaartmaatschappij was volkomen ondoorzichtig.

Jarenlang kampte Air Holland met geldproblemen, maar de laatste jaren werd daar een oplossing voor gevonden. Met miljoenen aan drugsgeld werd de maatschappij in stand gehouden, blijkt uit onderzoek van justitie.

Vanuit Nederland werd geld naar het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg gebracht en vervolgens contant gestort bij financiële instellingen. Via doorstortingen kwam het geld uiteindelijk bij Nederlandse en buitenlandse bedrijven, die het onder meer investeerden in Air Holland. Het geld zou afkomstig zijn van cocaïnehandel.

Luchtvaartmaatschappij Air Holland was er een van vallen en opstaan. Vanaf de oprichting in 1985 werd het bedrijf achtervolgd door faillissementen en doorstarts. Begin dit jaar viel definitief het doek. Wat rest is een miljoenenschuld, waaronder verdwenen pensioengelden, en nu de beschuldiging dat de maatschappij de afgelopen jaren met drugsgeld is gefinancierd.

De oud-directeur Cees van D., die nu vastzit op verdenking van drugshandel en witwaspraktijken, stapte in 2000 in Air Holland. Met een groep andere investeerders behoedde deze oprichter van de winkelketen Dormaël Slaapkamers de maatschappij van het zoveelste faillissement. Van D. werd directeur en grootaandeelhouder. Maar ook hij kon nieuwe problemen niet voorkomen.

Van D. zorgde er intussen wel voor dat de financiële situatie voor de buitenwacht totaal ondoorzichtig is, zegt vakbondsbestuurder Michel Rog van De Unie. ,,Er werd ons consequent inzage in de boeken geweigerd. We wisten niets van het financiële reilen en zeilen.''

Bovendien droeg Air Holland onder leiding van Cees van D. jarenlang geen pensioen- en sociale premies af. Ook kregen personeelsleden niet of te laat betaald. Verantwoordelijk voor die betalingen was Paul G., die ook vastzit op verdenking van drugshandel. Volgens ingewijden werden de gelden doorgesluisd naar een onderneming van G.

In 2002 kreeg ook Van D. te maken met een dreigend faillissement. Het Europese vluchtleidingscentrum Eurocontrol vroeg het faillissement aan vanwege betalingsachterstanden. Twee maanden later trok Eurocontrol de aanvraag weer in omdat Air Holland de schulden betaalt. ,,Kennelijk heeft men een nieuwe financier gevonden'', verklaarde een woordvoerder van Eurocontrol in 2002. ,,Wij weten niet wie, want zo gaat dat altijd met maatschappijen die in moeilijkheden geraken: op het laatste moment komen ze aanzetten met nieuwe geldbronnen.''

Uit het onderzoek van justitie blijkt nu dat er van diverse kanten geld in Air Holland werd gepompt, waarvan justitie zegt dat dit afkomstig is van drugshandel. Via het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg werd er geld geïnvesteerd in Nederlandse en buitenlandse bedrijven die het vervolgens in Nederland investeerden in onder andere Air Holland, een drukkerij, verschillende restaurants en een administratiekantoor.

In totaal zijn zeven personen aangehouden, waaronder een 37-jarige man uit Den Haag. Hij zit in Brazilië in de cel, waar hij op 11 september 2004 is aangehouden met 50.000 xtc-tabletten. Deze man wordt gezien als de spil tussen het witwassen van het geld en de invoer van cocaïne. Hierbij werkte hij nauw samen met zijn 32-jarige broer uit Den Haag, die is gedetineerd in verband met zijn betrokkenheid bij de invoer van 40 kilo cocaïne vanuit Suriname naar Nederland. Hiervoor is hij tot een gevangenisstraf van vijf jaar veroordeeld.

Air Holland ging begin dit jaar failliet. Uit de faillissementsverslagen bleek dat de maatschappij eigenlijk al tijden niet meer levensvatbaar was. Om toch het hoofd boven water te houden werd `het personeel niet of te laat betaald, er waren problemen met de afdracht van pensioenpremies, betalingsachterstanden bij de fiscus en bedrijfsvereniging, achterstanden bij de verhuurster etc, etc.', aldus het faillissementsverslag.

Om voor een luchtvaartvergunning in aanmerking te komen moet een bedrijf een bedrijfsplan inleveren dat ,,ten minste'' inzicht geeft in de exploitatie over de eerste twee jaar, zo stelt een Europese verordening uit 1992. Dat bedrijfsplan moest gegevens bevatten ,,betreffende financiële banden tussen aanvrager en eventuele andere commerciële activiteiten waarbij de aanvrager rechtstreeks of via verante ondernemingen betrokken is''.

Behalve een intern verslag over de bedrijfsvoering moet ook, ,,indien beschikbaar'', de door accoutants getekende rekeningen over het voorgaande boekjaar getoond worden aan de autoriteiten en eveneens bijzonderheden over de aanloopkosten en de financiering van de kosten. Air Holland schoot echter volledig tekort in een ,,formele bedrijfsvoering''.

Op dat punt krijgt grootaandeelhouder Cees van D. in de faillissementsverslagen zware kritiek. Jaarrekeningen werden sinds 1999 niet of veel te laat gepubliceerd. Van D. is ,,in hoge mate tekortgeschoten in de formele bedrijfsvoering''.

De curator onderzoekt op dit moment nog steeds of de bestuurders persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. Daar is nu nog het onderzoek van justitie naar drgushandel bijgekomen.