Warmlopen voor de échte top

Tientallen snookerspelers strijden om het wereldkampioenschap dat in Veldhoven plaatsvindt. Maar het echte doel ligt nog hoger. Meedoen met de grote (en rijke) jongens in Engeland. ,,Ik heb nog altijd hoop dat ik de top kan halen.''

Pas bij de slagboom van het conferentieoord blijkt uit een bordje dat het Brabantse Veldhoven een heus wereldkampioenschap binnen de gemeentegrenzen heeft. Ruim veertig landen hebben hun beste snookerspelers en -speelsters afgevaardigd naar het toernooi dat twee weken duurt.

Liefst 861 wedstrijden worden er door de 168 deelnemers op de 22 snookertafels uitgevochten, maar los hiervan overheerst de kleinschaligheid. `Steun het WK, een keu-doekje voor 5 euro', valt op de toegangsdeur van het complex te lezen. Zo'n tweehonderd toeschouwers bezetten op de regenachtige zondagmiddag de tribunes, terwijl zonder twijfel een veelvoud thuis op de bank naar een ander snookertoernooi zit te kijken: in het Engelse York werd immers tot gisteren om het Brits kampioenschap gestreden. En daar speelden snookermiljonairs (in de dop) om een eerste prijs van 70.000 pond (100.000 euro).

In Veldhoven zal de wereldkampioen op 4 december met 6.200 euro vertrekken. ,,Toch wordt hier op hoog niveau gespeeld'', zegt Stefan Mazrocis. De 37-jarige snookerspeler is in Engeland geboren en getogen, maar woont al acht jaar in Nederland. ,,De beste acht spelers van de wereld lijken niets te missen en zijn nauwelijks te achterhalen, maar in de top-16 is op dit moment zeker ruimte voor nieuwkomers. Ook voor spelers die hier nu spelen.''

Dus ook voor Mazrocis zelf, die bij het wereldkampioenschap een van de grote kanshebbers is: een paar weken geleden werd hij in de kwalificatierondes voor het Britse kampioenschap uitgeschakeld en kon hij via de reservelijst nog in Veldhoven terecht. Als een van de weinigen bij dit toernooi heeft Mazrocis al even aan het grote succes mogen ruiken. De Brit, die mede dankzij een toelage van sportkoepel NOC*NSF full time als snookerspeler actief is, heeft midden jaren negentig nog tegen topspeler Stephen Hendry gespeeld tijdens het professionele WK in Sheffield. ,,Die pot heb ik toen met 10-3 verloren, maar in 1997 versloeg ik Peter Ebdon die een jaar eerder finalist was geweest. Ook met 10-3.''

Gistermiddag mocht Mazrocis, regerend Nederlands kampioen, tegen de Chinees Cai Jianzhong spelen en dolf hij het onderspit. Fataal is dat niet want in de acht poules van elf spelers (bij de mannen) gaan er vier over naar de laatste 32: pas dan gaat het knock-outsysteem gelden. Wie het WK in Veldhoven op zijn naam schrijft, heeft een goede kans om in de wereldtop te belanden. Sterspelers als Jimmy White (1980), James Wattana (1988) en Ken Doherty (1990) wonnen in het verleden het toernooi. En de Schot Stephen Maguire die gisteren in York het Britse kampioenschap op zijn naam schreef, won in 2000 de beker.

Namen als Ebdon, Hendry, Davis en O'Sullivan zijn inmiddels bij honderdduizenden Nederlanders bekend door de urenlange uitzendingen die de BBC wijdt aan snookerwedstrijden. ,,In Engeland is het nog altijd kijksport nummer één, maar je ziet nu ook in andere landen dat snooker in opkomst is'', zegt Robert Roos, bondscoach van de Nederlandse snookerspelers. ,,In Nederland spelen 100.000 mensen geregeld snooker: nog eens 200.000 doen af en toe een partijtje. In Rusland komt de sport op en ik hoorde dat in China inmiddels 35 miljoen spelers kent. Een enorme rage is het daar.''

Voordeel voor de televisiekijker is dat snooker redelijk snel te begrijpen is. Op de tafel liggen bij het begin van elke frame (vergelijkbaar met een game) vijftien rode ballen in een driehoek en elders op de tafel zijn nog zes anders gekleurde ballen te zien. Doel van het spel is via de witte bal – de stootbal – alle ballen in de gaten te werken, waarbij een rode steeds vooraf moet gaan aan een gekleurde. De rode blijven in de `pocket' liggen, de niet-rode ballen worden steeds door de scheidsrechter met zijn witte handschoenen uit het zakje gevist, totdat de rode ballen op zijn. Elke kleur heeft zijn eigen waarde en extra punten zijn te verdienen wanneer de tegenstander er niet in slaagt de goede kleur te spelen. Gisteren wist een speler uit India de score van 146 punten te behalen: één punt minder dan het magische maximum dat, ook door de beste professionals, slechts bij hoge uitzondering wordt behaald.

Bondscoach Roos twijfelt er niet aan dat met snooker in de komende jaren hetzelfde gaat gebeuren als met darts. Dat een Nederlander erin slaagt om met de grote – veelal Britse – jongens om de echte prijzen te gaan strijden. ,,In WK's en EK's hebben Nederlanders de laatste jaren erg goed gepresteerd. Zo is het Europees kampioenschap onder de 19 jaar door een Nederlander gewonnen. Uit alles blijkt dus dat we het gat aan het dichten zijn.'' Inmiddels lopen in Nederland zo'n tien topspelers rond die full time met hun sport bezig zijn.

Probleem is alleen dat de professionele bond, de World Snooker Associaton (WSA), de nieuwkomers zo lang mogelijk buiten de deur lijkt te houden. Het beleid wordt binnen die bond bepaald door de 64 beste spelers en dat zijn vooral Britten. ,,Om de Challenge Cup mochten bijvoorbeeld maar drie spelers van het continent meedoen, tegen acht Britten. Zo wordt de doorstroming wel erg beperkt natuurlijk, maar gelukkig zie je daar verandering in komen en wordt de drempel lager'', zegt Roos.

De Britten komt wel de eer toe het snooker uitgevonden te hebben. Tijdens een regenachtige dag in India bedacht legerofficier Neville Chamberlain in 1875 deze variant op het biljartspel. Omdat miljoenen Britten het snooker op televisie volgen, zijn er voldoende sponsors te vinden. De eerste prijs in het wereldkampioenschap van WSA – het Embassy World Championship in het voorjaar – is goed voor een kwart miljoen pond (350.000 euro).

Behalve Mazrocis hebben nog meer Nederlandse snookerspelers een poging gewaagd om in Engeland aan de bak te komen. ,,Drie jaar lang heb ik aan kwalificaties voor de grote toernooien meegedaan, maar ik haalde het hoofdtoernooi steeds net niet'', vertelt de 31-jarige Raymon Fabrie. Als 16-jarige mocht hij zich al tweede van Nederland noemen en rond zijn twintigste dacht menig insider dat hij het in Engeland zou gaan maken. De laatste jaren heeft hij door zijn werk minder getraind en leek het er gisteren op dat hij op het WK al in de voorrondes zou worden uitgeschakeld. De vijfvoudig Nederlands kampioen wil weer meer gaan trainen voor een nieuwe poging de top te bereiken. ,,Ik durf nog niet te zeggen dat ik weer full time ga spelen, maar het kriebelt toch wel. Ik heb nog altijd hoop dat ik de top kan halen.''

Een goede techniek alleen is niet voldoende om met de besten mee te kunnen. Wie de beslisende bal goed wil raken, moet ook mentaal sterk zijn. ,,Het is een mind game. Als het goed is kunnen ze een kanon naast je afschieten zonder dat je het merkt'', zegt Mazrocis. Een uur voorafgaande aan zijn partij tegen de Chinees wil hij nog best even praten. Zich in te leven in het spel van de tegenstander hoeft hij toch niet. ,,Ik ga er altijd vanuit dat ik tegen de beste van de wereld speel.''

Voor het snooker in Nederland zou een sterspeler van eigen bodem een grote stimulans betekenen. ,,Veel mensen kennen de sport en spelen af en toe snooker, maar het aantal dat echt bij de biljartbond is aangesloten is met 2.500 klein. Er is nog veel te winnen voor ons'', zegt Peter de Brie. Behalve organisator van het wereldkampioenschap is hij voorzitter van de snookersectie van de biljartbond (KNBB). ,,De bond heeft in totaal 40.000 leden: dan steekt het aantal aangesloten snookerspelers wel schril af, want de meeste jonge spelers kiezen tegenwoordig voor snooker.''

De Brie geeft toe dat snooker kampt met het imago van een kroegsport. Toch kan menig grote sport nog iets leren van dit toernooi, waar de halve wereld is vertegenwoordigd. Alleen Papoea-Nieuw Guinea heeft het zonder afmelding laten afweten. ,,Kijk eens hoe de mensen uit al die verschillende landen met elkaar omgaan. Je hoort geen wanklank.''