Misschien is De Rat toch wel aardig

Mai Spijkers koestert zijn bijnaam, De Rat. Hij is zeker niet alom geliefd. Een ongeduldige, keiharde koopman met een gave tot zelfrelativeren. Hij gaat weg als directeur PCM en keert terug als directeur van uitgeverij Prometheus. Terug naar de basis, het `gewone' uitgeven.

Helemaal aan het einde van zijn afscheidsavond als directeur van uitgeverij Prometheus, vijf jaar geleden, was Mai Spijkers eindelijk bereid het karaoke-podium van de Amsterdamse Club Baby te beklimmen. Het lied dat hij aanhief was `Ik voel me zo verdomd alleen' uit de film Ciske de Rat. Daarbij ging het waarschijnlijk niet zozeer om de eenzaamheid aan de top – hij stond op het punt toe te treden tot de directie van de boekenpoot van uitgeefconcern PCM – maar om de hoofdfiguur van die film. Met Ciske, het straatschoffie dat het hart uiteindelijk op de goede plaats blijkt te hebben, deelt Spijkers al meer dan vijftien jaar zijn bijnaam in de Amsterdamse uitgeverswereld: De Rat. De gelijknamige roman van Piet Bakker noemde hij al eerder het laatste boek waarom hij had gehuild (,,toen ik een kind was'').

Donderdag werd bekend dat Spijkers de weg van vijf jaar geleden in omgekeerde richting gaat afleggen, omlaag in de hiërarchie. Weg als directeur van PCM algemene boeken (,,in het literaire segment blijft er voor PCM een wereld te winnen'', erkende hij in het vakblad Boekblad) en voltijds terug als directeur van uitgeverij Prometheus. Dat bedrijf zal volgens plan begin volgend jaar fuseren met Meulenhoff en Vassallucci tot Meulenhoff Prometheus. Of die fusie soepel zal verlopen, is voorlopig nog de vraag. Bij Meulenhoff en Vassallucci, waar door de fusie vijftien banen op de tocht staan, beklaagde het voltallige personeel zich vorige maand al in een brandbrief over het onfatsoenlijke gedrag van de concernleiding en Spijkers. Die is er zelf echter van overtuigd dat er `absoluut voldoende draagvlak' is.

Mai Spijkers geldt als de eerste Nederlandse uitgever die de sfeer van chique heren en bijbehorende akkoorden doorbrak door duidelijk te maken dat hij ook geld wilde verdienen met literatuur. Hij vond het geen probleem auteurs van andere uitgeverijen te benaderen, haalde alles uit de kast om buitenlandse rechten te verkrijgen, introduceerde het `schot hagel' (véél boeken uitgeven, hopend dat er een bestseller tussen zit, en onderkende het belang van een goede marketingstrategie. Het is een uitgeefstrategie zoals die inmiddels door de meeste Nederlandse uitgeverijen wordt gehanteerd, maar die vijftien jaar geleden als revolutionair gold. Waarmee niet gezegd is dat Spijkers het allemaal zelf heeft bedacht. ,,In Duitsland en Amerika ging het al veel langer zo'', zegt literair agent Paul Sebes, die jarenlang de publiciteitsafdeling van Spijkers' uitgeverij Prometheus bestierde.

,,Mais grootste ondeugd is zijn ongeduld'', zegt Joop Boezeman. Hij kent Spijkers al twintig jaar en werd door hem benoemd als directeur van PCM-dochter A.W. Bruna. ,,Hij heeft natuurlijk zijn streken gehad in zijn Prometheus-tijd, maar hij is enorm gedreven. Als je stevig in je schoenen staat, heb je een ongelooflijk goede vent aan hem.'' De problemen die Spijkers bij Meulenhoff ondervindt, relativeert hij. ,,Iedereen die iets met Meulenhoff probeert, krijgt een knal voor zijn kop, zo gaat dat nu eenmaal.''

Met zijn zelfgekozen terugkeer naar het `gewone' uitgeven zegt Spijkers `zijn hart' te volgen en het lijdt geen twijfel dat hij weer gaat doen waar hij het beste in is. Dat liet hij het afgelopen jaar alweer zien bij Prometheus dat onder zijn directoraat (parttime, naast de leiding van de hele boekendivisie) prompt weer winstgevend werd. Maar zijn jaren als directeur Algemene Boeken lieten ook zien dat niet alles wat Spijkers aanraakt, in goud verandert. Zijn bekendste nederlaag leed hij in september 2001 toen redacteur Tilly Hermans bij Meulenhoff vertrok met in haar kielzog vijftien, veelal beroemde auteurs (onder anderen Adriaan van Dis, Oek de Jong, Nelleke Noordervliet en Marcel Möring). Zij plaatsten hun vertrek nadrukkelijk in het perspectief van de `verzakelijking' die in het oude uitgevershuis was doorgevoerd onder leiding van Spijkers.

Drie jaar na dato wil Hermans nog steeds niets kwijt over haar conflict met Spijkers. ,,Laatst zag ik zijn naam staan onder een steunadvertentie voor het Multatuli-museum, dat een cultuurgoed is dat behouden zou moeten worden. Dan vraag je je toch even af hoe dat zich verhoudt tot wat hij met Meulenhoff heeft gedaan.'' Spijkers zelf erkent dat hij inschattingsfouten heeft gemaakt rondom het vertrek van Hermans, maar houdt vol dat de financiële positie van Meulenhoff een harde aanpak noodzakelijk maakte. Hij verdedigde zich in een opiniestuk in NRC Handelsblad, onder de titel: `Een uitgever moet zakelijk zijn'.

Ook nu, ruim drie jaar later, zit Spijkers dus met een flink probleem bij Meulenhoff, zo blijkt uit de uitgelekte brandbrief van het personeel. Dat verwijt hem dat hij de situatie bij Meulenhoff zwarter heeft voorgesteld dan ze is, onder meer door recente, goed verkopende titels buiten beschouwing te laten. Hij zou achter de rug van de uitgevers om hebben gehandeld en bij de fusie zijn eigen Prometheus bevoordelen. De ondernemingsraad tikte Spijkers eerder op de vingers omdat hij al mensen `boventallig' had verklaard voordat hij dat (verplichte) advies had gevraagd. Dat advies wordt deze week verwacht. De protestbrief is mede ondertekend door de uitgevers van Meulenhoff en Vassallucci, Annette Portegies en Oscar van Gelderen. Die houden wat Spijkers betreft hun baan, maar of ze dat aanbod zullen aannemen is gezien de inhoud van de brief zeer de vraag. Ze willen pas iets als duidelijk is hoe de reorganisatie er precies gaat uitzien. De auteurs Monika van Paemel en Charlotte Mutsaers zinspeelden vorige week in De Volkskrant al op een vertrek. ,,Ik wacht knarsetandend af'', aldus Mutsaers, die zich in 2001 nog verheugd toonde over Spijkers' benoeming van Annette Portegies als uitgever bij Meulenhoff.

Mai Spijkers werd in 1955 geboren als zoon van een fabrieksarbeider in een huis zonder boeken. Hij was een van negen kinderen, waarbij zijn verlangen om uniek te zijn verder werd bemoeilijkt doordat hij de helft van een tweeling was. Op zijn tiende stierf zijn moeder, op zijn veertiende belandde hij in een pleeggezin. Na een studie geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam belandde hij bij Bert Bakker, de uitgever die hem het vak leerde. Volgens Bakker was meteen duidelijk dat Spijkers het ver zou schoppen: ,,Hij deed alles wat je verwachtte, werkte van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat.'' Hij was ambitieus en leek loyaal. ,,Ik heb echt jaren gedacht dat het een aardige man was'', zegt Bakker nu. Spijkers werd hoofdredacteur (hij scoorde onder meer met de zeer voordelige aankoop van Umberto Eco's In de naam van de Roos). In 1990 begon hij voor zichzelf, tot frustratie van Bert Bakker. Een groot aantal auteurs ging met Spijkers mee. Zijn reputatie als uitgesproken hard en zakelijk uitgever was toen al gevestigd. De Haagse Post berichtte over zijn vertrek onder de kop `De rat verlaat het zinkend schip' Waarna de rat een vliegende start maakte met zijn uitgeverij Prometheus en Connie Palmens bestseller De wetten. Binnen de kortste keren was hij een van de bekendste uitgevers van Nederland, waarbij de mythevorming werd gestimuleerd door zijn veelvuldig geïmiteerde, nasale stem en de onafscheidelijke Borsalino op zijn kale hoofd.

Spijkers heeft de naam driftig te zijn, zijn personeel hard te laten werken (,,een goede redacteur heeft geen vrije tijd''), uit te schelden en snel de deur te wijzen. Het personeelsverloop bij uitgeverij Prometheus was onder Spijkers' leiding dan ook zeer groot. Beroemd is de anekdote over het groepsportret van het personeel dat Spijkers midden jaren negentig liet maken, waarop sommige gezichten moesten worden weggeschilderd voordat het doek was voltooid. ,,Het eerste wat iedereen na binnenkomst deed, was controleren of hij er nog op stond'', schreef Spijkers' opvolger Plien van Albada in het afscheidsboekje Ja hai, met Mai, dat voor hem werd gemaakt bij zijn afscheid van Prometheus.

Uit dat boekje rijst het beeld op van een man die inderdaad roofbouw pleegt op zijn personeel, maar die tegelijkertijd op handen gedragen wordt door zijn auteurs. Hiske Dibbets spreekt in dat boekje het vermoeden uit dat dat een bewuste keuze is: ,,Misschien was Mai op sociaal gebied wel veel begaafder, een natuurtalent dat uiterst efficiënt met zijn gave omging en geen moeite verspilde aan mensen die hij niet nodig had, oninteressant vond of, in het geval van zijn personeel, toch wel vervangbaar waren.''

Het voormalige personeel van Prometheus komt nog af en toe bijeen voor een etentje. De laatste keer stond er een pot op tafel met het portret van Spijkers. Iedere keer dat zijn naam viel, moest de schuldige een euro doneren. In het openbaar praten de ex-werknemers minder graag over hun voormalige baas. Lidewijde Paris (nu uitgever bij Querido) en Plien van Albada (nu uitgever bij Balans) houden het erop dat ze alles wat ze te zeggen hebben ,,tegen Mai zelf'' gezegd hebben. Josje Kraamer (nu Contact) maakte Spijkers een aantal maanden mee nadat deze vorig jaar zijn eigen opvolger Plien van Albada opvolgde bij Prometheus. ,,Hij is een heel erg goede uitgever, hij heeft visie en hij denkt snel. Maar ik wilde er niet langer tussen zitten. Alle verhalen zijn waar: de woedeaanvallen, het gegil, mensen dingen van de grond laten oprapen.''

Maar zijn auteurs hebben niets dan lof voor Spijkers. Connie Palmen schrijft in Ja hai, met Mai: ,,Het was Mai en ik. Een verbond berust op iets wat onuitgesproken blijft, iets wat je in iemand herkent, ook zonder dat je dezelfde weg bewandelt.'' Bas Heijne: ,,Ik ken maar een paar mensen die zichzelf op zo'n grappige manier kunnen relativeren als Mai.'' Een relativeringsvermogen dat zich een paar jaar geleden liet zien toen hij twee vertrekkende uitgevers een dartsbord cadeau deed met een foto van hemzelf erop geplakt. Hafid Bouazza wordt vaak 's ochtends om half acht door Spijkers gebeld, om te vragen hoe het met hem ging. Thomas Rosenboom, géén auteur van Spijkers zelf, heeft al jaren een `trouwe' vriend aan hem. ,,Misschien is Mai als uitgever weleens hard, maar dat zal dan altijd in het belang van zijn uitgeverij zijn. Of hij mij ooit heeft gevraagd om over te stappen? Ieder schrijver is mans genoeg om nee te zeggen.''

Een speciale plaats in het fonds hebben de historici. Want een van de minst betwiste verdiensten van Spijkers is de wijze waarop hij een breed publiek heeft weten te interesseren voor historische boeken, zoals het werk van Frits van Oostrom (die in 1996 de AKO-literatuurprijs won voor Maerlants wereld), H. Wesseling, A.Th. van Deursen en Herman Pleij. Die laatste ziet bij Spijkers ,,een combinatie van koopmanschap en historische liefde. Hij is een blijvende inspirator, iemand die af en toe een briefje stuurt van één regel, waarin dan een idee voor een boek staat.'' Spijkers zit in de redactie van een reeks boeken over Lieux de mémoire die Prometheus uitgeeft. Pleij: ,,Dat vindt hij enig. Op die vergaderingen zie je de koopman even verdwijnen.''

Spijkers heeft zijn grote successen als uitgever niet kunnen evenaren als concerndirecteur. Bij zijn aantreden in 1999 bestond de directie van wat toen Meulenhoff & Co. heette nog uit vier personen. Een jaar en enkele meningsverschillen over de te volgen koers verder was Spijkers de enig overgeblevene. Bij de Standaard uitgeverij en Het Spectrum werden grote successen geboekt en ook de overname van Bohn Safleu en Van Loghem ziet Spijkers als een van zijn belangrijke successen. Maar juist de literaire uitgeverijen hadden het vaak moeilijk. Volgens Lex Spaans, oud-uitgever van Vassallucci en oud-directeur van het PCM-rechtenbureau Rights.nl., heeft Spijkers vooral moeite met delegeren: ,,Hij laat iedereen zijn zegje doen, maar uiteindelijk krijg je dan een missive op je bureau over hoe het allemaal precies moet. Hij stuurt veel te veel aan.'' Sandra Piers (oud-directeur Meulenhoff, nu Foreign Media Group) ,,miste bij Meulenhoff vooral de ondernemersvrijheid''.

Het verbaast hun dan ook niet dat Spijkers terugkeert naar de basis, naar het `gewone uitgeven'. Joop Boezeman van Bruna adviseerde Spijkers al eerder om zelf weer te gaan uitgeven. ,,Sinds hij een jaar geleden Prometheus weer zelf ging doen, zag je hem opfleuren.'' Die analyse wordt door veel anderen gedeeld: Mai Spijkers is het afgelopen jaar vrolijker en vriendelijker geworden. Misschien is `De Rat' dan uiteindelijk toch op weg naar de erkenning waar hij ooit opkwam in een gesprek met Ischa Meijer: ,,[...] dan zetten ze op mijn graf: hij was toch aardig.''