Leverancier lijdt onder prijsslag supermarkt

De omzet van de Nederlandse levensmiddelenindustrie is sinds het begin van de prijsoorlog in de supermarkten met 860 miljoen euro afgenomen. De werkgelegenheid in deze sector staat daardoor onder druk.

Dit stelt de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), een belangenorganisatie van de levensmiddelensector. ,,Als deze prijzenslag nog lang duurt, zal de schade enorm zijn. De lage prijzen zijn slecht voor de werkgelegenheid en maken het moeilijk om te investeren'', stelt directeur van de FNLI, P. den Ouden.

De belangenorganisatie is niet de eerste die de noodklok luidt. Enkele weken geleden maakt het Vakcentrum Levensmiddelen bekend dat er inmiddels circa tienduizend mensen in de supermarktsector hun baan hebben verloren. Volgens Den Ouden is het in de levensmiddelenindustrie nog niet zover. ,,Maar we vrezen dat het niet lang duurt voor er ontslagen gaan vallen door de teruglopende omzet.''

De prijsoorlog werd vorig jaar ontketend door marktleider Albert Heijn. Concurrende supermarkten als Super de Boer, C1000 en Dirk van de Broek werden gedwongen mee te gaan in de prijzenslag. Vorige maand startte Albert Heijn een tweede offensief door tweeduizend artikelen tot 35 procent in prijs te verlagen. Eerder heeft Albert Heijn verklaarde dat de prijsoorlog nog niet voorbij is.

Vorige week werd in de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het kabinet de effecten gaat onderzoeken over het verkopen van producten onder de inkoopprijs. In sommige Europese landen is dat verboden. De motie werd ingediend door CDA-Kamerlid J. Atsma. Volgens FNLI-directeur Den Ouden, die de motie toejuicht, zou het onderzoek niet alleen betrekking moeten hebben op producten uit de land- en tuinbouw, maar moeten gelden voor alle producten die in de supermarkt zijn te vinden. Ook het Vakcentrum Levensmiddelen steunt het onderzoek door het kabinet.