Levensloop: voor elk wat wils

Prepensioen is passé, levensloop komt. Is het een nieuwe naam voor het vertrouwde prepensioen, of iets nieuws? Welkom in de spaarpoteconomie.

De Tweede Kamer is akkoord, maar de twijfel blijft. VUT en vroegpensioen zijn al jaren echte A-merken. Vanaf 2006 verdwijnen zij uit de schappen. Het is de vraag of de levensloopregeling, het nieuwe financiële product waarmee werknemers kunnen sparen voor zorgverlof of eerder stoppen met werken, een gewild merk zal worden.

Levensloop is voor elk wat wils. Het is een spaarpotje, zeg maar een oude sok, en zoals dat met sokken gaat: one size fits all.

Niemand weet hoe groot de vraag naar levensloop zal zijn. Ook pleitbezorger minister A.J. de Geus van Sociale Zaken niet. ,,Ik kan geen concrete getallen noemen'', zei hij vorige week in het Kamerdebat.

Het gebrek aan marktonderzoek, de huidige onkunde over de consumentenvraag en de verwachte administratieve wanhoop bij de producenten/uitvoerders hoeven een hoge vlucht niet in de weg te staan. De VUT is ooit ook begonnen als een lokaal experiment.

Het oorspronkelijke idee van levensloop is een financieel smeermiddel om werknemers in staat te stellen langer actief te zijn. Met levensloop zouden zij, zo is de redenering van CDA-denkers, het spitsuur van hun bestaan beter kunnen overbruggen. Een spitsuur met zorg voor hun eigen carrière, met zorg voor hun ouders en met zorg voor hun kinderen. Werknemers zouden hun menselijk kapitaal langer kunnen benutten, en dat is een manier om de stijgende vergrijzingskosten te financieren.

Vervolgens is het idee `gekaapt' door de vakbeweging, die met een nieuwe variant kwam. Levensloop is ook een spaarpotje voor eerder stoppen. Zeg maar: vroegpensioen, maar dan onder een nieuwe naam (een bekende marketingtruc) en met een nieuwe verpakking: niet langer collectief verplicht, maar op basis van individuele keuzes.

En het kabinet helpt een handje. De fiscale subsidiëring van VUT- en prepensioenregelingen wordt afgeschaft, maar levensloop krijgt ook extra fiscale stimulansen. Zo blijft het kabinet de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken fiscaal toch aanmoedigen.

Nog een ongewoon element: levensloop mag van minister De Geus geen arbeidsvoorwaarde heten. Daarom wil hij ook niet dat pensioenfondsen de regeling uitvoeren. Pensioen is wel een arbeidsvoorwaarde, dit niet. Tegelijkertijd erkende de minister op vragen van PvdA-Kamerlid S. Depla dat werknemers op elk moment het saldo op hun levenslooprekening wel kunnen doorstorten naar hun reguliere pensioen. Zo financiert een niet-arbeidsvoorwaarde toch een arbeidsvoorwaarde.

De Geus hamerde in zijn verdediging van het wetsontwerp op het individuele karakter van de levensloop. De introductie is een stap in de richting van de spaarpoteconomie, maar niet op collectieve, maar op individuele basis.

Werknemers zijn van oudsher gewend verplicht te sparen voor pensioen in verplichte collectieve regelingen. Maar in de nieuwe spaarpot-economie komt meer keuzevrijheid, waarbij particuliere verzekeraars een hoofdrol gaan spelen. En dan is het nog maar een kwestie van tijd of werknemers krijgen meer keuzes: een spaarpot voor de eerste inkomensdaling bij werkloosheid? Een spaarpotje voor toekomstige zorguitgaven?

De aanhangers van de spaarpot-economie kregen vorige week een duwtje in de rug van een analyse van vier toekomstscenario's van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB-scenario met de hoogste economische groei kent ook een vergaande privatisering van sociale verzekeringen.

Maar zover is het nog niet. In het debat in de Tweede Kamer werd de afgelopen dagen duidelijk dat niemand daar weet hoeveel vraag naar het product zal komen, omdat anderen de regie voeren.

De politici hebben het lot van levensloop in handen gelegd van vakbonden en werkgevers. Zij moeten in honderden CAO's afspraken maken over de extra ruimte voor pensioensparen die zij in het sociaal akkoord met het kabinet hebben bemachtigd (pensioen voor je 65-ste) én over de levensloop. Zo wordt levensloop toch een nieuwe arbeidsvoorwaarde.

Het is duidelijk dat de vakbonden daarbij zoveel mogelijk zullen inzetten op het conserveren van de bestaande situatie. Direct na het sociaal akkoord, drie weken geleden, stelde FNV-voorzitter L. de Waal zijn achterban gerust. Bijna iedereen zou op zijn 60-ste kunnen stoppen met werken.

Inmiddels worden de werkgevers nerveus. Zij vrezen straks aan de CAO-kassa een waslijst met prijskaartjes te mogen afrekenen. De stijgende premies voor het reguliere pensioen. Sinds 1999 zijn de premies verdubbeld, van 10 miljard euro naar meer dan 20 miljard euro. De vuistregel is dat werkgevers daarvan twee derde betalen. Dan is er de werkgeversbijdrage aan de mogelijkheid dat werknemers na 40 jaar werken met pensioen mogen, ook al zaten zij geen 40 jaar in hun pensioenfonds. En de werkgeversbijdrage aan de overgangsregeling voor VUT en prepensioen voor 55-plussers. En dan is er nog het verzoek voor een werkgeversbijdrage aan de nieuwe levensloopregeling.

De sociale vrede is hersteld, maar de uitwerking biedt nog genoeg conflictstof.