Laat Oekraïene niet in de kou staan

Het is moeilijk strijden voor het ideaal van een democratisch Oekraïne als de Europese Unie de deur voor de Oekraïeners ferm gesloten houdt, stelt Jacek Magala.

Het heeft lang geduurd. Maar met de dramatische ontwikkelingen tijdens de verkiezingsstrijd en de daaropvolgende volksopstand weet Oekraïne zich eindelijk verzekerd van een plaats in de internationale schijnwerpers. Het Westen is, nadat het jarenlang stilzwijgend aannam dat Oekraïne deel uitmaakte van de Russische invloedssfeer, ontwaakt uit zijn winterslaap. Voor wat de Europese Unie betreft kan dat in niet geringe mate op het conto van de nieuwe lidstaten, Polen voorop, worden bijgeschreven.

Het besef dat de EU in relatie tot Oekraïne en Rusland meer kan doen dan tot nu toe werd aangenomen, komt echter traag. Iedereen, met ook maar de geringste kennis over Rusland en Oekraïne, kon al maanden geleden voorspellen dat de verkiezingen allerminst eerlijk zouden verlopen, dat Rusland actief zou intervenieren en – belangrijkst van al – dat de keuze tussen Joesjtsjenko en Janoekovitsj een cruciale zou zijn.

Toch was de bescheiden zaal in het Europees Parlement half leeg toen vice-parlementsvoorzitter Janusz Onyszkiewicz, een Pool, op 12 oktober een aan de komende verkiezingen gewijde conferentie organiseerde. Zestig beleidsmedewerkers, adviseurs en parlementsleden gaven acte de presence. Onder hen slechts een drietal parlementsleden uit het `Oude Europa', zoals een `nieuwkomer' droogjes constateerde.

De desinteresse in Oekraïne is gevaarlijk. Het is moeilijk strijden voor het ideaal van een democratisch, op het Westen georiënteerd Oekraïne als de Europese Unie de deur voor de Oekraïeners ferm gesloten houdt. Terwijl de meeste Oekraïeners nauwelijks enige kennis hebben van het daadwerkelijk functioneren van de EU, voelen ze wel haarfijn aan dat ze vooralsnog geen graag geziene gasten zijn. Dat maakt het bijvoorbeeld voor Janoekovitsj zo makkelijk om zijn aanhangers voor te houden: het Westen wil ons niet, de Russen zijn onze broeders. Of, zoals Oleg Rybatsjoek, Joesjtsjenko's campagnechef het op bovengenoemde conferentie zei: de verhouding tussen Oekraïne en Europa is een kwestie van psychologie.

Dit inzicht ontbreekt onder West-Europeanen nagenoeg volledig. De noodzaak om Oekraïne en haar burgers een wenkend toekomstperspectief te bieden, een uitzicht op lidmaatschap van de EU, stuit op technocratisch-bureaucratische overwegingen. Eerst moet de huidige uitbreidingsgolf worden verwerkt, dan komt de Balkan en ondertussen klopt Turkije hardnekkig op de deur. Voor Oekraïne is geen tijd of aandacht. In de woorden van een Clingendael-specialist: ,,We doen al heel veel in de Oekraïne. We geven maar liefst 100 miljoen euro per jaar.''

Het spreekt voor zich dat zelfs een klinkende zege van Joesjtsjenko geen dramatische verandering in Oekraïne's positie teweeg zal brengen. De verhouding tot Rusland zal op politiek, economisch en sociaal vlak altijd belangrijk zijn. Het zal in praktische termen zeer moeilijk blijken te laveren tussen de EU en Rusland.

Maar juist op psychologisch vlak dienen zich de grootste kansen aan. Nationale identiteit, onafhankelijkheid, democratie, het gevoel van gemeenschap met het gezamenlijke Europese huis, de aanvaarding van Europese normen op sociaal, economisch, juridisch en politiek terrein – het is hier dat de strijd gestreden wordt en gestreden worden zal. De nieuwe EU-lidstaten die zich zo recent aan Russische overheersing en communistische dictatuur hebben ontworsteld, hebben dat beter door dan de oude.

Afgelopen woensdag was er een spoedzitting van de Commissie Buitenlands Beleid van het Europees Parlement. Ook daar domineerden afgevaardigden uit de nieuwe lidstaten het debat. Stuk voor stuk pleitten ze voor steun aan de democratische krachten in de Oekraïne en voor het bieden van een perspectief op toetreding tot de EU. Maar wat was het antwoord van de Europese Commissie? De aanwezige Commissie-ambtenaar volstond met de opmerking dat de afgevaardigden moesten wachten tot 8 december wanneer de commissie haar Action Plan voor Oekraïne presenteren zou. Business as usual, dus. Het Action Plan – een opsomming van de staat van overeenstemming van de wetgeving van het desbetreffende land met het acquis communautaire (de gemeenschappelijke onderbouw van rechten en plichten die alle EU-lidstaten bindt) en een lijst van aanbevelingen – was al maanden geleden aangekondigd. Wellicht dat ze zich in de commissie alsnog zijn gaan schamen, want een dezer dagen zal het uitstel van dit Action Plan bekend worden gemaakt.

Ondertussen beschuldigt Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, het Westen ervan Oekraïne uit de Russische invloedssfeer te willen halen en de Oekraïense democratie niet te respecteren. Als we The Sunday Times moeten geloven zou Poetin de Oekraïense president Koetsjma diplomatieke rugdekking hebben beloofd in het geval deze laatste voor een gewelddadige oplossing zou kiezen. Zo ver zal het wel niet meer komen, daarvoor is de internationale druk te groot. Maar het is een teken aan de wand dat de oostelijke regio's afscheiding overwegen en bij het Kremlin om steun hebben gevraagd. Een zelfde scenario als in Moldavië en Georgië, waar Rusland opstandige gebieden in hun separatisme steunt, dreigt zich te voltrekken. Met destabilisering en chaos, en als gevolg daarvan nog meer Russische inmenging, als resultaat.

Van de oude lidstaten van de EU kan ten aanzien van Rusland en Oekraïne weinig worden verwacht. Of het nu het Frankrijk van Chirac is of het Duitsland van Schröder – de bilaterale contacten met Rusland blijken te verleidelijk om te weerstaan. Te vaak blijken economische mogelijkheden en de goedkope olie en gas belangrijker dan zaken als mensenrechten, de vrijheid van mensingsuiting of de situatie in Tsjetsjenië. Zelfs in Duitsland begint men in te zien dat het geen pas geeft om Poetin een `smetteloze democraat' te noemen, zoals Bondskanselier Schröder onlangs deed.

De internationale druk die nu op de Oekraïense machthebbers wordt uitgeoefend is in niet geringe mate de verdienste van Polen en de andere nieuwe lidstaten. Het was de Poolse president Kwasniewski die de ronde tafelgesprekken tussen Janoekovitsj en Joesjtsjenko organiseerde, het was het icoon van Solidariteit Lech Walesa die de demonstranten in Kiev het grootste enthousiasme ontlokte, het waren de Poolse leden van het Europees Parlement die het hardst aan de bel trokken.

Zelfs het bepaald niet van enthousiasme voor de nieuwe lidstaten overlopende Le Monde moet toegeven dat het nieuwe Europa zich onder Poolse leiding standvastiger en principiëler opstelt ten aanzien van Rusland en haar `nabije buitenland' dan Frankrijk of Duitsland.

Het Oekraïense dubbeltje kan nog beide kanten op vallen. Met hun massale maar vreedzame protest, met hun bewonderenswaardige vastberadenheid en waardigheid hebben de dappere burgers van Oekraïne op overtuigende wijze blijk gegeven van hun Europese identiteit. Wat ze nu meer dan ooit nodig hebben is een signaal dat ze niet alleen psychologisch maar ook daadwerkelijk lid kunnen worden van ons gemeenschappelijk Europees huis.

Een half miljoen mensen waren er van het weekend in Kiev op de been. Terwijl ze temperaturen van onder het vriespunt trotseerden, zongen ze hoopvol: ,,Wij zijn samen, wij zijn met velen, wij zijn niet te verslaan.'' De EU kan hen toch niet in de kou laten staan?

Jacek Magala is socioloog en oud-adviseur buitenlands beleid van de Poolse liberalen in het Europees Parlement.