Jamie Cullum krijgt de zaal mee

Een ster worden door de anti-ster uit te hangen: wat Norah Jones pijlsnel lukte: een groot publiek te winnen voor aardige popliedjes met een jazzy touch, lijkt ook Jamie Cullum even te gaan fixen. En met bijna dezelfde middelen: een bijzondere stem, onopvallend pianospel en een heleboel publiciteit. Dat laatste vooral om uit te leggen dat Jamie, afgezien van zijn zangstem, net zo gewoon is als zijn publiek. Hij rijdt niet in een Ferrari, laat zich niet kleden door een modekoning, maar pakt op de tast een schoon t-shirt plus spijkerbroek uit de kast voor hij op zijn gympies de deur uit rent.

De nadruk op Cullums geweldige gewoonheid – niks drugs, sex en rock&roll – en een regen van persberichten: Jamie komt, Jamie is er, Jamie was er en Jamie komt terug, hadden ook in Nederland het beoogde effect. In april stond hij in het Bimhuis in Amsterdam, in juli speelde hij op het North Sea Jazz Festival in Den Haag, in oktober was hij op tv en vrijdag stond hij in een uitverkocht Paradiso.

Waar de door Universal ondersteunde Jamie de door EMI gelanceerde Norah in één opzicht glansrijk versloeg: de communicatie met het publiek. Jamie houdt wel van een beetje kwekken en beseft ten volle dat je pas een echte ster bent als de hele zaal met je mee zingt. Het geeft je stembanden even rust, rekt de liedjes lekker op en verzekert je van extra applaus. Want hoe loyaal je publiek ook is, het klapt uiteindelijk het liefst voor zichzelf.

Dus wordt het in Paradiso het allergezelligst bij het luidkeels meegezongen Everlasting Love, ook bekend van Theo Joling, en het stokoude Singing in the Rain waarin de uitbundigheid van Cullum doet denken aan good old Ramses Shaffy. Dat hij in Light my Fire van The Doors van rol verwisselt met drummer Sebastiaan de Krom, maakt de zaal gek van enthousiasme en versterkt het idee: wat Cullum kan, kan iedereen, mits hij maar een beetje oefent. Dat laatste geldt ook voor zijn spel op gitaar.

Dat Cullum in Paradiso anders dan op het North Sea Festival niet op of over de piano sprong maar aandacht vroeg voor de kwaliteit van de Steinway en de akoestiek van de zaal tekent zijn sociale aangepastheid.

Met deze jongen kun je zaken doen. Jamie Cullum is een prima middle-of-the-road artiest voor mensen die K3 en Britney Spears zijn ontgroeid maar nog niet toe zijn aan zwaar zuchtende `late night'-muziek. Zijn zelfgeschreven nieuwjaarsliedje Next Year Baby ging er in Paradiso in als koek en kerstliedjes komen ook nog wel als hij wat meer zitvlees heeft ontwikkeld.

Bing Crosby was bijna veertig toen hij het beroemde White Christmas opnam en ook Tony Bennett, Perry Como en Frank Sinatra waren niet meer piep toen hun kerstrepertoire werd vastgelegd. Jamie Cullum is nu nog Twenty Something, gelijk de titelsong van zijn debuut, en zijn publiek groeit gewoon met hem mee. Als hij het wil. Als God het wil. En natuurlijk de platenbusiness.

Concert: Jamie Cullum Trio. Gehoord: 26/11 Paradiso, Amsterdam.