Intrekken paspoort is moeilijk

Wat te doen net de dubbele nationaliteit? Het huidige kabinet wil het zoveel mogelijk beperken en het Nederlanderschap zelfs kunnen intrekken.

Het kabinet wil de Nederlandse nationaliteit kunnen ontnemen van mensen met en dubbele nationaliteit die hier zware vergrijpen begaan. Dit is echter alleen mogelijk in extreme gevallen, waarschuwde de emeritus-hoogleraar H.U. Jessurun d'Oliveira onlangs in het Nederlands Juristenblad. Het Europees nationaliteitsverdrag zegt dat dit alleen mogelijk is wanneer vitale belangen van de staat zijn geschonden. D'Oliveira betwijfelt of Mohammed B. (die zowel een Nederlands als een Marokkaans paspoort heeft) in deze termen valt.

In een geval als de moord op Van Gogh zijn de mogelijkheden van de Staat nog in een ander opzicht beperkt. Bij ernstige misdrijven vraagt de rechtsorde juist om berechting en bestraffing in ons land. Het opzeggen van de Nederlandse nationaliteit zou zelfs averechts kunen werken indien de betrokkene weet te ontkomen naar het land van herkomst. Dit zou dan wel eens kunnen weigeren hem uit te leveren.

Het ontnemen van nationaliteit mag dan vooral een symbolische betekenis hebben, het heeft wel betrekking op een bijzonder gevoelig thema: dubbele nationaliteit. Nederland worstelt daar al geruime tijd mee. In beginsel moet dubbele nationaliteit worden tegengegaan, zegt een verdrag dat in de jaren zestig in Straatsburg werd gesloten door de landen van de Raad van Europa (die tegenwoordig 46 leden heeft). Wel werd erkend dat het om een lastige afweging gaat. Tégen dubbele nationaliteit pleiten argumenten als dubbele dienstplicht en mogelijke familierechtelijke complicaties zoals veelwijverij en eenzijdige echtscheidingsregels. Daartegenover staat dat sommige landen van herkomst afstand van de oorspronkelijke nationaliteit domweg niet mogelijk maken. Marokko is een voorbeeld. En als het wel mogelijk is afstand te doen, kunnen er zulke nadelige gevolgen aan verbonden zijn voor bijvoorbeeld het erven in het land van herkomst dat afstand een onevenredig bezwarende eis is. Dubbele nationaliteit heeft ook voordelen, zoals het vergemakkelijken van remigratie.

Het Nederland beleid ten aanzien van dubbele nationaliteit is in de juridische vakliteratuur getypeerd als ,,aarzelend''. Duidelijk is wel dat men in de jaren negentig de bezwaren steeds meer begon te relativeren. Het Kamerlid Boris Dittrich (D66) sprak in 1995 zelfs van ,,een omwenteling in het denken''. Dubbele nationaliteit zou de integratie van minderheden kunnen bevorderen. Het Kamerlid Apostolou (PvdA): ,,Het standpunt dat afstand gedaan moet worden van de eigen achtergrond, de geschiedenis en de tradities die de identiteit van de persoon mede bepalen, is niet vol te houden in een wereld die gekenmerkt wordt door bindingen die dwars door nationale grenzen heengaan''.

Het praktisch belang van deze discussie ligt in de toets die de overheid gebruikt bij naturalisatie. Dittrich vond destijds dat dubbele nationaliteit ,,geen automatisme'' moest worden maar dat de uiteindelijke keuze aan de aspirant-Nederlander zelf was voorbehouden. Toetsing van zijn of haar motieven was volgens het Kamerlid ,,onuitvoerbaar en onwenselijk'. Veel juristen beschouwen meervoudige nationaliteit als niet meer dan de juridische erkenning van een feitelijke toestand. Er is inmiddels een nieuw protocol van Straatsburg tot stand gekomen, noteert d'Oliveira in de jongste aflevering van het Juristenblad, dat het bewaren van de oorspronkelijke nationaliteit juist als belangrijk omschrijft.

Het is natuurlijk niet zo dat de keuze voor één nationaliteit een garantie is voor goed gedrag. Toch is sinds de jaren negentig de vraag gebleven of dit niet iets méér is dan een diploma, zoals het toenmalige Kamerlid Korthals (VVD) het uitdrukte. Hij vond dat men niet moest blijven ,,hinken op een dubbele loyaliteit''. Dat is nu ook de teneur van een wetsvoorstel om meervoudige nationaliteit te beperken dat eind augustus door het kabinet werd aangenomen. ,,Een achterhoedegevecht'', aldus d'Oliveira. Al was het alleen omdat inmiddels de burgers van vierentwintig andere EU-landen dezelfde rechten als Nederlanders hebben. En dan straks nog de Turken. Wat maakt de Nederlandse nationaliteit dan nog uit? Deze vraag laat zich echter ook omkeren. Als gelijke behandeling al verregaand voorgeschreven is, waarom zou het laatste stapje van de naturalisatie niet een echte keuze zijn?