Een Fledermaus in kersttijd, maar niet traditioneel

Zoals in de Duitstalige operawereld traditie is, gaat ook de Nationale Reisopera nu in de donkere decemberdagen op tournee met Strauss' operette Die Fledermaus. Dat betekent een grote breuk met de vorige grote Nederlandse Fledermaus-enscenering bij de Nederlandse Opera onder leiding van Nikolaus Harnoncourt, die in het Holland Festival van 1987 een juist zeer zomerse première beleefde.

Behalve de tournee in en om de adventstijd streeft deze productie van Die Fledermaus er echter naar allesbehalve traditioneel te zijn. Dat is de opzet van regisseur Robert Lehmeier, en dat is ook de wens van Reisopera-intendant Guus Mostart. Die Fledermaus is gesubsidieerd uit het operettepotje oude stijl, dat ontstond bij het ter ziele gaan van de Hoofdstad Operette. Maar met ingang van het nieuwe Kunstenplan 2005-2008 krijgt de Reisopera jaarlijks een half miljoen euro voor één operette of `lichte opera' per seizoen, welke nevenfunctie Mostart met gemengde gevoelens op zich neemt. Met de operettesubsidie kan de Reisopera net vijf producties per jaar maken, maar de wens door te groeien naar acht blijft ongehonoreerd.

Na een succesvolle voorstelling van The Mikado van Gilbert en Sullivan in het vorige seizoen, presenteert de Reisopera met Die Fledermaus opnieuw een in veel opzichten sprankelende `lichte' productie. Alleen het actuele element, in The Mikado meesterlijk ingepast in vlijmscherpe nieuwe teksten, is hier een memorabele mislukking. In de recitatieven en de aankleding is Die Fledermaus traditioneel, maar waar het heden in de gedaante van een misplaatste kikker-voor-kinderfeestjes (komedieacteur Frans van Deursen) met botte commentaren inbreekt op de handeling, streeft de voorstelling zijn doel volledig voorbij.

Door het premièrepubliek werd veelal smakelijk geschaterd om Van Deursens aandeel, klapperpistool incluis. Maar oneliners als `Waarom zingt iedereen hier steeds?', `Krijgen we dat hele gezeik nu weer van voor af aan?' of `Ja, zet nog maar es lekker een polkaatje in!' hakken wel erg makkelijk in op de karakteristieken van het operettegenre. Zij maken de spreekrol Frosch doorgaans een lallende kruising tussen diktong, dorpsgek en de Vieze Man in de meeste scènes nog tenenkrommender dan normaal.

Voor regisseur Robert Lehmeier draait Die Fledermaus om namaak en nep. Dat begint al bij het kitscherige, met te roze rozen en porseleinen dekhengsten opgeluisterde decor van Tom Musch, waarin de dansvloer een reuzenmatras blijkt en alles draait en kantelt. Maar ook in het huwelijk van Gabriel Eisenstein en zijn Rosalinde is weinig waarachtig. Hij fopt haar door de gevangenis te verruilen voor het souper van Prins Orlofsky, zij bedriegt hem met aanbidder Alfred (tenor Markus Schäfer), die in een geslaagde scène opduikt als zingende toeschouwer in de zaal.

Maar ook verder draait Die Fledermaus om schijn en waan. Kamenierster Adele doet zich voor als artieste in een jurkje van `mevrouw', Prins Orlofsky is een androgyn type en wordt ook lekker macho gezongen door mezzosopraan Heike Grötzinger. De gemaskerde Hongaarse gravin voor wie Eisenstein blind valt op het souper, is in wezen zijn eigen vrouw. Aardig is daarom de vondst alle mannen in dezelfde pakken en overjassen uit te dossen en alle feestende dames als dienstertjes in bontmantels. De ene kerel of de andere, kamenierster of mevrouw uiteindelijk maakt het allemaal weinig uit.

Doorgaans krijgt de champagne bij het krieken van een nieuwe morgen de schuld van alles. Maar regisseur Lehmeier neemt de kater van overspel en heimelijke verlangens zwaarder op. Al tijdens het bal bevriest het feestgedruis en danst Valerie Valentine een soort stervende zwaan op het schreeuwend met Strauss-marsen, walsen en polka's contrasterende Adagietto uit Mahlers Vijfde symfonie. Maar ook de `morning after' is niet alles meteen vergeten en vergeven, en verstoppen de gasten hun verschaalde champagnehoofden kreunend onder kartonnen dozen met kijkgaatjes.

In de typecasting is deze Fledermaus een voorbeeldige voorstelling. Een goed uitgangspunt vormt de keuze voor voornamelijk Duitstalige solisten, waardoor de dialogen een authentiek aroma ademen. Maar ook theatraal zijn de meeste rollen raak getroffen, met de borstelige bariton Michael Kraus als een proleterige Eisenstein en sopraan Brigitte Jäger als een Rosalinde wier nouveau riche-edaante ook vocaal doorklinkt in haar coloraturen vooral tijdens de overtuigende act als Hongaarse gravin in roodleren pornopak. Met haar heldere maar niet onschuldige timbre is Hege Gustava Tjønn overtuigend als ambitieuze dienster Adele. Weinig uitgesproken maar vocaal bevredigend zijn bariton Marian Pop als Dr. Falke en Frank Schneiders als gevangenisdirecteur.

Dirigent Andreas Stoehr dirigeerde het Orkest van het Oosten bij de Nationale Reisopera eerder met groot succes een double bill met Bartóks Blauwbaards Burcht en Schönbergs Erwartung (1997). In Die Fledermaus stuwt hij het Orkest van het Oosten opnieuw op tot een opruiende en afwisselende speelstijl. In raffinement, elegantie en ritmische timing is een meer Wienerische Fledermaus orkestraal en vocaal niet zelden voorstelbaar, maar overall treft de Reisopera in deze productie de juiste toon voor ongecompliceerd decembervermaak.

Voorstelling: Die Fledermaus van Johann Strauss door de Nationale Reisopera/ Orkest van het Oosten o.l.v. Andreas Stoehr. Regie: Robert Lehmeier. Gezien: 26/11 Twentse Schouwburg, Enschede. Tournee t/m 9/1. Inl.: www.reisopera.nl.