Compensatie voor slachtoffers Chili

Duizenden slachtoffers van de militaire dictatuur van Augusto Pinochet (1973-1990) kunnen een schadevergoeding tegemoet zien. Dit heeft de Chileense president Ricardo Lagos gisteren bekendgemaakt.

Volgens Lagos hebben de slachtoffers recht op genoegdoening van de overheid omdat illegale detentie en marteling destijds onderdelen van een systematische staatspolitiek waren. Lagos zei het parlement het voorstel te zullen voorleggen om aan de slachtoffers een maandelijks bedrag van, omgerekend, 142 euro uit te keren. Ook wil hij hun en hun familieleden bijzonder onderwijs, hulp bij het vinden van huisvesting en voorrang in de gezondheidszorg aanbieden. De president deed zijn toezeggingen bij de publicatie van het rapport van de Nationale Commissie over Politieke Gevangenneming en Marteling.

Lagos, die het rapport eerder kreeg aangeboden, liet weten dat hij het ,,pijnlijk'' en ,,beangstigend'' vond om te lezen. Hij zei dat de staat ,,moreel herstel, zowel symbolisch als economisch'' verplicht is aan de slachtoffers.

Pinochet, die nooit veroordeeld is voor de misdaden begaan tijdens zijn regime, heeft nog niet gereageerd. Eerder deze maand liet een woordvoerder van de oud-generaal al weten dat het onderzoek ,,opnieuw de wonden in onze samenleving opent''.

De commissie, onder voorzitterschap van bisschop Sergio Valech Aldunate, beoordeelde de getuigenissen van ruim 35.000 Chilenen. 33.221 personen zaten volgens de commissie daadwerkelijk vast. Van hen kregen 27.255 mensen de status van slachtoffer. De ruim zevenduizend personen wier klacht niet is erkend, kunnen in beroep gaan tegen het oordeel van de commissie.

Het omvangrijke rapport, dat via de website van de Chileense regering is te lezen, doet gedetailleerd uit de doeken waar, hoe, wanneer en wie er als politieke tegenstander van Pinochet werd vastgehouden en gemarteld. 94 procent van de gevangenen werd gemarteld, zo becijferde de commissie, waarbij leger en politie 18 verschillende marteltechnieken hanteerden. Na botbreuken en kneuzingen was psychisch leed de meest voorkomende schade die de gevangenen opliepen. Gemiddeld zat een gevangene 180,1 dagen vast.

Bijna de helft (44 procent) van de gevangenen was in de leeftijd tussen de 21 en 30 jaar. Ruim 1000 gevangenen waren op het moment van hun arrestatie minderjarig, 88 van hen waren jonger dan 12 jaar. Het merendeel van de gevangenen was actief voor linkse groeperingen als de socialistische of communistische partij, vakbonden en studentenbewegingen. Tweederde werd gevangengenomen in de eerste vier maanden na Pinochets staatsgreep op 11 september 1973.

In het rapport is ook aandacht voor de 3.399 vrouwelijke gevangenen, waarvan het overgrote deel tijdens hun gevangenschap seksueel werd misbruikt. 229 vrouwen waren zwanger bij hun arrestatie: 20 van hen verloren hun kind door de martelingen, 15 bevielen in gevangenschap. Dertien vrouwen zeggen zwanger te zijn geraakt van hun verkrachters.

De getuigenissen blijven de komende vijftig jaar nog geheim, behalve wanneer de getuige zelf aangeeft dat zijn verhaal openbaar mag worden.