Chinese premier kritiseert VS om dollar

De Chinese premier, Wen Jiabao, heeft de Verenigde Staten gebrek aan economisch leiderschap verweten inzake de dollar. Wen uitte zijn kritiek op de VS in de marge van de ASEAN-top in Vientiane, de hoofdstad van Laos, waar de tien leden van deze Zuidoost-Aziatische associatie vandaag een vrijhandelsverdrag met China hebben gesloten. Dat meldden vandaag verscheidene Aziatische media.

Met China, Japan en Zuid-Korea heeft de ASEAN vandaag afgesproken om een nieuwe Aziatische top in het leven te roepen ten einde de economische invloed van de dertien landen in politieke invloed om te zetten. Tien jaar geleden werd een soortgelijk Aziatisch initiatief door de VS getorpedeerd.

De kritiek op de VS van de Chinese premier volgt op de aanval vorige week van de Chinese centrale bank op de VS. Zij is tot nu toe het sterkste politieke signaal uit Peking dat China niet lijdzaam wil toezien hoe met de val van de dollar de druk op China toeneemt om de yuan, de Chinese munt, los te koppelen van de dollar en de yuan te revalueren.

,,De Amerikaanse dollar vermindert in waarde en er zijn geen pogingen om dat te managen'', zei Wen. ,,Wat is de reden daartoe? Zouden de relevante partijen geen maatregelen [moeten] nemen?'' Revaluatie van de yuan – waar de VS op aandringen in de hoop dat de rest van Azië volgt en de VS zo hun handelstekort met Azië kunnen verminderen – is volgens Wen pas aan de orde als de tijd daarvoor in China rijp is. Hij herhaalde het Chinese standpunt dat China zijn munt niet onder druk zal revalueren.

Het handelsverdrag met China dat de ASEAN vandaag heeft gesloten houdt in dat vanaf 1 juli volgend jaar wordt begonnen met verlaging van handelstarieven. Uiteindelijk gaat het daarbij om een reeks goederen – 4.000 categorieën – waarvan in 2010 de invoertarieven moeten zijn verlaagd naar vijf of zelfs nul procent. Maar van een aantal gevoelige categorieën (zoals suiker, auto's, ijzer en staal) worden de invoertarieven aanzienlijk minder verlaagd, namelijk tot maar 20 procent en pas in 2012. Volgens waarnemers een teken dat het met de liberalisering van de handel minder soepel loopt dan men in Azië doet voorkomen.

Bovendien betreft het verdrag met China eerst alleen Brunei, Maleisië, Indonesië, de Filippijnen, Singapore en Thailand. De overige, arme vier – Cambodja, Birma, Laos en Vietnam – hebben tot 2015 de tijd gekregen.

Het handelsverdrag met China, waartoe twee jaar geleden werd besloten, is vooral het initiatief van de ASEAN-landen. Zij wensen hun economieën meer op booming China te richten. Tegelijk komt het aan de wens van Peking tegemoet om zijn invloed in de regio uit te breiden waar de VS traditioneel invloed hebben. Analisten menen overigens dat China aanzienlijk meer zal profiteren van het verdrag dan de ASEAN-landen, omdat het veel over goederen regelt en weinig over diensten, waar de ASEAN relatief in het voordeel is.

In ondernemerskringen in Azië wordt trouwens gewaarschuwd voor overspannen verwachtingen van zulke handelsverdragen. Er mankeert in Azië nog van alles aan de infrastructuur, de douane, de verpakking, het transport. Zij wijzen op een onlangs gesloten vrijhandelsverdrag voor fruit tussen China en Thailand. Toen Thais fruit bij de Chinese grens aankwam wist de Chinese douane niets van zo'n verdrag.