Abdelkrim wint prijs Cameretten

Cabaretier Anuar Aoulad Abdelkrim, een Utrechtenaar van Marokkaanse afkomst, is zaterdag in Rotterdam de winnaar geworden van het negenendertigste Cameretten-festival. De jury, die niet anoniem was, verkoos hem boven Ted Griffioen, die wel de publieksprijs kreeg, en Nathalie Baartman, aan wie de persoonlijkheidsprijs werd uitgereikt. Daardoor viel uiteindelijk alle finalisten een prijs ten deel.

Abdelkrim, die vorig jaar zijn hbo-opleiding audiovisuele kunsten en media afrondde, speelde losjes uit de heup – in T-shirt en jeans – een half uur, waarin hij zich presenteerde als allochtoon van de derde generatie. Zijn opa, zei hij, kwam in de jaren zestig als gastarbeider naar Nederland en zijn vader volgde bij wijze van gezinshereniging. Zelf zette hij monkelende kanttekeningen bij allochtonen die als bijverdienste de Telegraaf bezorgen en daarin kunnen lezen welke vooroordelen er tegen hen bestaan. Ook verwees hij naar de actualiteit in een verhaal over een vierjarig broertje, dat sinds het omstreden moskeebezoek van minister Verdonk op straat aan iedereen een handje wil geven.

,,Anuar komt op en neemt direct bezit van het hele podium'', aldus de jury over de winnaar. Maar juryvoorzitter Paul van Soest, die zelf in 1982 het Leids Cabaretfestival won en sindsdien voornamelijk als acteur werkte, zei nadrukkelijk ,,teleurgesteld'' te zijn over het optreden van de finalisten op het immense podium van het nieuwe Luxor-theater. Daarom werden in de uitslag ook de presentaties tijdens de voorronden meegerekend.

Die uitslag liet, wellicht mede door het gebrek aan unanimiteit in de jury, lang op zich wachten. Pas tegen middernacht, na ongeduldig boegeroep uit de zaal, kon de huldiging beginnen. De piepjong ogende Ted Griffioen, die de lachers vooral op zijn hand kreeg met een reeks platte grappen, werd tweede. Op de derde plaats eindigde Nathalie Baartman, die in een jurk uit Jane Eyre een wereldvreemde indruk stond te maken. Geen van de winnaars bleef echter voor kritiek van de jury gespaard, op alledrie was heel wat aan te merken.