`Aanslagen Madrid waren complot'

Oud-premier Aznar getuigde vanochtend met ingetogen woede voor een parlementaire commissie die onderzoek doet naar de aanslagen van 11 maart in Madrid.

De terreuraanslagen van de elfde maart in Madrid waren een complot om de conservatieve partij drie dagen later bij de verkiezingen een nederlaag te bezorgen. Ex-premier José María Aznar getuigde het vanochtend met nauw ingehouden woede voor de parlementaire enquêtecommissie die de aanslagen onderzoekt. ,,Als u mij vraagt naar de intellectuele daders van de aanslagen, dan zijn het dezelfde die de leugens in de dagen erna hebben georganiseerd'', zo verklaarde Aznar.

Met zijn dreigende blik, af en toe fluisterend, dan weer fel uithalend naar zijn vragenstellers, rekende Aznar vanochtend af met maanden van frustratie. De man die in maart zijn loopbaan als conservatief leider hoopte af te sluiten met een positie als erkend staatsman, verloor in een klap zijn internationale prestige. Dagenlang hield zijn regering vol dat de aanslagen het werk waren geweest van de Baskische terreurbeweging ETA. De avond voor de verkiezingen van 14 maart moest de scheidende regering toegeven dat het onderzoek zich richtte op moslimextremistische terreur.

Aznar herhaalde vanochtend de bekende argumenten: zijn regering had nooit gelogen, informatie direct verspreid en zijn verantwoordelijkheid genomen, zo verklaarde hij in een voorgelezen verklaring. Met zijn leesbril zijn woorden onderstrepend, leek het er even op of de premier weer helemaal terug was van weg geweest. Fel haalde hij uit naar de linkse media die volgens hem met ,,pure leugens'' verwarring en chaos hadden veroorzaakt in de dagen na de aanslagen, waarbij 191 doden vielen. En naar de huidige socialistische premier Rodríguez Zapatero. Had die niet, een jaar eerder na de aanslagen in Casablanca gesuggereerd dat Spanje op de islamitische terreurlijst was geplaatst? ,,Aznar is de schuldig aan terreur: die lijn werd al een jaar eerder ingezet.''

Maar gaandeweg tijdens de ondervraging kreeg de ex-premier het moeilijk. Een reeks politiefunctionarissen had immers voor de commissie verklaard dat de optie van de islamterreur reeds een dag na de aanslagen uitdrukkelijk werd opengehouden. Zeker na het aantreffen van een bestelautootje bij het vertrekstation van de bomtreinen, waarin behalve ontstekingsmechanismes ook een bandje werd aangetroffen met koranverzen waarin specifiek werd opgeroepen tot jihad tegen de ongelovigen. Aznar: ,,Dat is bijzonder interessant, maar dat wisten wij op dat moment nog niet. Achteraf is het makkelijk praten.''

Naar het optreden van Aznar was de afgelopen weken met stijgende verwachting uitgekeken. Een voormalig premier voor een parlementaire onderzoekscommissie geldt in Spanje als een novum. Bewindslieden zien hierin eerder een brutale ondervraging die hun persoonlijke intenties ter discussie stelt, dan een gangbare vorm van het afleggen van democratische verantwoording. Het optreden van Aznar, onmiskenbaar de man die de touwtjes stevig in handen had ten tijde van de aanslagen in Madrid, was aanvankelijk dan ook helemaal niet voorzien. Toen te midden van aanhoudende politieke geruzie, een meerderheid uiteindelijk de ex-premier besloot op te roepen, waren de woedende reacties van de conservatieve partij dan ook niet van de lucht. Bij wijze van een soort wraak besloot de conservatieve oppositie prompt de huidige socialistische premier Zapatero op te roepen, hoewel deze ten tijde van de aanslagen in de oppositie zat.

Het optreden van Aznar kreeg de afgelopen maanden ook politiek belang omdat de ex-premier vanaf de zijlijn op uiterst verbeten wijze zijn socialistische opvolgers kritiseerde. Vanuit de Verenigde Staten, waar hij gastcolleges geeft, verketterde Aznar het terugtrekken van de Spaanse troepen uit Irak en de terugkeer van Spanje naar de Frans-Duitse as in Europa. Nog voordat de Spaanse koning officieel op bezoek ging bij de herkozen president Bush (in een poging de nieuwe, ijskoude verhoudingen wat op te warmen) was Aznar al langs geweest bij zijn goede vriend in het Witte Huis. Vriend en vijand vragen zich af in hoeverre Aznar niet degene is die in werkelijkheid nog steeds zijn partij aanvoert.

Veel meer dan een parlementair onderzoek naar wat er voorafgaand aan de aanslagen was fout gegaan en hoe dit voorkomen kan worden, werd de enquêtecommissie door de conservatieve partij benut voor verbeten aanvallen naar iedereen die hun eer en goede bedoelingen in twijfel trok. Dat sloeg dan vooral op de dagenlang volgehouden bewering van het kabinet-Aznar dat de ETA verantwoordelijk was voor de aanslagen. De suggestie dat zulks wellicht te maken had met hele en halve leugentjes met het oog op de nakende verkiezingen werd woedend van de hand gewezen. Zo hoog liepen de emoties hierover op dat de alternatieve oorzaak – oogkleppen, onkunde en politiek gekluns – niet eens ter sprake kwam.

In plaats daarvan investeerde de conservatieve oppositie en de hen toegenegen pers veel tijd in het rondstrooien van een samenzweringstheorie. Daarbij werden de aanslagen toegeschreven aan een gemeenschappelijk kongsie, van islamitische terroristen, de geheime dienst van Marokko, en de ETA. Niemand bij zijn gezonde verstand die een dergelijk complot gelooft, verklaarde een van de betrokken politiefunctionarissen voor de commissie.

Uit de getuigenissen is de afgelopen maanden eerder een beeld ontstaan dat de regering-Aznar aanhoudend waarschuwingen van de politie, de geheime dienst en Europol in de wind sloeg dat Spanje een potentieel doelwit vormde voor een aanslag van Al-Qaeda. Al direct na de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten waren er sterke aanwijzingen dat Spanje een centrale uitvalsbasis voor moslim-extremistische terroristen vormde. Verzuimd werd om de gespecialiseerde eenheden binnen de politie en veiligheidsdiensten te versterken. Door het ontbreken van vertalers die het Arabisch machtig waren, verdween veel onderschept materiaal ongelezen in de prullenbak.

Ook de aanslagen van mei vorig jaar in Casablanca, waarbij 45 doden vielen, leidde niet tot een grotere alertheid in Spanje. Ook niet in de rest van de Europa trouwens, zo getuigde voormalig Europees commissaris van justitie Antonio Vitorino vorige week voor de commissie. Eind vorig jaar was de politieke aandacht voor het terreurgevaar volgens hem volkomen verslapt.