`We stevenen af op een botsing'

Wat te doen om in tijden van fundamentalisme christenen en moslims nader tot elkaar te brengen? `Laten we God voortaan aanspreken als Allah'.

,,Aahhhhhh.'' Een volle zaal is hoorbaar teleurgesteld als aan het einde van een feestelijke middag de hoofdpersoon, bisschop Tiny Muskens van Breda, aankondigt géén toespraak te houden. Hij beperkt zich tot enkele woorden van dank over de totstandkoming van zijn gisteren gepresenteerde biografie, geschreven door Arjan Broers. Jammer, verzuchten de genodigden. Misschien hadden ze meer willen horen over wat de Nederlandse katholieken te doen staat in een tijd van polarisatie tussen christenen en moslims in Nederland, voorvloeiend uit die ene moord op filmer Theo van Gogh, door een fundamentalistische moslim.

In het levensverhaal, getiteld Wees niet bang, geeft Muskens aanzetten voor een dialoog tussen de godsdiensten, één van de stokpaardjes van de bereisde bisschop. Muskens was gisteren precies tien jaar bisschop van Breda, en werkte daarvoor lange tijd in Indonesië en later in het Vaticaan. Indonesië heeft een blijvend diepe indruk op hem gemaakt. ,,Daar werd hij de noodzaak bewust van wederzijds respect en daar peilde hij de hevigheid en de kracht van het verzet van betrekkelijk kleine groepen, zowel bij het afbranden van moskeeën als bij het neerhalen van kerken'', aldus hoogleraar Anton van der Geld, een van zijn vrienden. ,,En dat lijkt nu ook onze situatie in Nederland en wellicht in Europa te worden. Daar ligt de balans van de religies hem na aan het hart.''

Christenen, joden en moslims zullen als monotheïsten naar elkaar toe moeten groeien, is de overtuiging van Muskens. Zelf heeft de populaire bisschop zijn leven lang beseft hoezeer religie cultureel bepaald is, zo bleek gisteren uit de verhalen van vrienden en kennissen van de nu 68-jarige Muskens. ,,Wat zouden er veel misverstanden verdwijnen als overal ter wereld joden, christenen en moslims God als Allah zouden aanspreken'', zegt Muskens in het boek. ,,Met zo'n uitspraak maak je je in tijden van fundamentalisme niet populair, maar het gaat om dezelfde God'', aldus een andere vriend, Gerard Rooijackers, hoogleraar etnologie. ,,De kerk moet God niet claimen, maar stelling nemen tegen het claimen van God.'' Een Muskensiaanse redenering.

Muskens is in alle opzichten een ,,grensoverschrijdend'' mens, zo stellen zijn vrienden. Een ,,zoekend zwerver'' en een ,,diepgelovig priester ontvankelijk voor andere religies en levensbeschouwingen'', aldus oud-premier Dries van Agt, die het eerste exemplaar van het boek in handen kreeg. Van Agt, prominent katholiek, is het ,,hartgrondig'' eens met de meeste opvattingen van Muskens, zoals dat meer vrouwen in de kerk functies moeten bekleden, tot kardinaal aan toe, alsook Muskens' kritiek op het sociale onrecht. ,,Ten hemel schreiend'' en ,,schandelijk'' noemt Van Agt de grote verschillen tussen arm en rijk in de wereld. ,,Laat een bazuin van apocalyptische kracht klinken over heel de aarde'' om tegen dit onrecht te protesteren, aldus Van Agt, die verder te keer ging tegen de ,,bandeloze zelfverrijking'' van de mens ten koste van de natuur en haar rijkdommen, de ,,luisterrijke schepping'' van God. Ook moet er iets gedaan worden aan het verplichte celibaat voor priesters, aldus Van Agt. ,,In deze tot walgens toe overgeseksualiseerde wereld vergt het celibaat een kracht die door weinigen meer kan worden opgebracht.'' Ook Van Agt roept op tot ,,communicatie met andere godsdiensten''. Dat moet tussen joden, christenen en moslims toch mogelijk zijn. ,,We geloven allemaal in de ene almachtige God.''

Of het zover komt, is de vraag. Katholieken hebben zelf al moeite genoeg om elkaars verschillen niet als een bedreiging maar als een verrijking te zien. Tot verbazing en ergernis van Muskens. De Bredase bisschop is er vast van overtuigd dat het Vaticaan z'n dogmatische opvattingen zal moeten herzien als het geloof levend moet worden gehouden in verre, vreemde landen. De katholieke kerk groeit al jaren hard in met name Afrika en Zuid-Amerika, en dan heeft het weinig zin om typisch westerse theologische kwesties mondiaal uit te vechten. In zijn biografie staat het verhaal van een Nigeriaanse priester, inmiddels namens de de paus werkzaam bij de Verenigde Naties in Genève, die in Rome promoveerde op een onderzoek waarin hij de drievuldigheidsleer van de katholieke kerk opnieuw doordacht vanuit het Afrikaanse denken. ,,Zijn promotie was de meest enerverende die ik ooit meemaakte'', vertelt Muskens. Afrikanen zaten instemmend te knikken en mee te deinen, twee blanke promotoren waren negatief. ,,Dit proefschrift had nooit geaccepteerd mogen worden.'' Een voor Muskens destijds ,,schokkende ervaring'', omdat de promotie bewees hoezeer de kerk aan het veranderen was én hoe weinig soepel de Romeinse curie omgaat met `inculturatie', de worteling van het geloof in regionale tradities. Muskens: ,,Het Vaticaan heeft niet de soepelheid om goed met die inculturatie om te gaan en wantrouwt priesters en theologen die het bepleiten. De ontwikkelingen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië zijn echter niet tegen te houden en zo stevenen we af op een grote botsing binnen de kerk. Het is jammer dat wij in het Westen te zeer gehecht zijn aan het dogma en de precieze formulering ervan. Het geloof is waar, de verwoording ervan is tastend en proberend, dat moet elke generatie en elke cultuur steeds opnieuw doen.''