Wantrouwen in bestuur Amsterdam

De gemeente Amsterdam is in de ogen van hoge ambtenaren een `onveilige organisatie' waar besluiten lijken te worden genomen op basis van persoonlijke voorkeuren van gekozen stadsbestuurders.

Dat blijkt uit een onderzoek naar de verhouding tussen het college van burgemeester en wethouders en hoge ambtenaren in Amsterdam. Het onderzoek, Op elkaar aangewezen, een verkenning van kwetsbaarheden in de professionele verantwoordelijkheden van topambtenaren, is in opdracht van B en W in Amsterdam uitgevoerd door de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Het onderzoek stond onder leiding van de hoogleraar M. Bovens van de Universiteit Utrecht.

Amsterdam wordt bestuurd op basis van macht en wantrouwen, menen de hoge ambtenaren. Stadsbestuurders drukken volgens hen besluiten door met behulp van hun bevoegdheden zonder zich te bedienen van valide argumenten. Dat leidt in de top van de ambtelijke organisatie tot onzekerheid, een parafencultuur en de vorming van schaduwdossiers om achteraf ingedekt te zijn.

Wethouders op hun beurt vinden dat er onder topambtenaren te veel ontzag is voor de bestuurders. Maar de ambtenaren zeggen dat het niet gemakkelijk is om tegenspel te bieden: ,,Sommige bestuurders zeggen dat ze `nee' willen horen. Maar áls ze `nee' horen, heb je de poppen aan het dansen'', aldus een van de ondervraagde personen in het onderzoek.

Amsterdamse topambtenaren hebben vooral te kampen met onervaren, onvoldoende voor hun taak uitgeruste stadsbestuurders, zo gaven ze tegenover de onderzoekers aan. Bovendien zijn dit politici die snel willen scoren, niet alleen om verkiezingsbeloftes uit te voeren, ,,maar ook (of vooral) om de persoonlijke behoefte van bestuurders om in de schijnwerpers te staan''. In de praktijk leidt dat tot situaties waarbij het bij bestuurders aan realiteitszin ontbreekt en de ambtenaar in onmogelijke situaties verzeild raakt. Dit zal de komende jaren alleen maar toenemen als gevolg van dualisering van het gemeentebestuur en de onvoorspelbare beweeglijkheid van de kiezer, waardoor de behoefte voor de stadsbestuurder om te scoren, zal toenemen.

Niet alleen Amsterdam kampt met dat fenomeen, zo blijkt uit het onderzoek. Ook in Rotterdam bracht de politieke ommezwaai na de verkiezingswinst van Leefbaar Rotterdam een crisis tussen het ambtelijk apparaat en het college van B en W met zich mee. Na het aantreden van het nieuwe college was het onderling wantrouwen tussen politiek en topambtenaren groot. Pas na die crisis kwam er dialoog op gang waarbij afspraken konden worden gemaakt over de onderlinge verhoudingen.

ACHTERGROND: pagina 3