Vrouwenplas in verkeerde keelgat

`The Crying Body', de nieuwe voorstelling van de Vlaamse theatermaker Jan Fabre, veroorzaakte deze week een schandaal in Parijs, dat wil zeggen in de kolommen van dagblad Le Figaro.

Wie is er perverser: het Franse dagblad Le Figaro of de Vlaamse theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre? Le Figaro, lijfblad van de gezeten burger, wint, ruimschoots. Bijna een volle pagina met twee recensies ruimde de krant deze week in om schandaal te roepen over Fabres nieuwste voorstelling The Crying Body, tot vanavond te zien in het Parijse Théâtre de la Ville. Beide schrijvers gaven vreemd genoeg naast Fabre en het theater (draaiend gehouden van onze belastingcenten, uiteraard) vooral het publiek dat was blijven zitten ervan langs. ,,Niet durven protesteren. Een in dictaturen welbekend mechanisme'', oordeelde eentje.

Nog vreemder was dat twee andere voorstellingen recht hadden op de lovende koppen 'Een unieke ervaring' en 'Fascinerende ceremonie' (over Medea van Dood Paard), maar daaronder werden afgedaan met ultrakorte stukjes.

Het wil niet zeggen dat Jan Fabre niet óók pervers is. Natuurlijk is hij dat: zoals het een theatermaker betaamt en zoals we van hem gewend zijn. Al sinds zijn eerste voorstellingen, uit het begin van de jaren tachtig, duwt hij tegen de grenzen van het draaglijke. Zijn spelers leveren fysieke uitputtingsslagen, waarvan de duur en de intensiteit behoorlijk op de zenuwen kunnen gaan werken. Onder veelvuldige verwijzing naar de kunst(-geschiedenis) onderzoekt de 'krijger van de schoonheid', zoals Fabre wel omschreven is, de staat van de mens en bij voorkeur in zijn meest tastbare verschijning, het lichaam.

The Crying Body handelt over de sappen die dat lichaam afscheidt: tranen, zweet, sperma, speeksel, vaginaal vocht, urine. Is huilen een teken van zwakte of van kracht? Waarom spreekt Sinterklaas, zoals Fabre toont, een huilend kind eigenlijk bestraffend toe? Wat drukt het lichaam uit met al die afscheiding? En welk effect heeft al dat sap op de ander? Als hij het ruikt? Proeft? Welke morele oordelen bestaan erover? En waar zijn die op gebaseerd?

Dat laatste vraag je je inderdaad af, als drie, vier danseressen middenin een sierlijke dans hun been strekken in een beheerste, zijwaartse beweging, roerloos wachten in de klassieke pose van een standbeeld - en het vervolgens op een klaterend plassen zetten. Waar Le Figaro zich over opwindt, moge misschien duidelijk zijn, het geplas is tegelijkertijd zo normaal en menselijk, dat je je eveneens afvraagt waarom het niet vaker te zien is op toneel. Actrice Elisabeth Andersen schokte lichtjaren geleden door in Hugo Claus' toneelstuk Vrijdag op de wc-pot plaats te nemen. Daarom misschien.

Een reusachtige, gefilmde close-up van Els Deceukelier, van oudsher Fabres muze, dient gedurende de anderhalf uur dat de voorstelling duurt als achtergrond. Haar ogen huilen, op haar wangen kleven tranen, haar mond spert open en biedt geeft zicht op de vochtige holte, haar lippen blazen bellen van kwijl. Tegen die achtergrond doen de in totaal negen spelers (vijf vrouwen, vier mannen) in prachtig getimede sequenties min of meer hetzelfde. Maar ook zegt er een plotseling 'ssst'' en kraakt in de stilte zijn nek. ,,Sssst'', zeggen vervolgens steeds anderen om het knakken van vingers, voeten, knieën en rugwervels ten gehore te brengen. Gruwelijk en gewoontjes gaan samen.

Mooi is ook het personage van de spastische dorpsgek. Welgevormd als zijn lijf is, het hort en stoot en doet, hersenloos, dat van de anderen na. Wordt er collectief gespuugd op een naakte speler met lang haar die als lijdzame Christus midden op het toneel staat? De zot schraapt met het gezicht naar de zaal minutenlang luidruchtig zijn keel om de aldus verkregen fluim ten langen leste ook maar tegen de borst van de ongelukkige uit te spuwen. Voor de gek is het symbool van de vernedering slechts puur fysieke imitatie. Ook de blasfemische scheldpartijen in de richting van de hemel, compleet met opgeheven middelvingers en bras d'honneur, zijn voor hem slechts luidruchtige pret. Over blasfemie gesproken: een priesterfiguur die een erotisch getinte biecht aanhoort, beukt met de bijbel op zijn opstandige geslachtsdeel. Minister Donner zou aan The Crying Body een mooie testcase hebben.