Vernieuwingen

Een paar jaar geleden had je een schoonmaakmiddel dat Jif heette. Een romige, fris ruikende witte brij. Behandelde je iets met Jif, dan wist je dat de bacteriën bij honderdduizenden het loodje legden en het aanrecht werd weer als een spiegel. Jif is een goede naam voor dergelijk spul. Er zit snelheid in en het refereert aan verdwijnen. Jif werd een begrip. Heel vroeger had je Schura. Had je daarmee iets behandeld, dan voelde je het op en in je eigen huid. Toen kwam Vim. Van de latere Vim-soorten werd wel beweerd dat ze niet konden krassen, maar alleen de naïefste huisvrouwen geloofden het. En tenslotte verscheen Jif.

Toen kwam het jongste lid van de raad van bestuur op een vernieuwend idee. Jif was oud, de massa's waren uigejifd, er moest iets nieuws komen. Dat werd Cif. Dezelfde brij met dezelfde reinigende vermogens, maar een C in plaats van de J. Ik herinner me dat we op de redactie de naamsverandering bespraken. Allemaal vonden we het een achteruitgang. De c spreek je uit als s. Het woord sif brengt clusters van associaties met zich mee, die niets met een reiniging te maken hebben. Bovendien heeft het woord een onwennige aanblik, het wil er niet in. Maar als de krachten van de verandering eenmaal in beweging zijn, kunnen ze niet meer worden gestopt. Ten koste van miljoenen werd de nieuwe naam er bij de klandizie ingeramd en daarna deden ze met Cif wat ze vroeger even goed met Jif deden.

Al veel langer geleden waren grote bedrijven aan hun logo's gaan frunniken. De Nederlandse Spoorwegen vervingen hun gevleugelde wiel door iets wat me met de beste wil van de wereld nu niet te binnen wil schieten, en het Veilig Vlug Voordelig werd vervangen door dienstmededelingen over vertragingen, opgebroken spoorlijnen, lekkende tankwagens en destijds, toen het Spoorboekje aan de vernieuwing ten prooi viel, een stortvloed van modernistische kletspraat in het voorwoord. Een van de bijverschijnselen van de nieuwe universele vernieuwing die ongeveer een halve eeuw geleden is begonnen, bestaat uit de opkomst van de praatjesmakers.

Goed. Dat weten we nu wel. Daar valt niets aan te doen. Maar noem nu eens een verandering die er wel mee door kan. De uitvinding, de vervolmaking en de miniaturisering van het kwartsuurwerk. Ik weet niet hoe het werkt, ik zie alleen de resultaten. Er zullen weinig industrieën zijn die door de technische vooruitgang een zo hoge vlucht hebben genomen als de horlogemakerij. Ik dacht eraan toen ik een paar weken geleden op zo'n rommelmarkt in de open lucht een horloge zag, met op de wijzerplaat Mao-Zedong, indertijd de Grote Roerganger, die iedere seconde met zijn hand zwaaide. Wekte meteen mijn begeren maar kostte veertig dollar die ik niet bij me had.

Ieder vliegveld, iedere winkelgalerij, waar ook ter wereld, heeft een horlogewinkel waar je voor een spotprijs de meest fantastische uurwerken kunt kopen, met wekkers erin, vijf wereldtijden, stopwatches, een radio, een functie waarmee je de televisie aan en uit kunt zetten, achthonderd meter onder water kunt zien hoe laat het op de maan is, kunt spelen dat je piloot van een F-16 bent, te weten komt op welke datum en dag van de week in welk jaar iemand jarig is. Nog veel meer. En dan de vormgeving. Art déco, science fiction, als een kleine boksbeugel, Deens design, pretentieus fijnzinnig, met bewegende figuurtjes, de Mao die ik genoemd heb, maar ook veel anderen, van Jezus Christus tot Mickey Mouse. De horloge-industrie kent geen grenzen, en toch hebben al die honderdduizenden producten één eigenschap gemeen: je kunt erop zien hoe laat het is. Het verloop van de tijd kan door geen mens veranderd worden.

Bovendien zijn heel veel horloges ongelofelijk goedkoop. In Battery Park, aan het einde van Manhattan staan de kooplui met draagbare vitrines. Dan komt er een auto van de politie. Uit de luidspreker klinkt een stem die zegt: These are phony watches! Laat je niet oplichten. Omdat ik me weleens wilde laten oplichten, heb ik al jaren geleden zo'n ding gekocht. Het loopt nog steeds. Eens in de zoveel tijd laat ik er bij die winkel aan het Open Havenfront tegenover het CS in Amsterdam een nieuw batterijtje in zetten. Dan stop ik het weer in een bureaula, kijk er soms even op, en denk aan de Newyorkse politie.

Het beste vind ik het horloge dat ik draag: een kinetische kwarts-Seiko die al vier jaar zuiver loopt, tot op de seconde, en dat zal blijven doen nog lang nadat mijn linkerarm niet meer zal bewegen. Aan de computer heb ik misschien het een en ander te danken, hoewel een mechanische schrijfmachine voor mij hetzelfde doet. Maar het kwartshorloge beschouw ik als de grootste verworvenheid van de technische verandering.

Nu iets anders. In een vorig stukje heb ik de vooroorlogse Rotterdamse Cineac in de Beurs gesitueerd. Mijn topografisch geheugen heeft me bedrogen. Deze bioscoop was toen aan de overkant van de Coolsingel die voor het grootste deel op 14 mei 1940 is verdwenen.

De Prins van Wales werd na zijn kroning koning Edward VIII, en na de troonsafstand Duke of Windsor. In die hoedanigheid heeft hij de 43 wandelstokken verzameld waarover ik onlangs schreef. En de Container Store is niet op de Zevende maar de Zesde Avenue, in Manhattan.

Ik dank verscheidene zorgvuldige lezers.