Vakantie in het zonnige deel van de Oekraïne: De Krim

Veel Oekraïners willen bij het Westen horen, maar Doris Grootenboer zag onlangs nog maar weinig Westerse toeristen in het geliefde en literaire vakantieoord van de Oekraïne: het schiereiland de Krim in de Zwarte Zee.

Ik wilde altijd al naar Jalta, een kustplaats op het Russische schiereiland de Krim, waar Tsjechov ook verbleef, al voelde de schrijver zich er zelf tamelijk ongelukkig. Hij woonde daar van 1899 tot 1904, vanwege zijn tuberculose, samen met zijn moeder en zuster en verveelde zich dood. ,,Mijn hondje, mijn paardje'', schreef hij aan zijn vrouw de actrice Olga Knipper, die in Moskou werkte: ,,Ik verlang vreselijk naar je en maak me daardoor kwaad. [...] Mijn dreumesje, mijn schat van een wijf. De heer zegene je. Ik omhels je een heleboel keren. Vergeet je man niet.'' Twee maanden na zijn verblijf op Jalta stierf de schrijver in Baden-Weiler.

De Krim, Oekraïens schiereiland in de Zwarte Zee, is van grote schoonheid. Je waant je aan de Côte d'Azur, hellingen vol cypressen, dennen en bloemen, maar in plaats van somptueuze villa's steken goudkleurige uien van de Russisch-orthodoxe kerk boven de bomen, vervallen huizen en fris geschilderde datsja's (buitenhuizen) uit. Poetin heeft hier een datsja en Gorbatsjov, die zich in de Krim bevond toen hij in 1991 opeens president-af was – niet omdat hij afgezet werd, maar omdat de Sovjet-Unie niet meer bestond. Jalta was in 700 voor Christus al een Griekse nederzetting, maar werd in 1830 officieel gesticht. In de Middeleeuwen huisden er de Krimtataren, die houten huizen met versierde balkons bouwden.

De stad is een mengeling van ultramodern en 19de eeuws verval. Veel huizen in de achterafstraten staan op instorten. Daar bevindt zich ook het Tsjechov-theater, maar bij het naar binnen kijken, zie je een door onkruid overwoekerde leegte. Geen geld. Platanen, heel veel weelderig groen, bobbelige bestrating en overal ziekenhuizen, oude kuuroorden, want naar Jalta ging men wegens het milde zeeklimaat om te kuren, met name tbc-lijders. Brezjnevs datsja in nu een sanatorium. Arbeiders met risicovolle beroepen, die werkten met kernenergie, atoom en uranium, mogen hier gratis logeren. En in de Zwarte Zee (1,8 procent zoutgehalte) is het heerlijk zwemmen.

SOVJETBUNKER ALS HOTEL

Het Jalta-hotel waar we logeren is een enorme sovjetbunker met 2023 kamers, allemaal met balkon met schitterend uitzicht. Het zwembad heeft Olympische afmetingen, er zijn eindeloze gangen en hallen met fitnessapparaten, er zijn kindershows met dolfijnen. Een lift waar je veertig seconden in zit, brengt de bezoeker naar het lager gelegen strand. Dat is dan weer vreemd van sfeer, roestige buizen, kapotte ligstoelen of houten planken, en de resten van een niet meer werkende kabelbaan. Uitzicht: veel betonnen skeletten van nooit afgebouwde hotels.

Zo heeft Jalta een gespleten karakter, verval naast winkels met Dior, Gucci en Armani, ook in ons hotel. De boulevard is een wandelpromenade waar de Rus wel gezien wil worden. De toerist wordt op allerlei manieren vermaakt – maar wat heet toerist, we hoorden op wat Duits na uitsluitend Russisch. Het is onontgonnen gebied voor de West-Europeaan, die er gezien de waanzinnig lage prijzen zijn hart toch zou kunnen ophalen.

Men kan zich laten fotograferen met een valk op de hand, men kan zich in de kleren van de tsaren hullen in een met Rococo-meubels versierde tent, men kan een aap of slang omhelzen. Het lijkt het Jemen el Fna-plein in Marrakesh wel. Maar de terrassen blijven leeg, want daar zijn de drankjes te duur.

Maar o, de vrouwen van Jalta, spectaculair! De Russen houden van hardroze, lila en paars en we zien zeer hooggehakte meisjes langslopen, korte strakke spijkerbroekjes waar de billen onderuit piepen, zeer gedecolleteerde topjes of plastic doorkijkjurken, geblondeerde wuivende manen, lange nagels, en wulpse, volle, zij het botoxloze roze lippen. Vrijmoedig, zich zeer bewust van hun schoonheid bewegen zij zich voort, aan hun zijde mannen met stekeltjeshaar en brede schouders, sovjet-helden met gebeeldhouwde koppen. Je kunt de dames natuurlijk ordinair noemen, maar sexy dat ze zijn.

SUPPOOST IN AVONDJURK

De Krim is ook doordrenkt van literaire sfeer – Poesjkin woonde hier, Gorki en Tolstoi bezochten Tsjechov regelmatig – maar bovenal van historie. Vier paleizen trekken hier honderden bezoekers. Het spectaculairste is het Zwaluwnest, zo genoemd wegens zijn ligging op de punt van een loodrechte kaap, een kitscherig Anton Pieckje uit de 19de eeuw; het aanvalligst het Massandrapaleis, gelegen in een romantische rozentuin, met wijnkelders- en proeverijen eronder, waar de tsaren Alexander III en Nicolaas II toefden. Later confisqueerden de communisten het. Het lelijkst is het Woronzovpaleis, met zijn 150 kamers, en historisch het interessantst het Livadiapaleis, waar de conferentie van Jalta in 1945 gehouden werd met Stalin, Roosevelt en Churchill. Maar ook de laatste Romanovs toefden hier het liefst. Alle suppoosten zijn vrouwen, ze lopen zelfbewust in avondjurken rond.

Sebastopol is geen aantrekkelijke stad. Sinds kort mogen de oorlogsschepen in de enorme havens bekeken worden en zelfs gefotografeerd! Een waar hoogtepunt is het ronde panoramaschilderij – dramatischer dan ons Panorama Mesdag – waarop de bloedige Krimoorlog (1854-56) is afgebeeld, half geschilderd, half met echte voorwerpen: paarden, lijken, kanonnenvuur, duizenden soldaten, gezonken schepen. Florence Nightingale's bemoeienissen met de Britse en Franse soldaten worden door de gids weggewoven: ,,Nee onze Datsja van Sebastopol, die deed pas goed werk'', zegt ze, ,,maar omdat ze niet van adel was, wordt er nooit over deze heldin geschreven.'' In een bloedrode jurk staat Datsja prominent op het doek.

POESJKIN EN TSJECHOV

In het binnenland ligt het aanvallige plaatsje Bachtschissaraj met een Maria Hemelvaartkerkje, hoog in de rotsgebergten vol geheimzinnige holen, met een geneeskrachtige bron, waarnaast een pope kaarten en cd's staat te verkopen. Beneden in de Tchufut-Kale-moskee zijn we in een andere wereld. Er is een Krimtataren-kerkhof en in het oosterse paleis bevindt zich een 15de eeuws watermonument ter nagedachtenis aan een jonggestorven geliefde van een kalief. Poesjkin was hier zo door geroerd dat hij 400 jaar later dichtte: ,,Fontäne der Liebe, o Liebesbrunn, zwei Rosen schenkt dir heut mein Sehnen''. Deswegen staat des dichters buste pontificaal en anachronistisch naast het monumentje.

Maar mooier dan dit museum is Tsjechovs datsja in Gursuf, zo'n 18 kilometer ten oosten van Jalta. Hier schreef hij de brieven aan zijn Olga en de toneelstukken De kersentuin, De meeuw en De drie zusters. Gursuf is een droom, zo mooi, aan alle kanten uitzicht op zee, intiem; het museumpje toont slechts drie lege kamers met foto's. ,,Ik leef als een monnik en denk alleen maar aan jou, schrijf me mijn teefje'', smeekte de zieke schrijver, die ons hier vanaf de muren in zwart/wit soms twinkelend, soms melancholiek aankijkt. In de tuin van Tsjechovs huis staat de favoriete bank van Gorki, tussen hosta's en lelies. Wij vlijen ons op de Gorki-bank, in languissante pose. Helaas, niemand in de omgeving, die ons honderd jaar later vastlegt.