Ten onder

Het droogleggen van West-Nederland ging ten koste van natuurlijke functies als het zuiveren van water en het opvangen van overtollige neerslag. Stoppen met pompen biedt uitkomst en remt tegelijkertijd de bodemdaling af.

AFGELOPEN zomer leverde een gezelschap van achthonderd wetenschappers in Utrecht stevige kritiek op het waterbeheer in het Groene Hart. De slotverklaring van een internationale conferentie over laaggelegen moerasgebieden, zogeheten wetlands, opent met de constatering dat eeuwenlang bedijken en droogpompen in West-Nederland heeft geleid tot een ingrijpende verstoring van het natuurlijk functioneren van dit eens drassige deltagebied. Gevolg: bodemdaling, inklinking van veen, vernietiging van het waterzuiverend vermogen en een toenemend overstromingsrisico. Het is dan ook onvermijdelijk dat Nederland stukken land aan de zee teruggeeft, aldus een van de aanwezige ecologieprofessoren.

Toch stemde het Ministerie van VROM enkele weken geleden in met de bouw van bijna vierduizend woningen op het diepste punt van het Groene Hart, de Zuidplaspolder. Daarmee koos het, tegen het waterwetenschappelijke advies in, voor nóg enkele generaties lang pompen. En omdat de zeespiegel nog wel even zal doorstijgen – schattingen lopen uiteen van twee tot acht decimeter in de komende honderd jaar – moet het pompenarsenaal zelfs flink worden uitgebreid om de voeten ten westen van Gouda droog te houden.

Omdat Nederland grotendeels onder de zeespiegel ligt zou je hier heel wat wetlands verwachten. Maar alleen de Waddenzee staat op het lijstje wetlands van internationale betekenis, te midden van de Everglades en de Donaudelta, want het Groene Hart is de afgelopen eeuw vrijwel helemaal droog gepompt. Wetlands zijn belangrijk als rustplaats voor trekvogels en als kraamkamer voor vissen, maar wetenschappers benadrukken steeds vaker het belang van deze slecht toegankelijke moerasgebieden voor de mens. Net als de uiterwaarden langs een bedijkte rivier bufferen wetlands het overtollige water dat tijdens een wolkbreuk of hoogwatergolf niet kan worden afgevoerd. Blijft het water lang genoeg staan, dan maken bacteriën organische verontreinigingen als olie onschadelijk en fungeert het moeras als biologische waterzuivering. De afgelopen jaren gaan er bovendien stemmen op dat wetlands wel eens een belangrijke sink van atmosferisch koolstof zouden kunnen zijn, doordat ze kooldioxide uit de atmosfeer omzetten in veen. Daarmee lossen veengebieden dus ook nog een stukje van het broeikasprobleem op. De totale baten van moerassen kunnen oplopen tot enkele tienduizenden euro per hectare per jaar, aldus berekeningen die ecologen in Nature publiceerden (Costanza et al, 1997). Dat is een veelvoud van de 500 à 1.000 euro die een melkveehouder nu jaarlijks verdient aan een hectare grasland in het Groene Hart.

Toch pompen we de driehoek tussen Rotterdam, Zoetermeer en Gouda, het zogeheten RZG-gebied, al tientallen jaren droog ten behoeve van de landbouw. Daardoor zakken de veenpolders jaarlijks zo'n zeven millimeter naar beneden. Dit is het gevolg van veenoxidatie: in contact met lucht `verbrandt' veen tot `as', niet meer dan de organische resten van een voorheen met water verzadigde veenspons. Iedere keer als het Hoogheemraadschap van Schieland het waterpeil verlaagt, stelt het de volgende laag veen bloot aan lucht. Een heilloze weg, aldus hoogheemraad Nico de Rooij: ``De laatste keer dat we het waterpeil een decimeter verlaagden, was het effect van die drooglegging binnen twee jaar weg.''

Als pompen de enige manier is om de voeten van grazende koeien en steltlopende grutto's droog te houden, dan gaat dat veelgeprezen veenweidelandschap onvermijdelijk ten onder, zo lijkt het. Onderzoeksinstituut voor de groene ruimte Alterra becijferde dat bij een peilverlaging van negentig centimeter de bodemdaling kan oplopen tot twee centimeter per jaar, dat is een traptrede per decennium.

Omdat dit middel erger lijkt dan de kwaal experimenteert Alterra op een proefboerderij bij Zegveld al vele jaren met enkele natte alternatieven voor het beheer van veengebieden. `Actief vernatten' heet de meest radicale aanpak, waarbij de pompen worden stilgezet. Om de bodemdaling te kunnen stoppen en de veenbodem te behouden, zo schreven de onderzoekers twee jaar geleden droogjes in een rapport, moet de landbouw wijken. Weiden veranderen in moerassen en open water, volgens ecologen zijn dat ideale condities voor de aangroei van nieuw veen. Een compromis tussen boerenbehoud en veenbehoud biedt de aanpak die de onderzoekers `passief vernatten' hebben gedoopt. Het waterpeil wordt dan alleen in het groeiseizoen verlaagd tot 35 centimeter onder maaiveld, ruim een halve meter minder dan nu en nét genoeg om te blijven boeren. De veenoxidatie wordt zo niet gestopt, maar afgeremd. En omdat het waterpeil in dat scenario niet wordt aangepast aan de bodemdaling, zien de boeren hun grond langzaam maar zeker verdrassen. Uitstel van executie, als het ware, en dus geen prettig vooruitzicht voor een sector die nog maar amper is bijgekomen van de BSE-crisis en de mond-en-klauwzeer epidemie.

oranje vlek

Toch hebben de drieëntwintig organisaties die samen het RZG-gebied ontwikkelen, waaronder het Hoogheemraadschap van Schieland, recentelijk in de Zuidplaspolder grote gebieden aangewezen die ze willen vernatten. Op de zogeheten `waterkansenkaart' van Hoogheemraadschap van Schieland markeert een oranje vlek gebieden die de waterbeheerder ongeschikt vindt voor bebouwing. En als om te illustreren hoe onzinnig de geplande woningbouw ten westen van Gouda is, liggen deze oranje `vernattingsgebieden' direct naast de woonwijk in spe. Hoogheemraad Nico de Rooij: ``Westergouwe komt op een van de laagste punten van Nederland te liggen, zo'n zes meter onder zeeniveau; wat bodem en water betreft op een zeer ongunstige plek.''

De in Utrecht verzamelde deskundigen zijn het vast met hem eens, gezien hun oproep de ontwatering van wetlands onmiddellijk te stoppen. En uit de sommen die de ecologen van Alterra in opdracht van het landbouwministerie maakten blijkt dat passief vernatten nog betaalbaar is ook. Voor een vergoeding van een kleine duizend euro per hectare per jaar zijn boeren best bereid hun land 's winters onder water te zetten – mits dat niet leidt tot vervuiling van de melk. Maar voor het terugdraaien van woningbouw in Westergouwe is het te laat, aldus De Rooij, die betwijfelt of de bewoners van deze nieuwbouwwijk ooit zullen uitkijken op een typisch Nederlandse polderlandschap met grazende koeien. Waarschijnlijk ligt Gouda straks niet langer ín het Groene Hart, maar op de oever van een uitgestrekte veenplas.