Telefoonmysterie in hoger beroep Boonstra

Justitie kwam gisteren met nieuw bewijs. Boonstra's beleggingsadviseur belde vaker dan aangenomen het toestel van de topman. Maar wie nam de telefoon op?

Hij is niet alleen een first offender, hij is meteen een veelpleger. Hij heeft een gebrek aan integriteit, is verre van transparant, verzweeg opzettelijk effectentransacties en handelde met voorkennis. En bij de verklaring van zijn daden kwam de verdachte met ongeloofwaardige en onwaarachtige stellingen.

Het is een kleine greep uit de beschuldingen die advocaat-generaal P. Greve gisteren uitte bij het hoger beroep in de voorkenniszaak tegen Cor Boonstra, de oud-topman van Philips. Boonstra werd vorig jaar door de rechtbank vrijgesproken van handel met voorkennis in aandelen Endemol. Voor het niet melden als Ahold-commissaris van effectentransacties in Ahold kreeg hij toen een boete van 135.000 euro.

De aanklager somde gisteren zestien belastende omstandigheden op rond Boonstra's telefonische opdracht in maart 2000 om aandelen Endemol te kopen – het hart van de zaak. Boonstra kocht negen dagen voor de overname van Endemol door het Spaanse Telefonica aandelen Endemol. Vlak erna vierde hij met de top van het entertainmentbedrijf de overname met een diner. Boonstra nam in zijn carrière nooit zelf het initiatief tot aandelenaankopen, dat deed zijn beleggingsadviseur bij ABN Amro. Maar Boonstra gaf bij Endemol zelf de order en liet het uitvoeren door de Belgische bank KBC. Die opende voor de transactie een speciale rekening en sloot die meteen daarna. Ook werd gebruik gemaakt van een geheime coderekening en van fictieve kasstortingen.

Boonstra heeft dat allemaal niet zo gewild, hield zijn advocaat J. Italianer vorig jaar de rechtbank al voor. Hij had slechts om ,,discretie'' gevraagd. Dat de Belgische bankdirecteur na dat verzoek zou hebben teruggebeld om alle kunstgrepen hiervoor uit te leggen, ontkent Boonstra. Hij had op de vroege ochtend van 8 maart 2000 slechts eenmaal vanaf het Philips-hoofdkantoor in Amsterdam telefonisch contact gehad met zijn Belgische bank.

En die lezing, zo hield de advocaat-generaal het hof voor, blijkt niet juist. Een tweede rechtshulpverzoek aan België dat vorig jaar september werd gedaan, leverde interessante telefoongegevens op. De Belgische bank KBC had de gesprekken destijds niet opgenomen, maar er bleek wel een administratie van alle telefoongesprekken te bestaan. De bank had op de bewuste ochtend naast het onbetwiste telefoontje door Boonstra nog tweemaal telefonisch contact met Philips Amsterdam, waarbij eenmaal rechtstreeks met het toestel van Boonstra werd gebeld. Duur: 3 minuten en 21 seconden. ,,Dat is lang voor een gesprek met een captain of industry'', zei aanklager Greve gisteren.

Dat Boonstra herinnering, reconstructie en dossierkennis door elkaar zou kunnen halen na zoveel jaren is niet aan Greve besteed. ,,Ik ga ervan uit dat de verdachte normale verstandelijke vermogens heeft en niet in een schijnwereld leeft totdat ik een psychologische rapportage heb gehad waaruit het tegendeel blijkt.''

De advocaat-generaal eiste zes maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van twee jaar, 240 uur taakstraf, een boete van 135.000 euro en ontneming van het onterecht verkregen voordeel.

[Vervolg BOONSTRA BELLEN: pagina 23]

BOONSTRA BELLEN

Advocaat: 'OM gist maar wat'

[vervolg van pagina 21]

Maar Boonstra's raadsman, J. Italianer, was gistermiddag glashelder aan het begin van zijn pleidooi. ,,Om maar meteen met de deur in huis te vallen: er is geen bewijs. Daarom dient Boonstra te worden vrijgesproken. De rest is bijzaak''. Italianer noemde alle aandacht van het Openbaar Ministerie voor de persoon Boonstra uit ,,bewijsnood'' geboren, waarbij de officier van justitie als `amateurpsycholoog' karaktermoord probeert te plegen. Volgens Italianer zullen er ,,natuurlijk inconsistenties'' zitten in de verklaringen die jaren na dato worden afgelegd door iemand met een baan als Boonstra.

De raadsman presenteerde verschillende voorbeelden waarbij verklaringen van Boonstra in strijd met de feiten waren, maar ook ten nadele van hemzelf. Dat kwam volgens Italianer doordat het geheugen van zijn cliënt hem in de steek liet. ,,Hij heeft soms de begrijpelijke neiging, die heel veel mensen hebben, om feiten als herinnering te presenteren die een andere oorsprong hebben dan zijn eigen herinnering en die dus feitelijk onjuist kunnen blijken te zijn.'' Het is de achtergrond waarom Italianer het advies aan Boonstra gaf niet op de zitting te verschijnen.

De advocaat ziet, in vergelijking met andere voorkenniszaken, weinig opmerkelijk gedrag van zijn cliënt. De president van Philips was een ervaren belegger die geen haast had, via een hem bekende bank handelde in een regulier fonds en die geen bovengemiddeld bedrag investeerde.

De telefoongegevens werpen volgens Italianer geen nieuw licht op de zaak. Als telefoons staan doorgeschakeld geven zij op de facturen van Belgacom namelijk gewoon het aanvankelijk gebelde nummer aan. ,,Het spreekt vanzelf dat Boonstra's telefoon standaard staat doorgeschakeld naar zijn secretaresse. Het is heel goed denkbaar dat de secretaresse van Boonstra degene die vanuit KBC belde – wie weten we niet – in de wacht heeft gezet om te gaan kijken of zij Boonstra kon storen en dat Boonstra vervolgens in gesprek of aan de telefoon bleek te zijn.''

Bij de interpretatie van de telefoongegevens is Justitie in zijn ogen maar wat aan het raden. ,,Maar dit is geen quiz, er zijn geen prijzen te winnen. Als het OM het niet weet, moet het dat gewoon zeggen.''

Italianer tekende namens zijn cliënt vorig jaar hoger beroep aan omdat de straf voor het overtreden van de meldingsplicht bij Ahold-effecten te zwaar zou zijn. Op het moment van de transacties moest Boonstra zelfs nog commissaris worden, zei de advocaat gisteren. Het niet-melden was verkeerd – daar maakt de raadsman geen punt van – en Boonstra zou spijt hebben van zijn onnadenkendheid. Maar stiekem met een kennisvoorsprong handelen en dan opzettelijk de transacties niet melden. ,,Zo dom is die man toch ook niet'', vroeg Italianer retorisch.

Voorzitter van het hof J. Verspyck Mijnssen antwoordde onverwacht: ,,Ik heb hem nog nooit ontmoet''.

Uitspraak over twee weken