Talentienertoer

Yentl Lenoire en Willem de Haan vertegenwoordigden Nederland op een twee weken durende treinreis met leeftijdgenoten langs culturele hoofdsteden van Europa.

ACHTTIEN JONGEREN uit de Europese lidstaten trokken vorige maand twee weken lang per trein door Europa. Deze `tienertoer' was de hoofdprijs van de wedstrijd die de Talenacademie Nederland dit jaar voor de tweede keer organiseerde: de Language Train, ofwel – de hippe variant – L-Train. Met deze wedstrijd, gefinancierd met EU-geld, wil de Talenacademie het leren en gebruiken van vreemde talen promoten. Voor de deelnemers zelf was het vooral een treinreisje naar volwassenheid.

Yentl Lenoire (17) uit Brunssum en Willem de Haan (16) uit Dalfsen vertegenwoordigden Nederland op de L-Train. Opvallend genoeg zijn beide scholieren geen echte talenwonders. Yentl (6-vwo) is een gamma-studente, met profiel Economie & Maatschappij en als enige vreemde taal Engels. En Willem (5-gymnasium) is in wezen een `techneut', met de profielen Natuur & Gezondheid en Natuur & Techniek. Talen vindt hij niet interessant genoeg om te bestuderen, vertelt hij. ``Taal is hoogstens een hulpmiddel in de omgang met anderen en om later studieboeken te kunnen lezen.'' Over het taalonderwijs op school geeft hij niet hoog op: ``Ik heb wel Frans en Duits 1 gehad, maar dat is op zo'n niveau dat je er niets van leert.'' Waarom hebben ze dan toch deelgenomen aan deze talenwedstrijd? Yentl heeft meegedaan omdat ze zich erg bezighoudt met politiek en Europa – ``Ik ga European Studies studeren. Ik heb ook al in het Limburgs Jeugdparlement gezeten.'' – en Willem gewoon omdat het buitenland trekt.

In de stationsrestauratie van Eindhoven vertellen de twee scholieren over hun ervaringen. Yentl met een waar spervuur aan feiten en feitjes en Willem een stuk bedachtzamer, met onderkoelde typeringen van zijn medereizigers en de landen die ze doorkruisten. Op de trein werden verschillende talen gesproken, maar vooral Engels en Duits. Yentl en Willem konden zich uitstekend staande houden tussen hun Europese leeftijdgenoten, vertellen ze. Bescheiden rekenen ze zich tot de middenmoters. Yentl: ``Anderen konden ook wel andere talen spreken, maar durfden niet omdat ze bang waren fouten te maken. In vergelijking met andere landen krijgen wij veel vreemde talen op school, dat heb ik wel gehoord.''

Dat klinkt Ruud Halink, directeur van de Talenacademie Nederland en ook bij het gesprek aanwezig, als muziek in de oren. Hij luistert de verhalen van Yentl en Willem met een lichte glimlach om zijn lippen aan. Hun eerlijkheid over hoe goed de sfeer was, hoe leuk het was om samen te werken, wat ze allemaal hebben gezien tijdens de culturele uitstapjes, maar ook hoe saai sommige dingen waren, ontwapent. Yentl: ``We moesten bij de Buchmesse in Frankfurt naar een lezing over het Midden-Oosten. Daar zou de zoon van de president van Egypte ook zijn, hoe heet-ie ook al weer, maar die kwam helemaal niet. Dus ik heb daar een uur gezeten en ik viel in slaap, zo saai was het. En toen hoorde ik ineens dat ik helemaal niet hoefde te blijven. Toen ben ik maar gauw weggegaan.'' Maar Yentl vertelt ook dat ze de volgende dag alleen terugging naar de Buchmesse om rustig te kunnen rondsnuffelen.

De L-Train wedstrijd begon in mei van dit jaar met een vragenlijst op internet. De deelnemers moesten in totaal 200 vragen beantwoorden in een vreemde taal naar keuze over uiteenlopende onderwerpen. Die vragen waren opgesteld door de diverse (educatieve) partners in het project, waaronder verschillende universiteiten. Halink: ``Aan die voorronde begonnen zo'n 4.000 jongeren van 16 jaar en ouder in heel Europa, maar driekwart haakte af.''

Wie door de eerste ronde kwam kreeg de opdracht een essay te schrijven over Europa. Willem interviewde daarvoor een politicus in zijn woonplaats en Yentl beschreef haar ervaringen in het Jeugdparlement. Halink: ``Willem en Yentl wonnen de Nederlandse voorronde omdat zij Europa niet als een abstract fenomeen behandelde, maar Europa in het leven van mensen wisten te beschrijven. Dat leverde echt interessante artikelen op. Zij hebben hun onderwerp doorleefd.''

Begin oktober stapte het tweetal op de L-Train, die de culturele hoofdsteden van Europa aandeed: Lille, Parijs, Aken, Maastricht, Frankfurt, Ljubljana en Genua. In sommige steden moesten de scholieren opdrachten doen met een journalistieke inslag, zoals straatinterviews afnemen in Lille en in Parijs de geluiden van de multiculturele stad opnemen.

Terugkijkend zeggen Yentl en Willem eensgezind dat ze deze ervaring nooit hadden willen missen. De mensen die ze hebben ontmoet, de discussies met leeftijdgenoten over de politiek, over discriminatie, over de oorlog in Irak, over de verschillende onderwijssystemen. Willem: ``Ik heb me erg verbaasd over de lage lonen in Tsjechië. Als je daar twee euro per uur verdient is dat een goed salaris. Onvoorstelbaar. Toch merkte je daar tijdens de reis niets van. Het meisje dat uit Tsjechië kwam deed alles wel met ons mee, alleen was aan het einde van de reis haar geld wel echt op.''

Op de vraag wat ze op de L-Train geleerd hebben, moet Willem even nadenken. ``Zelfstandigheid'', zegt hij dan, ``omdat ik voor het eerst zonder mijn ouders twee weken weg was en het goed ging''. Voor zijn talenkennis heeft de reis niet veel gedaan. ``In Engels was ik al goed, want we hebben een hele strenge lerares.'' Wel gaat hij nu, geïnspireerd door de reis, Spaans en Duits 2 doen. Yentl heeft op de L-Train meer Duits geleerd, zegt ze. En dat is belangrijk, omdat ze voor haar studie European Studies Duits moet kennen. Maar wat ze vooral geleerd heeft is dat ze er mag zijn zoals ze is: ``Ik ben altijd veel gepest, ik had nooit echte vrienden en dan dacht ik altijd 'ja, hoe kun je mij nu leuk vinden'. Maar nu heb ik heel veel nieuwe vrienden gemaakt en krijg ik heel lieve e-mails. Op school zei mijn leraar dat ik volwassener ben geworden. Dat vind ik een domme uitdrukking. Maar ik ben wel veranderd.''